Wat zijn de voor- en nadelen van geschillenbeslechting via arbitrage?

Als er sprake is van een geschil tussen een franchisegever en een franchisenemer dan is dat nooit aangenaam voor de betrokken partijen. Als het geschil zo hoog oploopt dat partijen hun geschil niet meer onderling kunnen oplossen, dan kan één van de partijen ervoor kiezen om de zaak voor te leggen aan de burgerlijke rechter. Deze rechter zal het geschil dan beslechten. In een enkel geval hebben partijen in de franchiseovereenkomst echter arbitrage als vorm van geschillenbeslechting aangewezen. Maar wat zijn nu eigenlijk de voor- en nadelen van geschillenbeslechting via arbitrage?

Arbitrage

In Nederland kan een franchisegever of franchisenemer zich wenden tot de burgerlijke rechter in het geval van een geschil met de ander. De burgerlijke rechter is een door de overheid aangestelde rechter wiens taak het is om – kort samengevat – geschillen te beslechten. Om een zaak bij een burgerlijke rechter te kunnen voeren, moet er doorgaans griffierecht worden betaald. Verdere kosten zijn er niet, behoudens natuurlijk de eigen kosten van rechtsbijstand.

Arbitrage is een vorm van particuliere rechtspraak waarbij partijen met elkaar afspreken dat zij hun geschil niet voorleggen aan de burgerlijke overheidsrechter maar aan één of meer door hun zelf gekozen arbiters. Arbiters zijn dus feitelijk particuliere rechters. Arbitrage kent zowel voor- als nadelen, waarvan enkele hierna zullen worden besproken.

Voordelen van arbitrage

In tegenstelling tot de procedure bij de burgerlijke rechter kunnen partijen in het geval van arbitrage hun eigen rechters (arbiters) kiezen. Partijen hebben op voorhand dan meer zekerheid dat diegene die het geschil voor hun moet beslechten ook voldoende kennis van zaken heeft. Dat is uiteraard met name van belang als voor het beslechten van het betreffende geschil zeer specialistische (technische) kennis of ervaring noodzakelijk is.

Verder is een arbitrage procedure doorgaans sneller afgewikkeld dan als diezelfde zaak bij de burgerlijke rechter zou worden gevoerd. Arbiters willen nog wel eens hun agenda leegmaken om een belangrijke arbitrage snel af te kunnen wikkelen. Burgerlijke rechters hebben die luxe doorgaans niet.

In het verlengde van een snelle(re) afwikkeling kan op het volgende worden gewezen. In de burgerlijke rechtspraak wordt in eerste aanleg een vonnis gewezen, waartegen partijen in hoger beroep kunnen komen bij het gerechtshof. Als het hof vervolgens arrest heeft gewezen, dan kunnen partijen eventueel nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Daardoor kan het vele jaren duren voordat een geschil ook definitief is beslecht. Bij arbitrage is het uitgangspunt dat er slechts één procedure wordt gevoerd en dat partijen na één procedure dus ‘klaar’ zijn. Partijen hebben dus sneller een eindoordeel en het geschil is sneller definitief beslecht.

Een arbitrage procedure is in beginsel vertrouwelijk, terwijl een procedure bij de burgerlijke rechter openbaar is. Dat betekent dat een geschil, waarvan partijen uitdrukkelijk niet willen dat deze in het openbaar komt, beter via arbitrage kan worden beslecht dan via een (openbare) procedure bij de burgerlijke rechter. Eventuele ‘vuile was’ komt niet op straat te liggen zodat, bijvoorbeeld, imagoschade kan worden voorkomen.

Nadelen van arbitrage

Arbitrage kent echter ook diverse nadelen. Zo is bijvoorbeeld een procedure via arbiters vaak duurder dan via de burgerlijke rechter. In tegenstelling tot de burgerlijke rechter moeten partijen bij arbitrage naast de griffiekosten ook de kosten (het honorarium) voldoen van de arbiter(s). Die kosten worden doorgaans berekend op basis van ‘uurtje-factuurtje’. Is er sprake van een complexe zaak waarbij meerdere arbiters zijn betrokken, dan moge het helder zijn dat de aanvullende kosten ook aanzienlijk kunnen zijn. De verliezende partij dient in principe deze kosten te voldoen.

Daarnaast is specialistische (technische) kennis van zaken op een bepaald vlak niet hetzelfde als kennis en ervaring hebben op het gebied van rechtspreken. Arbiters kunnen wellicht zeer veel kennis hebben van een bepaald (inhoudelijk) onderwerp, maar dat betekent niet dat zij automatisch ook goede rechters zullen zijn. Burgerlijker rechters worden specifiek opgeleid om geschillen te kunnen beslechten. Arbiters in principe niet, alhoewel er ook vaak (oud-)rechters als arbiter optreden.

Verder is de bevoegdheid van arbiters een punt van aandacht. Om aanspraak te kunnen maken op arbitrage moet er sprake zijn van een rechtsgeldig arbitragebeding tussen partijen. Dat is een schriftelijke afspraak tussen partijen dat zij voor arbitrage kiezen in plaats van de burgerlijke rechter. Een dergelijk arbitragebeding staat dan opgenomen in de franchiseovereenkomst. Is dat beding er niet of niet rechtsgeldig opgesteld, dan moet de arbiter zich onbevoegd verklaren om kennis te nemen van het geschil. Tussen partijen kan een hoogoplopende discussie ontstaan over de (on)bevoegdheid van een arbiter, hetgeen onnodig afleidt van de beoordeling van de hoofdzaak inhoudelijk.

In het geval van franchise geschillen kan afsluitend nog de vraag worden gesteld of het nodig dan wel wenselijk is om een arbiter in te schakelen. Vaak zijn geschillen tussen franchisegever en franchisenemer van algemeen contractuele aard en gaan zij doorgaans niet over specialistische (technische) materie. Het is in die gevallen dan dus niet noodzakelijk om een (dure) arbiter in te schakelen in plaats van de zaak voor te leggen aan de burgerlijke rechter. Wel kan natuurlijk de wens van partijen om vertrouwelijkheid te betrachten een doorslaggevende rol spelen om dan toch een arbiter in te schakelen.

Afsluitend

Arbitrage kan voor een franchisegever en franchisenemer dus een goed alternatief vormen voor burgerlijke rechtspraak. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat partijen een rechtsgeldig arbitragebeding overeenkomen. Daarnaast is het belangrijk om alle voor- en nadelen goed tegen elkaar af te wegen voordat die stap wordt gezet. Zodat partijen kiezen voor een vorm van geschillenbeslechting die het meest toegespitst is op hun specifieke situatie.

Jan-Willem Kolenbrander
Franchiseadvocaat
De Clercq Advocaten Notariaat

Jan-Willem Kolenbrander

Al ruim 160 jaar laten een groot aantal, veelal landelijk opererende, bedrijven en stichtingen hun belangen behartigen door De Clercq Advocaten Notariaat.

Stel je vraag aan Jan-Willem Kolenbrander