Franchise in Ede

Franchise+ gaat op pad in een stad en laat franchisenemers aan het woord. Over hun winkel, hun formule en over hun stad. Door verschillende ondernemers uit verschillende branches naar hun visie te vragen, ontstaat een momentopname van zaken doen in een specifieke stad. Deze keer waren we in Ede.

Ondernemers in de binnenstad van Ede vergelijken hun winkelgebied vaak met dat van Veenendaal. De gemeenten liggen dicht bij elkaar en de winkelgebieden zijn ongeveer even groot. Ook de inwonersaantallen zijn te vergelijken: Ede heeft 68.050 inwoners, Veenendaal 62.072. Ondernemers in Ede hebben soms het gevoel dat hun stad een minder sterke concurrentiepositie heeft omdat er geen overdekt winkelcentrum is. Veenendaal heeft dat wel. Onderzoeksbureau Locatus ziet nog meer verschillen. Zo heeft Veenendaal in verhouding meer kleding- en modezaken (tweeëntwintig procent van de verkooppunten) dan Ede (zestien procent). Daar staat tegenover dat Ede weer meer horecapanden heeft (zeventien procent van de verkooppunten) dan Veenendaal (dertien procent). De leegstand is in beide steden vergelijkbaar. In Ede staat elf procent van de panden leeg, in Veenendaal is dat dertien procent. Dit is meer dan het landelijk gemiddelde. In soortgelijke winkelgebieden staat gemiddeld negen procent van de winkels leeg.

Achterdoelen

Veel franchisenemers hebben zich gevestigd in de Achterdoelen. Dit is een relatief nieuw gedeelte dat grenst aan de drukste straat van de binnenstad (De Grotestraat). Vooral winkels op het gebied van mode en luxe zijn hier goed vertegenwoordigd. In de Achterdoelen bestaat namelijk eenenveertig procent van de winkels uit mode en luxe. Voor de rest van het centrum ligt dat percentage op zesentwintig procent. Uit de verhalen van de ondernemers blijkt dat de Achterdoelen niet helemaal is geworden wat zij ervan verwacht hadden. Dit is ook terug te zien in de leegstand. In het hele centrum staat elf procent van de panden leeg, in de Achterdoelen is dat veertien procent. Björn Jansen, accountmanager bij Locatus, begrijpt de klachten wel. “De Achterdoelen heeft net iets meer dan vijftig procent van het aantal passanten dat in het drukste gedeelte van de binnenstad loopt. Dat hoeft geen bezwaar te zijn. Sommige ketens kiezen ervoor om zich in een rustig gedeelte te vestigen omdat hier de huren iets lager zijn en omdat dat past bij hun formule. Maar in de Achterdoelen zijn juist ketens gevestigd, zoals The Sting, die vaak voor zeer drukke straten kiezen. Het is begrijpelijk dat het aantal passanten voor dat soort ketens tegenvalt.”

Naast de Achterdoelen heeft Ede ook het subcentrum Hof van Gelderland. Als je naar het aantal winkels kijkt dat daar gevestigd is, dan zou je denken dat ook dit een gedeelte is met veel mode en luxe (drieëndertig procent van het aantal verkooppunten). “Maar dat geeft een vertekend beeld”, vertelt Jansen. “Er zijn daar namelijk een grote supermarkt en twee grote drogisterijketens gevestigd. Dus als je kijkt naar de vloeroppervlakte, dan heeft ‘dagelijkse boodschappen’ de overhand.”

Passanten

Het drukste punt van de binnenstad van Ede is de Grotestraat en dan vooral van de opticien Het Huis tot aan de HEMA. Als je vanuit die twee punten de straat uitloopt (zowel naar links als naar rechts), dan neemt het aantal passanten langzaam af. “Maar in die hele straat is het aantal passanten nog zeer goed”, vertelt Jansen. “Pas vanaf de kruising met de Arnhemseweg neemt het aantal passanten sterk af.” Qua passanten verliest Ede het van Veenendaal.

“Klanten kennen mij van de lokale televisie”

Henrico Boers, franchisenemer van EXPO, vindt Ede een leuke plaats. “Edenaren zijn prettige mensen. Ze zijn erg trouw.” Zijn winkel is gevestigd in de Achterdoelen, een relatief nieuw gedeelte waar het aantal passanten tegenvalt. Toch vertelt Boers dat hij niets te klagen heeft. “Vooral de inlijstafdeling draait goed. Dat komt mooi uit, want daar zitten goede marges op.” Hij had het geluk dat de vorige huurder van het pand ook een inlijstafdeling had. Klanten waren dus al gewend om daar naartoe te komen. Boers heeft bovendien veel naamsbekendheid opgebouwd door elk uur te adverteren op de lokale televisie. “Dat is niet duur en ik merk dat het veel impact heeft”, vertelt hij. “Vooral tijdens grote lokale evenementen, zoals de Heideweek, trekt zo’n zender tienduizenden kijkers. Ik hoor regelmatig van klanten dat ze mij kennen van televisie.”

Boers vindt het uitstallingbeleid in Ede te streng. Zelf heeft hij daar weinig last van omdat zijn winkel met veel grote ramen goed opvalt. Toch zou hij het goed vinden als de gemeente daar soepeler in is. “Ik vind de straat nu te open. Dit gedeelte van het centrum is breed opgezet. Ook als hier veel mensen lopen, dan ziet het er nog steeds minder druk uit dan in de smalle straten van het oude gedeelte.” Boers heeft weinig last van criminaliteit. Toch is hij een half jaar geleden erg geschrokken van een inbraak. “Eigenlijk mogen we niet klagen,  want het was voor ons de eerste keer in zeventien jaar. Maar het had wel veel impact.”

“Ede is een dorp, maar ze rekenen stadsprijzen”

“Ede heeft niet echt een regiofunctie”, vertelt Erik Meeuwig, franchisenemer van Jamin. “In de winter moeten we het echt hebben van de inwoners van Ede. In de zomer is het hier wel een stuk drukker vanwege alle toeristen. Dat zijn ook de betere klanten. Gewone klanten zijn nogal kieskeurig. Toeristen kijken nergens naar en kopen gewoon.”

Meeuwig ergert zich wel aan de hoge huurprijzen. “Ede is een dorp, maar ze rekenen stadsprijzen.” Nu heeft hij ook als nadeel dat zijn pand erg groot is. Een groot gedeelte van zijn pand gebruikt hij als magazijn. Toch zou hij voor geen goud willen verhuizen naar een goedkoper, kleiner pand. “Alle grote winkelstraten komen hier samen. Dus dit is het beste plekje van Ede.”

Ook vindt hij het niet kloppen dat parkeren zo duur is. Zelf heeft hij een vergunning en daar betaalt hij zevenhonderd euro per jaar voor. “Ik ken ook steden waar ondernemers in de binnenstad één parkeerkaart per vestiging gratis krijgen. Dat is toch veel beter. Ede moet toch juist blij zijn dat we hier gevestigd zijn? Bezoekers moeten ook altijd veel betalen, ook na zes uur. Ik vind dat dat goedkoper kan. Er is wel altijd voldoende ruimte om te parkeren.”

Meeuwig heeft er niet zo veel last van dat veel ondernemers hun winkel pas laat openen en vroeg alweer sluiten (iets waar anderen wel over klagen). “We zitten vlak bij grootwinkelbedrijven, zoals de HEMA. Die zijn allemaal tot zes uur open.”

“Reclamebelasting is een hele verbetering”

DIDI-franchisenemer Bianca Wessels is gevestigd in winkelstraat de Achterdoelen. Zij vindt het aantal passanten hier tegenvallen. “Ik denk dat het overal moeilijk is, dat is een landelijke tendens. We hebben een goede collectie en daardoor weten we mensen aan ons te binden. Maar je merkt dat je de taart met meer winkels moet delen en daardoor verdwijnen er formules.” Wessels vertelt bovendien dat de concurrentie met andere steden – zoals Arnhem, Utrecht en Amersfoort - groot is. Ook de omliggende dorpen, zoals Lunteren, hebben een vrij compleet eigen centrum.

Toch vertelt ze dat er voldoende gebeurt om de stad aantrekkelijk te maken. “Sinds kort hebben we reclamebelasting en dat is een hele verbetering”, vertelt ze. “Vroeger was het altijd dezelfde club met ondernemers die de kar moest trekken. Nu doen we het gezamenlijk.” Wessels is lid van het dagelijkse bestuur van de Stichting Binnenstad Management en ze vertelt dat het een actieve club is die veel voor elkaar krijgt. “We organiseren veel evenementen, maar ook op andere terreinen boeken we succes. Zo hebben we al de derde ster van het Keurmerk Veilig Ondernemen. Dit betekent bijvoorbeeld dat we sommige criminelen een collectief winkelverbod kunnen opleggen. Ik denk dat dat preventief werkt.”

Een ergernis van veel Edense winkeliers is dat iedereen andere openingstijden heeft. Ook voor Wessels is dat een doorn in het oog. “We hebben wel eens een enquête gehouden over de meest gewenste openingstijden. We hebben toen voorgesteld dat iedereen de meest populaire openingstijden zou aanhouden. Helaas heeft het niets geholpen. Veel ondernemers gaan toch hun eigen gang. En we kunnen ook niemand dwingen. Iedereen is eigen baas. Het enige dat helpt is dat je laat zien dat je succes hebt als je wel open bent. Zo ben ik bijvoorbeeld altijd al met Koninginnendag open geweest. Anderen zagen dat dat succesvol was en nu doet iedereen het.”

“Edenaren kijken eerst de kat uit de boom”

“Ede is een prettige stad”, vindt Jan Crum, franchisenemer van Subway. “Het centrum is niet groot, maar er zijn toch heel wat winkels. Wel is het een nadeel dat de bevolking wat terughoudend is. Het duurt eventjes voordat ze je geaccepteerd hebben. Vooral ouderen kijken best lang de kat uit de boom.

In de regio moeten we concurreren met Veenendaal, dat twee overdekte winkelcentra heeft. Vooral als het slecht weer is, dan gaan mensen misschien toch liever naar Veenendaal. Toch verwacht ik dat het nu aantrekt. Het centrum heeft veel verbouwingen achter de rug en is nu af. Ook hebben we een actieve winkeliersvereniging die de laatste tijd steeds meer evenementen organiseert. Vooral evenementen voor kinderen trekken altijd veel publiek. Evenementen voor volwassenen doen het niet altijd even goed. Het succes is vaak afhankelijk van het weer. En misschien heeft dat ook weer te maken met de aard van de bevolking. Een extra zaterdagkoopavond voor kerst was bijvoorbeeld geen succes.

Ik heb weinig last van criminaliteit. Er is soms wat graffiti en mijn stoepbord is een keer vernield, maar dat is ook alles. Wel heeft iemand een keer geprobeerd om in te breken, maar dat is niet gelukt. Blijkbaar heb ik een sterke ruit. Maar ik betwijfel of dit echt inbrekers waren, want bij mij valt niets te stelen.”

“Mensen voelen zich veilig op straat”

Hendrik van Velthoven, franchisenemer van House of Shoes, vertelt dat hij een moeilijke start  had in Ede. “Ik had de winkel van iemand overgenomen, dus de winkel bleef hetzelfde. Toch waren de mensen terughoudend omdat ze me nog niet kende. Nu ik eenmaal gevestigd ben, zijn ze me wel trouw.”

Hij merkt dat het tegenwoordig sowieso moeilijk is om mensen de stad in te krijgen. “Mensen kopen meer via internet. Bij schoenen doen ze dat misschien niet zo snel als bij andere artikelen, maar we merken dat het daardoor wel minder druk is in de stad.”

Van Velthoven vertelt dat de winkeliersvereniging veel organiseert om publiek naar de stad toe te trekken. “Je moet veel doen om het voor mensen nog interessant te maken. Zo konden kinderen dit weekend gratis op de foto met de televisiefiguren van het Zandkasteel. Dat was een groot succes. Komende zaterdag kunnen ze de foto’s op komen halen.”

Van Velthoven heeft niet zo veel last van criminaliteit. “We horen vaak dat er jongeren rondhangen bij de McDonald’s, maar dat is ook het enige. Er is toezicht en mensen voelen zich veilig op straat. Ik hoor wel eens van steden dat winkels tijdens koopavond dicht moeten omdat het onveilig is. Daar hebben we hier totaal geen last van.”

Van Velthoven stoort zich wel aan het feit dat sommige winkels pas laat open gaan en vroeg weer sluiten. “Ik snap niet dat een winkel met korte openingstijden rendabel kan zijn.” Toch is Van Velthuizen niet voor het opleggen van boetes. “Onder dwang presteert niemand goed. Ik denk dat het beter is als ondernemers gaan inzien dat het klantvriendelijk is om lang open te zijn. Naar mijn idee maak je een slechte indruk als klanten al om kwart voor zes al voor een gesloten deur staan.”

“In de zomer verdubbelt het inwonersaantal”

Aart Mostert is geboren en getogen in Ede. Hij woonde dertig jaar in andere steden. Twee jaar geleden besloot hij weer naar zijn geboortestad terug te keren en opende een vestiging van Eye Wish Groeneveld in het centrum. “Er waren hier al verschillende optieken gevestigd, maar ik was er meteen van overtuigd dat er ook voor ons nog plek was. Iedere formule heeft toch zijn eigen doelgroep. Bovendien heeft Ede – zeker in de zomermaanden – een regiofunctie. De campings en de bungalowparken zitten dan vol, waardoor het inwonersaantal van de gemeente verdubbelt. Omdat Eye Wish Groeneveld een landelijke formule is profiteer ook ik daarvan. Mensen die een leuke bril zien, kunnen hem hier bestellen en thuis ophalen. Dat gebeurt niet veel, maar het komt wel voor.” Ook vertelt hij dat het centrum goed bereikbaar is: er zijn veel parkeerplaatsen en het station is dicht bij de winkels. Mostert is aangesloten bij een winkeliersvereniging, omdat dat verplicht is. “Ik vind het wel goed dat ze dat verplicht stellen, want anders krijg je scheve ogen. Ze organiseren veel, zoals markten, een drumbandje, clowns of figuren op stelten. Zo maken ze er echt een gezellig centrum van.”