HEMA-problematiek: even de fee verhogen?

Niets is voor eeuwig, maar als er een fee afgesproken wordt, kan die afspraak niet zomaar gewijzigd worden. Als in de franchiseovereenkomst bepaald is dat de franchisegever eenzijdig de fee mag verhogen, dan geeft ook dat nog geen vrijbrief om dat ongebreideld te doen. Toch kunnen er hele goede redenen zijn om de fee te verhogen. Dit blijkt echter vaak een bron van geschil. Van het voorjaar schreef ik reeds een column over knallende ruzies over franchisefee. Het lopende geschil tussen HEMA en haar franchisenemers is bij uitstek illustratief voor de problematiek geworden. Wanneer kan nu de fee verhoogd worden? 

Aan de hand van de rechtspraak en regels bij andere samenwerkingsovereenkomsten, kunnen enkele spelregels geformuleerd worden. 

Ten eerste zal in de franchiseovereenkomst neergelegd moeten zijn dat de franchisegever eenzijdig de fee kan verhogen. Zonder een dergelijk beding zijn de mogelijkheden summier. Van belang is te bezien wat er precies aan eenzijdige wijzigingsbevoegdheid bedongen is in de franchiseovereenkomst. Naarmate de mogelijke wijzigingen en de gevolgen op voorhand nauwgezetter geformuleerd zijn, zal de franchisegever eerder met succes een wijziging kunnen doorvoeren. Zo kan bijvoorbeeld bepaald worden dat als het aantal franchisenemers zou dalen, de kosten bij de franchisegever door een kleinere groep opgebracht zouden moeten worden. Daarbij zou (vooraf) een (omzetgerelateerde) staffel in de franchiseovereenkomst opgenomen kunnen worden met aantallen franchisenemers en de door te voeren feeverhoging (en verlaging).

Ten tweede zal er een belangenafweging moeten plaatsvinden op basis waarvan er enige rechtvaardiging voor de verhoging van de fee te vinden is. Zo kan die rechtvaardiging bestaan bijvoorbeeld uit het rechtstreekse gevolg van veranderingen in de directe kostprijs bij de franchisegever. Bij het geschil tussen HEMA en haar franchisenemers was aan de orde dat de franchisegever een extra fee verlangde voor oplopende investeringskosten in e-commerce activiteiten. Een verhoging van de fee is echter ook dan alleen gerechtvaardigd als deze geen aanzienlijke en ongerechtvaardigde verstoring oplevert van het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de franchisenemer en de franchisegever.

Ten derde is niet te onderschatten groot belang is de tussen partijen gevoerde discussie. Het gaat er over en weer om of partijen zich verdiept hebben in de standpunten van de ander en hoe zij zich daarbij opstellen. Het niet openstaan voor de (eventuele) gerechtvaardigde belangen van de andere partij kan van invloed zijn op een gerechtelijk oordeel.

Het even verhogen van de fee is dus niet zonder meer toegestaan, ook niet als een dergelijk recht van de franchisegever in de franchiseovereenkomst neergelegd is. Anderzijds zal het resoluut van de hand wijzen van iedere vorm van overleg evenmin onredelijk geacht kunnen worden. Zoals het bij HEMA eraan toegaat lijkt een voorbeeld van hoe het juist niet moet. 

Mr. A.W. Dolphijn
Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten 
dolphijn@ludwigvandam.nl 
    

Alex W. Dolphijn
Bekijk ook

Ludwig & Van Dam franchise advocaten is een geheel in franchise- en andere samenwerkingsverbanden gespecialiseerd advocatenkantoor en marktleider sinds 1996 in zijn soort in Nederland.

Stel je vraag aan Mr A.W. Dolphijn