Incassofraude levert franchisegever 4 jaar gevangenisstraf en een boete van € 7 miljoen op

Hoewel het vrij uitzonderlijk is, kom je in franchiseland zo af en toe spreekwoordelijke cowboys tegen. In een zeer exceptionele strafrechtelijke kwestie, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2019:11154) recent geoordeeld dat één van de directeuren van een (voormalig) franchisegever van een horecaformule een gevangenisstraf dient uit te zitten van vier jaar en negen maanden en daarnaast een boete dient te betalen van ruim zeven miljoen euro. 

Achtergrond

De directeur van de franchisegever is er (mede) van verdacht dat hij opereerde voor diverse franchisenemers. Ten behoeve van het innen van de franchisevergoedingen, had de franchisegever incassocontracten gesloten met de bank. Door middel van deze incassocontracten konden bedragen (fees) worden geïncasseerd. De rekeningen bleken echter niet toe te behoren aan franchisenemers. Een door de franchisegever te incasseren bedrag werd dan bijvoorbeeld door de bank, vooruitlopend op het slagen van de incasso of op voorschotbasis, op één van de rekeningen gestort. Intussen werden deze bedragen doorgeboekt of opgenomen door de franchisegever. Op slinkse wijze is getracht dit te verbloemen door de directeur van de franchisegever. Hierdoor werd een illegale inkomstenbron gecreëerd. 

In verband met dit handelen heeft de bank in september 2011 aangifte gedaan tegen de directeur van de franchisegever wegens het vermoedelijk frauduleus handelen bij het gebruik van deze incassocontracten waarmee de bank voor ruim een bedrag van circa € 11 miljoen zou zijn benadeeld.

Gerechtelijk oordeel

De rechtbank had in eerste aanleg een onvoorwaardelijke celstraf opgelegd van vier jaar. De directeur heeft vervolgens hoger beroep aangetekend tegen het vonnis. In hoger beroep acht het gerechtshof de directeur eveneens schuldig en legt zelfs een hogere straf op dan de rechtbank. Het gerechtshof veroordeelt de verdachte tot vier jaar en negen maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf; een ontzetting uit het recht van statutair directeur voor negen jaar en negen maanden en een verplichting tot vergoeding van schade ad € 7.019.544,79.

Conclusie

Hoewel het vorenstaande een vrijwel unieke situatie betreft, bestaan er franchisegevers die niet altijd binnen de lijntjes kleuren. In onderhavige kwestie bleek dat de franchisenemers die waren aangesloten bij de formule niet betrokken waren bij voornoemde incassofraude. Het moge echter evident zijn dat dergelijk gedrag van de franchisegever enorme reputatieschade kan opleveren bij aangesloten franchisenemers, maar ook voor de franchisebranche in het algemeen, met alle consequenties van dien. 

Mr. J.A.J. Devilee – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Advocaten, franchise juridisch advies
Wilt u reageren? Klik hier.

J.A.J. Devilee

Ludwig & Van Dam franchise advocaten is een geheel in franchise- en andere samenwerkingsverbanden gespecialiseerd advocatenkantoor en marktleider sinds 1996 in zijn soort in Nederland.

Stel je vraag aan Mr J.A.J. Devilée