Vijf jaar wet franchise: duidelijkheid vooraf als basis voor betere besluitvorming
Op 1 januari 2026 is de Wet franchise vijf jaar van kracht. Het doel van deze wet is het versterken van de positie van de franchisenemer ten opzichte van de franchisegever. Dat gebeurt onder meer door het opleggen van aanvullende informatieverplichtingen aan franchisegevers, ten gunste van franchisenemers. Het gaat daarbij om informatie die voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst moet worden verstrekt, maar ook om informatie tijdens de looptijd van de overeenkomst.
De informatie die voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst moet worden verstrekt, richt zich met name tot de kandidaat-franchisenemer. Deze wordt hierdoor in staat gesteld een goed geïnformeerde beslissing te nemen over het al dan niet aangaan van een franchiseovereenkomst. Dat is van belang, omdat franchiseovereenkomsten doorgaans voor meerdere jaren worden aangegaan en gepaard gaan met aanzienlijke financiële en andere doorlopende verplichtingen, zoals huur, personeel en leaseverplichtingen. Zodra de franchiseovereenkomst is gesloten, is er in de praktijk geen weg meer terug, ook niet wanneer de samenwerking of de resultaten tegenvallen.
Franchiseovereenkomsten die tot stand komen op basis van gebrekkige informatie kunnen al snel leiden tot conflicten. Dat is noch in het belang van de franchisenemer, noch van de franchisegever. De precontractuele informatie-uitwisseling beoogt dergelijke situaties te voorkomen. Een betere informatievoorziening draagt bij aan betere besluitvorming over het al dan niet aangaan van een franchiseovereenkomst. De vraag is dan: om welke informatie gaat het precies?
Welke informatie?
Op grond van artikel 7:913 van de Wet franchise is de franchisegever verplicht om in de precontractuele fase een omvangrijk pakket aan informatie te verstrekken aan de kandidaat-franchisenemer. Het betreft de volgende informatie.
Ontwerp van de franchiseovereenkomst inclusief alle bijlagen
Het verstrekken van de volledige franchiseovereenkomst lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk worden niet zelden onvolledige overeenkomsten verstrekt of ontbreken bijlagen. Hierdoor ontstaat geen volledig beeld van de afspraken. De franchisegever dient daarom de tekenklare versie van de franchiseovereenkomst te verstrekken, inclusief alle bijlagen. Onder deze bijlagen vallen ook addenda of andere documenten waarin afspraken zijn vastgelegd die onder de franchiseovereenkomst zullen gelden.
Weergave van de door de franchisenemer te betalen vergoedingen, opslagen of andere financiële bijdragen, of van hem verlangde investeringen
Een volledige opgave van alle te betalen vergoedingen, opslagen, financiële bijdragen en verlangde investeringen biedt inzicht in de financiële verplichtingen die samenhangen met de franchiseovereenkomst. Dit voorkomt dat dergelijke verplichtingen zijn verstopt in bijlagen, zoals het handboek, of anderszins onopgemerkt blijven. Kandidaat-franchisenemers kunnen hierdoor nauwkeurige financiële berekeningen maken.
Informatie over de mate waarin en de wijze waarop de franchisegever, al dan niet via een afgeleide formule, in concurrentie kan treden met de franchisenemer
Informatie over mogelijke concurrerende activiteiten van de franchisegever zorgt ook op dit punt voor duidelijkheid vooraf. Indien de franchisegever gebruik wil maken van een alternatief verkoopkanaal of een afgeleide formule, dient dit vooraf te worden gemeld. Te denken valt aan webshops of formules met dezelfde uitstraling, merknaam of een vergelijkbaar assortiment. De franchisenemer kan hiervan kennisnemen en hierover nadere informatie inwinnen, wat kan meewegen bij de beslissing om al dan niet een franchiseovereenkomst aan te gaan.
Voor zover beschikbaar: financiële informatie over de beoogde franchisevestiging of financiële gegevens van één of meer door de franchisegever vergelijkbaar geachte vestigingen
De verplichting tot het verstrekken van financiële informatie ziet uitsluitend op historische gegevens. Het gaat niet om prognoses, maar om beschikbare financiële informatie over een locatie. Daaronder vallen, voor zover beschikbaar, onder meer gerealiseerde omzet- en resultaatcijfers uit het verleden, vestigingsplaatsonderzoek, koopstromen- of planologische onderzoeken, concurrentiescans, onderzoek naar lokale koopkracht of huurprijzen. Indien geen historische informatie beschikbaar is over de beoogde vestiging, dient de franchisegever informatie te verstrekken over vergelijkbaar geachte vestigingen. Daarbij moet worden toegelicht op grond waarvan deze vestigingen als vergelijkbaar worden aangemerkt. Hoewel daartoe niet verplicht, staat het de franchisegever vrij om wel een prognose te verstrekken. In dat geval mag deze geen relevante fouten bevatten, omdat de franchisegever anders aansprakelijk kan zijn voor de gevolgen daarvan.
Indien geen historische informatie beschikbaar is over de beoogde vestiging en evenmin informatie over vergelijkbare vestigingen, kan de franchisegever geen betekenisvolle financiële informatie verstrekken. In dat geval ligt het laten uitvoeren van een vestigingsplaatsonderzoek voor de hand om de exploitatiekansen beter te kunnen inschatten. De volledige afwezigheid van relevante informatie over exploitatiekansen is risicovol en zou doorgaans moeten leiden tot terughoudendheid en behoedzaamheid bij de kandidaat-franchisenemer.
Alle overige informatie waarvan de franchisegever weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst
Tot slot is de franchisegever verplicht alle overige informatie te verstrekken waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van belang is voor de kandidaat-franchisenemer. Het gaat om relevante informatie die niet onder de hiervoor genoemde categorieën valt. Te denken valt aan bijzondere lokale omstandigheden, zoals geplande bouwactiviteiten, de komst van een concurrent, maar ook aan voornemens tot wijziging van het assortiment of plannen tot fusie.
Dankzij de verbeterde informatiepositie is de kandidaat-franchisenemer beter in staat om een weloverwogen beslissing te nemen over het aangaan van een franchiseovereenkomst. Daarmee kan worden voorkomen dat overeenkomsten worden gesloten die bij aanvang al gedoemd zijn te mislukken. Tegelijkertijd kan met meer vertrouwen worden besloten om een franchiseovereenkomst juist wel aan te gaan.
Wachttermijn: minimaal vier weken
Om te voorkomen dat een kandidaat-franchisenemer overhaast tot het sluiten van een franchiseovereenkomst overgaat, kent de Wet franchise een verplichte wachttermijn, ook wel de termijn van beraad genoemd. Deze termijn bedraagt minimaal vier weken en vangt aan na ontvangst van alle voorgeschreven precontractuele informatie. De wachttermijn biedt de kandidaat-franchisenemer de gelegenheid om de ontvangen informatie zonder druk te bestuderen, te begrijpen en waar nodig nader onderzoek te doen. Daarmee kan invulling worden gegeven aan de eigen onderzoeksplicht en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat sprake is van dwaling bij het aangaan van de franchiseovereenkomst.
Bevordering van de kwaliteit van besluitvorming
De precontractuele informatieverplichtingen dragen bij aan een verbeterde informatievoorziening voor kandidaat-franchisenemers. Franchisegevers bundelen de vereiste informatie vaak in een precontractueel informatie document, het PID. Het vastleggen van zowel de informatieverstrekking als het begin en einde van de wachttermijn is bij veel franchiseorganisaties inmiddels goed georganiseerd. Daarmee levert de Wet franchise een concrete bijdrage aan de kwaliteit van de besluitvorming over het al dan niet aangaan van een franchiseovereenkomst.
Meer weten over de aanpak van Volt Advocaten binnen franchising? Bekijk de formulepresentatie.