De concept Wet Franchise en de dringende noodzaak van franchisewetgeving

Van 12 december 2018 tot 31 januari 2019 heeft het voorstel voor de Wet Franchise ter consultatie voorgelegen. De Wet Franchise is het resultaat van een langjarige discussie over geconstateerde misstanden in de franchisebranche die worden toegeschreven aan de intrinsiek ongelijkwaardige verhouding tussen franchisegever en franchisenemer. Er zijn veel reacties binnengekomen van zowel franchisegevers- als franchisenemerszijde. Franchisegevers zijn kritisch en franchisenemers zijn positief. 

Vijf belangrijke onderwerpen die geregeld worden in de Wet Franchise, worden hieronder nader toegelicht. 

  1. De verplichting voor franchisegever om informatie te verstrekken voorafgaand aan de franchiseovereenkomst, waaronder financiële informatie met betrekking tot de beoogde franchisevestiging. 
    De verplichting tot het verstrekken van (financiële) informatie beoogt een kandidaat-franchisenemer in staat te stellen om de kansen en risico’s van het starten van een franchisevestiging zo goed mogelijk in beeld te krijgen en een afgewogen besluit te nemen om wel of geen franchiseovereenkomst te sluiten. Dat is van groot belang omdat franchiseovereenkomsten vaak zware contractuele en financiële verplichtingen voor franchisenemers met zich meebrengen die nog al eens worden onderschat of door een te rooskleurig beeld van de slagingskansen ‘voor lief’ worden genomen. Als de resultaten dan tegenvallen, kan een franchisenemer niet zonder grote financiële schade van die contractuele verplichtingen worden verlost.
     
  2. Een verplichte bedenktijd voor beide partijen van vier weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. 
    De verplichte bedenktijd van vier weken – die gaat lopen nadat franchisenemer en franchisegever elkaar van alle benodigde informatie hebben voorzien – beoogt  partijen in staat te stellen om zich goed te beraden over de samenwerking, de ontvangen informatie te bestuderen en zo nodig aanvullend onderzoek te doen of advies in te winnen. Gedurende die vier weken mag franchisenemer ook niet worden aangezet tot het doen van betalingen of investeringen vooruitlopend op de totstandkoming van de franchiseovereenkomst. De termijn van beraad beoogt te voorkomen dat de franchiseovereenkomst of bijkomende verplichtingen onder tijdsdruk (te snel) worden aangegaan zonder dat partijen voldoende in de gelegenheid waren om de kansen en risico’s van de samenwerking goed te doorgronden.
     
  3. Instemmingrechten voor franchisenemers bij voorgenomen wijziging van de franchiseovereenkomst of handelingen van franchisegever die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor franchisenemers.
    Het komt regelmatig voor dat franchisegever wijzigingen wil doorvoeren met aanzienlijke gevolgen voor franchisenemers. Voorbeelden zijn: wijziging van huisstijl, wijziging van producten- of dienstenassortiment, wijziging van feestelsel, wijziging in belevering, wijziging in ondersteuning, wijziging in het genereren van leads, wijziging van exclusieve verzorgingsgebieden, et cetera. Door het instemmingsrecht wordt franchisegever verplicht om over wijzigingen met aanzienlijke gevolgen in overleg te treden en tot overeenstemming te komen met franchisenemers. Dat is gezien de afhankelijkheid van franchisenemers van de formule volstrekt logisch en redelijk. Bovendien zal een verstandig franchisegever altijd overeenstemming zoeken over dergelijke wijzigingen omdat een door franchisenemers gedragen besluit met (veel) meer overtuiging en enthousiasme zal worden uitgevoerd dan een opgelegd besluit zonder draagvlak. Als een wijziging goed is voor franchisenemers dan zal franchisegever hen daarvan kunnen overtuigen.
     
  4. Het verplicht opnemen in de franchiseovereenkomst hoe goodwill wordt bepaald en hoe deze wordt uitgekeerd aan franchisenemer.
    Het verplicht opnemen in de franchiseovereenkomst dat – en hoe - opgebouwde goodwill die redelijkerwijs aan franchisenemer is toe te rekenen, moet worden vergoed, beoogt te voorkomen dat franchisenemer bij het einde van de franchiseovereenkomst niets ontvangt voor die goodwill. Indien daarover in de franchiseovereenkomst niets is bepaald, zoals vaak het geval is, komt het voor dat een franchisevestiging wordt overgedragen zonder vergoeding van opgebouwde goodwill hetgeen grote nadelige financiële gevolgen kan hebben voor de franchisenemer. Het verplicht opnemen van de goodwillvergoeding in de franchiseovereenkomst voorkomt een dergelijke situatie. Bovendien schept het duidelijkheid over wat wel en niet kan worden verwacht aan goodwillvergoeding hetgeen franchisenemer kan meewegen bij het besluit om wel of geen franchiseovereenkomst te sluiten.
     
  5. Afwijken van de Wet Franchise is niet toegestaan behalve ten gunste van franchisenemers.
    Aangezien de Wet Franchise strekt tot bescherming van franchisenemers mag daarvan niet worden afgeweken ten nadele van franchisenemer; wel ten voordele. De Wet Franchise beoogt spanningen en conflicten tussen franchisegevers en franchisenemers te voorkomen en meer balans te brengen in de franchiseverhouding door versterking van de positie van franchisenemer. Verder beoogt de wet in geval van geschillen handvatten te bieden met oog voor de bijzondere aard van de franchiseverhouding. Juist door het dwingendrechtelijke karakter zal de Wet Franchise goed functioneren en de beoogde effecten sorteren.

Positieve & kritische reacties

Op de Wet Franchise is positief gereageerd door vrijwel alle franchisenemers waaronder Franchisenemers Netwerk Nederland (FNN) dat de spreekbuis is voor organisaties zoals BOVAG, BVFN, FANED, de Fraudehelpdesk, Franchisenemersbelangen Nederland, Franchisewijzer en Vakcentrum. FNN vertegenwoordigt daarmee circa 90% van de omzet van franchisenemers in Nederland en 75% van de daarbij betrokken werkgelegenheid.

Een deel van de franchisegevers, waaronder de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV) die de belangen van franchisegevers vertegenwoordigt, heeft zich – net als in het verleden - kritisch uitgelaten. Dat is niet geheel verwonderlijk nu zij zonder franchisewetgeving ‘vrij spel’ hebben en zij dat niet vrijwillig opgeven.

Door die franchisegevers wordt wel gesteld dat wetgeving in strijd zou komen met het beginsel van ‘contractsvrijheid’. Contractsvrijheid is echter geen doel op zich en stond ook niet in de weg aan bijvoorbeeld specifieke (retail)huur- en agentuurwetgeving ter versterking van de onderliggende partij. Daar waar contractsvrijheid leidt tot een onredelijke disbalans binnen de franchiseverhouding  met onwenselijke gevolgen is een wettelijke regeling ter versterking van de positie van franchisenemers zonder meer gerechtvaardigd.

Ook stellen die franchisegevers dat wetgeving het samenwerkingsmodel franchising onaantrekkelijk zou maken en zelfs het einde van franchising in Nederland zou kunnen betekenen (!). Dat argument is onbewezen en onaannemelijk. Juist in bijvoorbeeld Australië en de VS waar zeer vergaande en ingrijpende franchisewetgeving bestaat (gericht op versterking van de positie van franchisenemer) is sprake van een goed functionerende en bloeiende franchisesector.

De geconstateerde problemen in de franchisesector zijn grotendeels terug te voeren op de onevenwichtige verhouding tussen franchisegever en franchisenemer. De noodzaak tot versterking van de positie van franchisenemer is hoog en de concept Wet Franchise in huidige vorm zal positief bijdragen aan vermindering van conflicten en verbetering van het functioneren van de franchisesector. Het is te hopen dat de Wet Franchise zonder verdere vertraging definitief wordt.

Kees Kan
Franchise advocaat
Volt Advocaten

Kees Kan
Kees Kan Kees Kan
Advocaat

Volt Advocaten is gespecialiseerd in het ondernemingsrecht, franchiserecht, arbeidsrecht, erfrecht, echtscheidingsrecht, vastgoedrecht en huurrecht. 

Stel je vraag aan Kees Kan