Robin Vos, The Phone House:
‘Ik heb meer rust gekregen’
“Ik voelde al een tijdje dat ik op langere termijn niet gelukkig zou blijven als franchisemanager. Je bent veel bezig met franchisenemers die het moeilijk hebben. In sommige gevallen mag je zelfs de rotzooi voor hen opruimen. Ik ben liever een manager die op een positieve manier samen met de mensen iets opbouwt. In het verleden heb ik veel gedaan met trainingen en opleidingen. Dat wilde ik graag weer oppakken. Maar die overstap vond ik te groot. Ik zag dat veel franchisenemers het goed deden en daarom heb ik de overstap gemaakt.”
Niet fair
“De collega-franchisenemers volgden mij in het begin heel kritisch. Ze lieten merken: ‘Laat nu zelf maar eens zien hoe het moet’. Nu zoeken ze me graag op, omdat je net iets meer weet van de organisatie. Zij vonden het positief dat ik voor mezelf begon. Er waren een aantal zaken bij The Phone House nog niet goed geregeld. Het feit dat ik voor mezelf begon, gaf aan dat ik er wel alle vertrouwen in had. Deelname aan de franchiseraad doe ik bewust niet. Er zitten goede collega-franchisenemers in en bovendien is het niet fair naar mijn ex-collega’s aan de franchisegeverzijde. Ik zit wel in de product- en assortimentscommissie. Toch is het niet zo dat ik nu meer begrip heb gekregen voor klagende franchisenemers. Ik voelde altijd al met ze mee.
Deelname aan de franchiseraad doe ik bewust niet
Op een aantal punten loop ik natuurlijk tegen dezelfde zaken aan. Maar ik weet dat de franchisegever daar intern hard aan werkt, al zie ook ik graag sneller resultaat. Maar ik zie nu ook dat sommige franchisenemers die het moeilijk hebben, dit voor een deel aan zichzelf te wijten hebben. Als je er bovenop zit, zijn veel problemen te voorkomen. Natuurlijk vinden de franchisenemers de fee te hoog. Maar ook de franchisegever kijkt kritisch naar het verdienmodel en daar wordt aan gewerkt.”
Blauw bloed
“De nieuwe functie heeft me vooral veel rust gegeven. Als franchisemanager moet je honderd borden in de lucht houden. Nu heb ik de hectiek veel beter in de hand. Toen kreeg ik tachtig tot honderd mailtjes per dag, nu acht tot tien. Bovendien heb ik meer vrije tijd gekregen, maar dat heb je in beide functies zelf in de hand. De tijd die ik overhoud, gebruik ik om ‘Store plus’ op te richten. Dit wordt een trainings- en adviesbureau dat met name facilitaire diensten aanbiedt waar een winkel mee te maken heeft zoals training uiteraard, maar ook formulemanagement, kostenmanagement, subsidiemogelijkheden en recruitment.
Terugkijkend ben ik blij dat ik de stap genomen heb. Ik dacht dat ik wel even moest wennen aan de dagelijkse routine van een winkel, maar dat heb ik sneller opgepakt dan ik had verwacht. En ik ben blij dat ik nog aan The Phone House verbonden ben. Ik heb daar vijf jaar gewerkt en er stroomde bijna blauw bloed door mijn aderen. Het is goed om nog steeds bij die club te horen.” |