Eerder in Franchise+ • nummer 3 • juni 2008 Terug naar het overzicht
 
Van de redactietafel
 
JAN C. BEZEMER, HOOFDREDACTEUR
 

Bedrijfsoverdracht, of toch niet?

We hebben in voorgaande nummers uitgebreid stilgestaan bij de aspecten van bedrijfsoverdracht. Bij behandeling in uiteenlopende media zien we altijd dezelfde thema’s terugkomen: de babyboomgeneratie en tienduizenden bedrijven die (moeten) overgaan naar opvolgers. Men rent kritiekloos achter deze en andere kreten aan als dit onderwerp ter sprake komt. Creatieve gezichtspunten komen nauwelijks aan de orde, mede doordat partijen als banken, advocaten, accountants en consultants een markt zien in bedrijfsoverdracht. Zonder dat er over wordt gesproken, gaat iedereen ervan uit dat er bij een bepaalde leeftijd bedrijfsoverdracht moet volgen. Dus, dat er een onlosmakelijke koppeling is en moet zijn tussen eigendom en ondernemerschap. In dat denkpatroon zit het grote gebrek.

In een gesprek met een franchisenemer noteerde ik echter kortgeleden een ander geluid. “Als ik mijn bedrijf verkoop ontvang ik een zak geld, ik reken af met de fiscus en dan? Dan heb ik geld dat ik moet beleggen. In het huidige beursklimaat al een waagstuk. Bovendien, wat is mijn rendement? Ik heb al snel vastgesteld dat ik nergens zo’n goed rendement maak als met mijn huidige bedrijf. Bovendien heb ik daar verstand van. Ik heb besloten mijn bedrijf niet te verkopen maar me wel terug te trekken uit het dagelijkse management. Dan kan ik nog jaren genieten van een prima opbrengst op mijn geïnvesteerde vermogen zonder de alledaagse sores van de leiding. Ik ga dus niet verkopen, dat kan later altijd nog.”
Een gezond geluid, scheiding van leiding en kapitaalverschaffing, zoals dat bij honderden beursgenoteerde en familiebedrijven al heel lang wordt gepraktiseerd. Van ondernemer word je belegger, in je eigen bedrijf. Waarom zou dit ook niet voor kleinere bedrijven kunnen opgaan? Zeker nu het steeds minder in de praktijk voorkomt dat een zoon of dochter de opvolger wordt in het bedrijf. Vaker wordt dit een buitenstaander. En regelmatig blijkt dat de financiering van bedrijfsoverdrachten helemaal niet zo makkelijk is als wordt voorgespiegeld. Alle reden om bedrijfsoverdracht (of bewust nu nog niet) eens van een andere kant te bekijken. Ondernemers, laat je dus niet bij voorbaat meesleuren langs ingesleten paden op basis van de standaard kretologie maar overdenk ook eens een alternatieve oplossing.
Een ander wild idee: laten groepen franchisenemers hun bedrijven bij elkaar in één grote naamloze vennootschap stoppen en die naar de effectenbeurs brengen. Natuurlijk, geen eenvoudige opgave met veel rekenwerk en veel emotie. Maar waarom zouden we steeds als een kudde achter standaard oplossingen aanlopen? Uiteraard blijven er goede redenen voor bedrijfsoverdracht en wij hebben deze serie artikelen in ons blad niet voor niets gepubliceerd. Maar iets meer creativiteit en een ander geluid zijn uiterst wenselijk. Overigens vindt u in dit nummer ook weer iets over bedrijfsoverdracht. Want hoe meer informatie, hoe beter.

In dit nummer, naast vele andere zaken, ook de terugblik op de drie ‘Onderneem ‘t!’-beurzen van dit jaar, het vijfde jaar in successie. U krijgt de mening van direct betrokkenen. En, niet te vergeten, het 15-jarig jubileum van Franchise+. In april 1993 verscheen het eerste nummer. Hein Simons en Theodoor Ludwig geven hun compacte mening over de ontwikkelingen in het franchisegebeuren van de afgelopen 15 jaar.