Febo meer dan een snack

Febo, de bekende snackformule, bestaat dit jaar zestig jaar en telt evenveel winkels in Nederland. Zes zaken zijn in eigendom van Febo zelf, de rest wordt gedreven door franchisenemers. Het geheim achter het succes van de uitvinder van de snack uit de muur? "Nooit concessies doen aan kwaliteit," aldus franchisemanager Joop van Boxtel. "Febo is absoluut een A-merk." Een gesprek over hoe je 50.000 kroketten per dag maakt en de voor-delen van geleidelijke groei.

Menigeen zal zich tijdens het stillen van de lekkere trek wel eens hebben afgevraagd, waar de naam Febo eigenlijk voor staat. Het antwoord is even simpel als ontnuchterend: Febo is de samentrekking van Ferdinand Bolstraat. Zestig jaar geleden opende de oprichter van Febo, de heer J.I. de Borst, die momenteel in het buitenland leeft, zijn eerste winkel onder de naam Maison Febo. Het was toen nog een brood- en banketbakkerij. De Borst leerde het vak bij een bakker in de Ferdinand Bolstraat en zo werd de naam Febo geboren.
De Borst bakte niet alleen prima brood, maar maakte tevens lekkere slaatjes en kroketten. Amsterdammers uit de hele stad kwamen bij hem kroketten afhalen of aten ze ter plekke op. De vraag werd zo groot, dat hij in 1960 besloot met de bakkerij te stoppen en zich volledig op snacks te richten. Het woonhuis aan de Karperweg werd verbouwd tot de eerste automatiek van Nederland; de slaapkamer ging deze rol vervullen, de woonkamer werd als winkel ingericht. Zo ontstond de oerversie van wat inmiddels is uitgegroeid tot een landelijk opererende, professioneel geleide organisatie.

Eigen productie

Vanuit Amsterdam, waar steeds meer vestigingen kwamen, expandeerde Febo verder. (De hoofdstad telt nu 24 zaken.) De groei had nóg sneller kunnen verlopen als de oprichter de productie van de kroketten had uitbesteed en volledig voor de verkoop had gekozen.
"Dit was een principekwestie voor meneer De Borst," vertelt Van Boxtel. "Hij wist precies wat een kroket tot een Febo-kroket maakte, was letterlijk dag en nacht bezig met de kwaliteit van zijn producten. Hij sleutelde aan de receptuur totdat hij de ideale kroket had, die bestond uit de allerbeste grondstoffen. Kortom, meneer De Borst peinsde er niet over om de productie daarvan aan een ander over te laten."
Deze keuze had gevolgen voor de ontwikkeling van Febo, want voor verdere groei waren andere, nieuwe ondernemers nodig. De Borst verkocht een aantal eigen zaken aan bedrijfsleiders en zag dat deze stap positieve gevolgen had voor de omzet en het rendement. Zes vestigingen werden in eigen beheer aangehouden, vooral om goed voeling met de markt te blijven houden. Het zijn ook de jaren, dat Febo als franchisegever ging optreden en er elders in het land vestigingen werden geopend. Alleen in de provincies Zeeland en Limburg is Febo nog niet vertegenwoordigd.

Markt

Febo neemt een bijzondere marktpositie in. De totale snackmarkt wordt door Van Boxtel op ongeveer 1 miljard gulden consumentenomzet geschat; hiervan neemt Febo ongeveer 8 procent voor haar rekening. Met ruim vijftig franchisenemers is Febo de grootste op dit ge-bied. De afgelopen jaren heeft er een aanzienlijke reorganisatie binnen de branche plaatsgevonden. De strengere wetgeving rond gokautomaten heeft grote gevolgen gehad: vooral veel kleinere snackbars hebben hun deuren moeten sluiten, doordat ze als het ware rond de gok-kasten waren opgebouwd. De concentratiegraad in de branche is niet zo hoog, afgezien van de ketens op en rond stations en allerlei samenwerkingsverbanden die vanuit de groothandel zijn ontstaan.
Deze laatste vorm groeit, aldus Van Boxtel. "Ik noem het altijd defensieve ondernemers, want het ontbreekt hen aan een echte visie voor de langere termijn. Wij zoeken mensen die ook écht in hun zaak en Febo willen investeren, die overtuigd zijn van de marktpotentie voor kwalitatief goede snacks. En we hebben de wind mee: consumenten nemen steeds vaker een tussendoortje tijdens het winkelen. Het automatieksysteem werkt nog steeds goed, want zien eten doet eten."

Hoge eisen

Om terug te komen op de productie: nog steeds worden de snacks in eigen huis vervaardigd, in een Amsterdamse fabriek die geleid wordt door de huidige directeur J.R. de Borst, zoon van de oprichter. Febo is een familiebedrijf gebleven en zal dat, zoals het er nu naar uitziet, ook blijven. Want de derde generatie staat te trappelen om het roer over te nemen. Het gaat zo goed, dat de huidige productie-eenheid te klein wordt en nieuwbouw elders noodzakelijk is. Wat niet zal veranderen, zijn de hoge eisen die aan de producten worden gesteld; dit geldt zowel intern als extern. De frites, de grondstoffen voor het ijs, alles wordt nauwgezet op kwaliteit gecontroleerd. Voor de dranken wordt samengewerkt met merkproducenten, om niets aan het toeval over te laten.
Alle snacks, met speciale, eigen Febo-receptuur, worden door de vijftien productiemensen dagelijks vers met de grootste zorg bereid. En er zijn niet meer dan acht varianten, want het is hit and run op food-gebied. Niet dat er geen ontwikkelingen zijn. In de bamihap werd vroeger ham verwerkt, maar vanwege de veranderende bevolkingssamenstelling wordt nu kip gebruikt. De fritessaus, de curry, de mosterd; ook deze producten worden volgens eigen receptuur gemaakt.

Om een indruk te krijgen van de geproduceerde hoeveelheden: per dag worden 50.000 kroketten gemaakt, naast zeven andere snacks. Met eigen vrachtauto's worden deze naar de vestigingen gebracht, iedere dag in Amsterdam, om de dag naar Febo-zaken elders in Nederland. Er wordt niets ingevroren, wat in de snackwereld vrij bijzonder genoemd mag worden. Nóg een opvallend detail: in de fabriek is men net zoveel tijd kwijt met produceren als met schoonmaken. Er is een eigen voedselveiligheidssysteem ontwikkeld, dat wordt gehanteerd voor de productie maar ook in de vestigingen en dat aansluit bij de hygiënecode die in de Nederlandse horeca gebruikt wordt.

Doe-het-zelf

Febo is in alle opzichten een doe-het-zelf formule. Consumenten pakken zelf de snacks door inworp van kleingeld in de automaten, maar ook binnenshuis knapt de organisatie haar eigen zaakjes op. Produceren en vervoeren zijn zojuist al genoemd. En wat te denken van het op-leiden en begeleiden van (potentiële) franchisenemers, marktonderzoek, controle en het be-denken en vervaardigen van reclamecampagnes en begeleidend drukwerk? 
Joop van Boxtel: "Dat is voor mij een van de charmes van Febo, dat we alles in eigen hand houden. Het ene moment praat ik ergens in het land met een bestaande of nieuwe franchisenemer, het volgende ogenblik zitten we met de reclamecommissie rond de tafel om iets nieuws en spannends te bedenken, of schrijf ik een tekst voor onze jubileumkrant. Deze werd dit voorjaar in een oplage van 2 miljoen exemplaren huis-aan-huis verspreid in de plaatsen waar een Febo-vestiging zit. We hebben een heel platte organisatie, met een bescheiden managementteam, waarin de hele gang van zaken bedacht, begeleid en uitgevoerd wordt. Ook vestigingsplaatsonderzoek doen we zelf. We praten met gemeentes, kijken naar cijfers en slaan aan het rekenen. Kerngetallen zijn van levensbelang voor ons en onze franchisenemers. Een voorbeeld: als de huur meer dan 10 procent van de omzet uitmaakt, dan wordt er gewoon geen nieuwe zaak geopend. Heel simpel, omdat we weten dat je er anders niet goed uitkomt. En we hebben allebei belang, franchisegever én -nemer, bij goede resultaten. Als we ergens een vestiging neerzetten, dan is dat voor ten minste vijfentwintig jaar."

Goede samenwerking

Het contact met de meer dan vijftig franchisenemers is intensief. Vanuit de Febo-organisatie worden ze gemiddeld eens in de twee weken door één van de twee franchisemanagers be-zocht. Eventuele problemen kunnen dan worden besproken, maar de managers houden ook een oogje in het zeil om te kijken of alles verloopt zoals partijen dat met elkaar hebben afgesproken. 
"Bij een strakke, hard franchiseformule als Febo moet alles kloppen en vooral ook blijven kloppen," legt Van Boxtel uit. "Zeker in het geval van food luistert de kwaliteit van de producten én de omgeving waarin deze worden aangeboden, zeer nauw. Als ondernemers een steekje laten vallen, krijgen ze eerst een waarschuwing. Mocht deze niet snel tot verbeteringen leiden, dan komt er onherroepelijk een moment waarop we afscheid van elkaar moeten nemen. Gelukkig komt zoiets zelden voor en is de samenwerking tussen Febo en haar franchisenemers heel goed. Pas nog hebben we met zijn allen het 25-jarig jubileum van een franchisenemer gevierd."

Er is een franchiseraad, die bestaat uit vijf franchisenemers, vertegenwoordigers van de Febo-organisatie en een onafhankelijke voorzitter. De raad komt zesmaal per jaar bijeen. Daarnaast speelt de reclamecommissie een belangrijke rol; hierin hebben drie franchisenemers zitting en is Van Boxtel voorzitter. Alle publiciteitsplannen worden in dit forum bedacht en aan de hand van een vastgesteld budget uitgevoerd. De jaarlijkse bijdragen van franchisenemers zijn helder en inzichtelijk, zodat niemand zich af hoeft te vragen wat er met zijn of haar geld gebeurt. Speciaal is ook het opleidingstraject, dat in eigen huis ter hand wordt ge-nomen. Mogelijke franchisenemers worden twee weken lang in de eigen Febo-vestiging aan de Amsterdamse Slijperweg wegwijs gemaakt, waarna nogmaals een 'stage' van twee weken bij een van de bestaande franchisenemers volgt. "Zo kunnen de mensen met eigen ogen zien hoe het er bij ons aan toe gaat," vertelt Van Boxtel. "Het is overigens eenvoudiger om aan kandidaten dan aan goede vestigingspunten te komen. Febo heeft bij voorkeur A1-locaties nodig, in plaatsen met minstens 40.000 inwoners en een verzorgingsgebied van 60- 70.000 inwoners. Het valt niet mee om deze te pakken te krijgen, zeker niet gezien de huurontwikkelingen van de laatste jaren."

De ambities van Febo zijn vooralsnog beperkt tot de Nederlandse grens

"We worden iedere week wel een paar keer benaderd met de vraag of we niet in dit of dat land willen beginnen. Maar er is nog braakliggend terrein genoeg in Nederland, dus daar houden we het bij. We willen geleidelijk aan groeien, niet te snel. Bovendien zouden we dan de organisatie moeten vergroten en dat zou weer ten koste gaan van de slagkracht die zo belangrijk is. Want Febo doet het weliswaar uitstekend, met jaarlijkse groeicijfers, maar we kunnen onze ogen niet sluiten voor bepaalde marktontwikkelingen. Denk aan de Hema, die aan winkelstraten haar worsten, saucijzenbroodjes en andere producten verkoopt. Of aan een keten als Bakker Bart, waar ook hartig belegde broodjes over de toonbank gaan. Er komen steeds meer aanbieders van de snelle hap bij, wat logisch is gezien het impulsieve eetgedrag van consumenten. Als Febo zullen we kwaliteit blijven bieden, wat er ook om ons heen gebeurt. Wat we willen zijn, ligt in onze slogan besloten: de lekkerste...!'," aldus Joop van Boxtel tot besluit.