‘Daar is hij weer’

Met deze titel is het succesvolle boek van Timur Vermes uit het Duits (Er ist wieder da) in het Nederlands vertaald. De film en het boek mogen zich in groot enthousiasme verheugen.

Onwillekeurig moest ik hieraan denken toen ik de vraag kreeg om mijn licht te laten schijnen over de recente ontwikkelingen in de franchisewereld. Na een kleine vijf jaar zwijgen. Adolf H. neemt in het genoemde boek na bijna zeventig jaar afwezigheid de huidige maatschappij op zijn manier de maat op basis van zijn vroegere inzichten en ervaringen. In de tekst en tussen de regels krijgen we een spiegel voorgehouden waar best iets van te leren is. Een aanrader om te lezen en in dit geval vooral de opmaat voor mijn bijdrage aan Franchise+, na zo’n vijf jaar stilte. Zwijgen is echter wat anders dan niet zien wat er gebeurt. Geen vrolijk beeld. In crisistijden blijkt pas echt hoe sterk de band tussen franchisegever en franchisenemer is en hoe ver de wederzijdse solidariteit gaat. Is het werkelijk de ‘familie’ die schouder-aan-schouder staat in slechte tijden en die we ons graag voorstellen als we een franchise met al zijn belanghebbenden voor ogen hebben?

Franchising is onderhevig aan menselijke zwakheden

De realiteit geeft aan dat franchise in dat opzicht niets bijzonders is, het succes heeft vele meesters en bij tegenwind wijst men snel met het vingertje naar de ander als de schuldige van de neergang. Het geijkte patroon. Schouderklopjes en ‘high fives’ maken snel plaats voor loopgraven, advocaten en dagvaardingen. Er is geen gezamenlijk belang meer maar slechts muren tussen twee soorten eigenbelang. De kern van het probleem ligt in de omschrijving van de relatie tussen de partijen, zoals die in de franchiseovereenkomst is vastgelegd. Wie had anders verwacht?

Een kolfje naar de hand van advocaten zou je zo zeggen. Maar is dat wel zo’n goed idee? Zij zijn immers de scheppers van de Modelovereenkomst van de NFV, die nu feitelijk als de bron van het kwaad moet worden beschouwd. Jus scriptum vigilantibus, het recht is geschreven voor hen die waakzaam zijn, aldus een bij juristen bekende spreuk. Met die waakzaamheid is het binnen de NFV, toch voorzien van een grote Juridisch Commissie met dé specialisten, mijns inziens slecht gesteld. Specialisten ontlenen een belangrijk deel van hun gezag aan het feit dat zij verder denken, ontwikkelingen vóór zijn, kansen zien en bij veranderingen een voortrekkersrol vervullen. Maar dat lijkt hier toch anders te zijn. 

Advocaten moeten tweede viool spelen

Wat zijn advocaten? Het zijn mensen die dat beroep kiezen om zelfstandig een bepaalde rechtspraktijk te kunnen uitoefenen en geen hiërarchische bindingen willen hebben. Als ze niet alleen werken kruipen ze hoogstens in maatschappen. Dat blijkt niet steeds een geslaagde constructie, waarin advocaten in een maatschap het onderling ook nog wel eens aan de stok hebben, zelfs in de franchisewereld. Zo zie je maar, samenwerken is een ander vak. Eigenlijk zijn advocaten van nature ongeschikt om een managementrelatie inhoud te geven. En franchising is toch een managementrelatie, de één vertelt de ander wat en hoe dingen moeten gebeuren. Daar is niks mis mee, je moet er primair met een managementbril naar kijken en secundair met een juridische. Het juridische is ondergeschikt aan het management aspect en niet omgekeerd.

Advocaten hebben hier in de afgelopen jaren een te grote broek aangetrokken en zich een te groot profiel aangemeten. Natuurlijk zal het verweer zijn, dat nergens hun handtekening onder een franchiseovereenkomst staat, de franchisegever en franchisenemer bepalen zelf wat er in het contract staat en zijn dus zelf eindverantwoordelijk voor de inhoud daarvan. Volkomen juist, maar het ontslaat de deskundigen niet van hun verantwoordelijkheid met betrekking tot de inhoud van bijvoorbeeld de Model franchiseovereenkomst die de Juridische Commissie van de NFV in gezamenlijk overleg heeft opgesteld. Bij de totstandkoming sterk gedomineerd door de beroepsmatige advocaten, met beperkte directe inbreng van enkele zeer grote franchisegevers, die heel af en toe hun eigen juristen afvaardigden naar de Juridische Commissie. Het resultaat was een product dat als leidraad moest dienen voor iedereen.

De grote meerderheid van de franchisegevers heeft dit (passief) over zich heen laten komen en was gewoon de dankbare afnemer van het product ‘Model overeenkomst’, met hier en daar een enkele aanpassing voor een specifieke situatie. Franchisenemers waren niet in beeld als belanghebbende partij.

Erecode kon gewoon integraal onderdeel zijn

Net als alle bepalingen van een franchiseovereenkomst had de Erecode gewoon een integraal onderdeel kunnen vormen van die overeenkomst. Dus loskoppeling van het lidmaatschap van de NFV en de al of niet integere naleving door de leden. En daarmee had de inhoud van die Erecode (of de relevante delen ervan) dezelfde werking gekregen als andere bepalingen. Ik wil niet suggereren dat hiermee alle huidige problemen voorkomen waren, maar het had in ieder geval een duidelijk signaal opgeleverd vanuit franchisegevers over hun verantwoordelijkheid, eventuele aansprakelijkheid en bereidheid om alle relevante zaken op een evenwichtige manier binnen hun franchise te structureren en uit te voeren. Dat had waarschijnlijk nu voor een zakelijker gesprekstoon gezorgd en ook in de politiek een sympathiekere indruk gewekt. Materiekennis, een beetje ‘out-of-the-box’ denken en enige creativiteit was alles wat nodig was. Ik laat het aan de lezer over om te bedenken wat ruim twintig advocatenkantoren, leden van de NFV, hadden kunnen doen.

Nu lopen de emoties hoog op en moet er gezocht worden naar een oplossing, zeker sinds de radar van de politiek nadrukkelijk op de franchisewereld is gericht. Desnoods komt de Minister zelf om knopen door te hakken en wetgeving te introduceren. Iets waar ik me vijftien jaar geleden nogal tegen verzet heb, want in het toenmalige tijdgewricht was dat overbodig. Maar de ontwikkelingen hebben niet stilgestaan. Het had ook toen voor iedere jurist duidelijk moeten zijn dat een Erecode, die slechts gekoppeld is aan het lidmaatschap van een vereniging, op weinig begrip kon rekenen bij een rechter. Er zijn teveel niet-leden die er geen boodschap aan hebben. Men kan het vergelijken met een cao, die pas echt meetelt als er een algemeen verbindende verklaring op gevolgd is. Bij de Erecode is hiervan nooit sprake geweest of zelfs maar over gedacht. Er is zelfs nog nooit een lid van de NFV geroyeerd omdat hij de Erecode niet had nageleefd. Sterker nog: de meeste leden hebben nauwelijks een idee wat er in staat en waaraan zij eigenlijk zijn gebonden! Flinke zwakheden en een situatie die vragen en problemen oproept.

Geloofwaardigheid NFV in het geding

Nog is er geen wetvoorstel, de Minister heeft voorlopig volstaan met een Schrijfcommissie die vol goede moed, onder ambtelijk toezicht, aan het werk is gegaan, nadat Tweede Kamerleden bij hun nieuwsgaring in gesprekken met betrokkenen en passant wat deelnemers de oren hadden gewassen. Eigenlijk was dat een eerste waarschuwing over de ernst van de zaak in de ogen van de politici, maar dat signaal is kennelijk niet opgepakt. De NFV prees zich gelukkig met twee leden vertegenwoordigd te zijn. Inmiddels is het eerste concept van een Nederlandse Franchise Code van alle kanten onder vuur genomen. Het Bestuur van de NFV kan het zich aanrekenen dat zij voor zichzelf het tij laat verlopen en zich eigenlijk buitenspel heeft gezet door hun twee afgevaardigden in de Schrijfcommissie in de kou te laten staan. Waarmee de geloofwaardigheid van deze vereniging een flinke deuk heeft opgelopen en de vraag mag zijn hoe zij de belangen van de leden in dit proces kan blijven vertegenwoordigen. Nu pakken de wolken boven een vrijwillige regeling zich samen. De Minister lijkt nog geduld te hebben en wacht op een tweede versie van een voorstel dat wel het noodzakelijke draagvlak moet hebben. Hoeveel tijd is er nog?

Goede wetgeving beter dan slappe eigen regels zonder draagvlak

De tijd van eenvoudige oplossingen is voorbij, ook al omdat de directe belanghebbenden lijnrecht tegenover elkaar staan en de franchisegevers zich als groep de facto buiten spel hebben gezet. De vraag is nu meer opportuun of wetgeving dan toch niet de beste oplossing is. Hoewel ik hier nog steeds geen voorstander van ben lijkt het nu beter de realiteit van dit moment onder ogen te zien. In het spel naar wetgeving kunnen de belanghebbenden naar hartenlust lobbyen bij de Tweede Kamerleden om hun belangen zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen. Daarbij zitten de franchisegevers duidelijk in de verdediging, die wat eenvoudiger zou zijn als sprake was van een gesloten front. Maar dat is er niet getuige de insteek van de NFV bij de uitkomst van het eerste concept Franchise Code. Beschamend en getuigend van slappe knieën van een onderling verdeeld bestuur. Dat voorspelt een ledenvergadering met vuurwerk, zoals tot heden niet gezien. De grotere franchisegevers zullen zonder twijfel trachten in Den Haag hun eigen zaak te bepleiten en er zijn er best die daar ervaring mee hebben. De vraag is dan of het belang van kleinere franchisegevers in hun pleidooi meegenomen wordt. Dat is niet waarschijnlijk, waarmee deze groep verweesd moet afwachten wat er uit komt. Wat dit betekent voor het lot van de NFV blijft gissen, maar de voortekenen zijn niet goed. Rechters en franchisenemers hebben al duidelijk aangegeven dat er het nodige schort aan de huidige praktijk, iets wat door de politiek gretig is opgepakt. Franchisenemers en hun rechten hebben vooralsnog de wind in de rug naar een nieuwe regeling, vrijwillig of via wetgeving.

Jan C. Bezemer
Voormalig hoofdredacteur Franchise