Reken je niet rijk, let op bij het contracteren met boetebedingen!

Veel franchiseovereenkomsten bevatten boetebedingen. Het is aan te raden om daar in de onderhandelfase goed bij stil te staan. Het klakkeloos knippen en plakken of accepteren daarvan kan er namelijk toe leiden dat niet wordt bereikt wat wordt beoogd.

Het gemengde boetebeding

Het gemengde boetebeding is terug te vinden in de wet (artikel 6:91 BW). Daarvan is sprake wanneer de overeenkomst bepaalt dat de partij die een verplichting uit de overeenkomst niet nakomt aan de andere partij een geldsom of andere prestatie moet voldoen. Een voorbeeld is het beding in franchiseovereenkomsten waarbij de franchisenemer een fors geldbedrag aan de franchisegever moet betalen als hij het geheimhoudings- of non-concurrentiebeding overtreedt.

Er schuilt een risico achter gemengde boetebedingen: wanneer een beroep wordt gedaan op zo’n boetebeding, kan namelijk geen nakoming meer worden gevorderd van de hoofdverbintenis waaraan de boete is gekoppeld (artikel 6:91 lid 1 BW). Ook kan dan geen vergoeding van de werkelijke schade meer worden gevorderd (artikel 6:92 lid 2 BW).

Een voorbeeld: als is bepaald dat de franchisenemer na het eindigen van de franchiserelatie bepaalde zaken moet retourneren op straffe van een “direct opeisbare boete” van € 5.000, en de franchisenemer niet tot afgifte overgaat, dan kan de franchisegever alleen nog de boete en niet meer de afgifte van de zaken of een bijkomende schadevergoeding vorderen. 

Het zuivere boetebeding

Om naast de boete ook nog nakoming en schadevergoeding te kunnen vorderen, is het verstandig om van het boetebeding een zuiver boetebeding te maken. Dat kan door te bepalen dat er naast betaling van de boete ook nakoming van de hoofdverbintenis én schadevergoeding kan worden gevorderd. 

Bijvoorbeeld: “Indien A tekortschiet in de nakoming van vorenbedoelde verbintenis heeft B het recht om van A een boete te vorderen van € X. Dit laat het recht van B om gebruik te maken van zijn overige rechten onverlet. De boete kan naast schadevergoeding en nakoming op grond van de wet worden gevorderd.”

Het oneigenlijke boetebeding

Tot slot kennen we het oneigenlijke boetebeding. Dit is het boetebeding waarin is opgenomen dat er geen verplichting bestaat tot een bepaald handelen of nalaten, maar er wel een boete moet worden betaald als dit handelen of nalaten zich voordoet. Het handelen of nalaten levert dus geen wanprestatie op, maar wel een boete.

Een voorbeeld van een oneigenlijk boetebeding is wanneer het de franchisenemer is toegestaan naast de producten van de franchisegever ook producten van derden af te nemen, maar de franchisegever wel een bepaald omzetpercentage van die producten aan de franchisegever moet afdragen. 

Andere belangrijke aspecten

Bij het contracteren met boetebedingen moet daarnaast rekening worden gehouden met tal van andere belangrijke aspecten (bijvoorbeeld rechterlijke matiging van de boete). Wilt u in de franchiseovereenkomst een boetebeding opnemen, of treft u er één aan in een overeenkomst die u wordt voorgelegd, besteed daar dan de nodige aandacht aan. Voorkom dat u zich met een (boete)beding ten onrechte rijk rekent.

Asmara Kalter
Fort Advocaten
Wilt u reageren? Klik hier.

Asmara Kalter
Asmara Kalter Asmara Kalter
Advocaat

Fort Advocaten (“FORT”) is een advocatenkantoor gespecialiseerd in vastgoedrecht en ondernemingsrecht met een leidende positie in de retail, vastgoed en hotels & leisure branche.

 

Stel je vraag aan Asmara Kalter