Eerder in Franchise+ • nummer 3 • juni 2007 Terug naar het overzicht
 
 
DE STELLING
De franchisegever rijdt van mijn geld in een dikke auto
Misschien dat ze in hun hart wel eens het gevoel hebben dat ze worden ‘uitgemolken’ maar zodra ze erover na gaan denken, zien de meeste franchisenemers het belang van een win-winsituatie. ‘Als hij het goed heeft, heb ik het ook goed en andersom.’ En zo niet, dan moet je je conclusies trekken, zo is ongeveer de strekking. Ook franchisegevers zien dit in. En het draait, zoals vaak, vooral om communicatie...
 
 
DOOR: PRAS WEIJERS
 

Robbert Prins, Huis & Hypotheek
‘Er is altijd wel een gezonde spanning’

 “Als je dat vindt dan moet je geen franchisenemer worden. Je betaalt voor een dienst en moet kijken of de prijs-/kwaliteitverhouding in orde is”, reageert Robbert Prins in onze e-zine Franzine+. Hij licht toe: “Een franchisenemer moet zelf de afweging maken of het toetreden tot de formule voldoende oplevert. Als je vindt dat de verhouding scheef is, moet je die samenwerking niet aangaan of beëindigen. Er is altijd wel een gezonde spanning in die zin dat uiteindelijk iedereen voor zijn eigen toko gaat en er het beste uit probeert te halen. Dan kan er wel eens sprake zijn van discussie over de invulling van de formule. Maar uiteindelijk zou het zo moeten zijn dat iedereen doordrongen is van het gezamenlijke belang. Als dat niet zo is dan zit er ergens iets scheef. Ik kan mij voorstellen dat een franchisenemer zich teveel als underdog opstelt en te weinig als ondernemer. Bij Huis & Hypotheek maken we dat niet mee. We proberen daar met elkaar goed en open over te spreken. Belangrijk is, naast de geïnstitutionaliseerde communicatie, ook de individuele communicatie. Wij praten met de ondernemers over wat we van elkaar verwachten en waar we hen kunnen ondersteunen. Het gaat erom dat we op een volwassen manier met elkaar omgaan als ondernemers. Wij bieden de ondernemers ook wat meer ruimte dan onze collega-hypotheekformules. Niet in de huisstijl, die staat vast, maar bijvoorbeeld wel in het bewerken van het eigen marktgebied.” Ruimte voor ondernemerschap noemen we dat.
(Robbert Prins, manager marketing Huis & Hypotheek Nederland bv)

Roland Jeelof, Golff Supermarkt
‘Het is gewoon een kwestie van onderhandelen en uitspelen’

“Die is leuk! Ik weet niet of die zo’n grote auto heeft! Nee hoor, ik heb niet het gevoel dat de franchisegever zich over mijn rug heen verrijkt. Onze relatie is in balans. Nu heb ik natuurlijk wel een unieke positie. Ik heb een eigen pand en geen samenwerkingsovereenkomst. Als ik wil, kan ik volgende maand een andere leverancier hebben. Hier op het eiland is de spoeling wel dun. Er zijn twee winkels van C1000, een Spar, een Troefmarkt en er is een grote kampwinkel. Maar Golff is op Ameland de grootste. Wat prettig is bij Golff is dat de communicatie goed is. We hebben veel telefonisch contact, vanwege de afstand, maar als er wat is weten we elkaar te vinden. Voor mij zijn de leveringen het belangrijkst. Als die te laat zijn, missen ze de boot en komen ze niet meer aan. En bij Golff is de logistiek prima. Verder heb ik weinig hulp nodig. Alleen in de winter is het hier altijd een krappe tijd. En dan krijg ik wel wat financieringskrediet. We bekijken de omzet per jaar en in de zomer komt het helemaal goed. Het belangrijkste van een goede relatie is openheid. Dat kan bij ons wel iets beter maar ik snap ook dat dat uit concurrentieoverwegingen niet altijd kan. Je moet elkaar ook kunnen vertrouwen. Dat zij verdienen, prima, dat is zoals het hoort. Dat wil ik ook zoveel mogelijk. Het is gewoon een kwestie van onderhandelen en uitspelen. Daar ben je ondernemer voor.”
(Roland Jeelof, franchisenemer Golff Supermarkt, Nes Ameland)

Myronne Groeneveld, Bruna
‘Een succesformule komt niet uit de lucht vallen’

“Dat vind ik iets te kort door de bocht. Een succesformule komt niet uit de lucht vallen en moet ook onderhouden worden. Dat kost geld. Er zijn nu eenmaal kosten voor marketing en reclame. Ik kan me de gedachtegang achter de stelling wel voorstellen maar in mijn organisatie is dat niet aan de orde. Het heeft onder andere te maken met een goede communicatie en met doorzichtigheid. Hoe meer je weet over bijvoorbeeld waar bedragen vandaan komen en waar ze voor bedoeld zijn, hoe inzichtelijker het wordt. Ik ben wel tevreden over hoe dat bij ons gaat. Je hoort wel eens wat om je heen maar het is nu eenmaal onmogelijk om iedereen tevreden te houden.”
(Myronne Groeneveld, franchisenemer Bruna, Amsterdam)

Jan Vedder, The Phone House
‘Als hij in een dikke auto rijdt, dan ik ook’

“Als dat zo zou zijn dan zou ik daar wel moeite mee hebben. Maar bij ons is dat niet zo. Franchise is een win-winsituatie. Als hij in een dikke auto rijdt, dan ik ook. Ik geloof niet dat de franchisegever over de rug van de ondernemer rijk wil worden. Geld verdienen is natuurlijk wel het doel, dat is niet vies. Maar je moet het samen doen, anders heeft franchise helemaal geen zin. Je moet allebei het gevoel hebben dat je een product wilt uitdragen. Wij zijn natuurlijk een communicatiebedrijf. Dat wil nog niet automatisch zeggen dat de interne communicatie goed is maar bij ons is dat prima. Zo hebben we een franchiseraad die regelmatig bij elkaar komt. Wat dat betreft is The Phone House een professioneel bedrijf, ook qua opleiding en sturing. We hebben geen inzicht in alle geldstromen van The Phone House maar dat hoeft voor mij ook niet. Benchmarking doen we wel maar niet via The Phone House.”
(Jan Vedder, franchisenemer The Phone House in Haren)

Christian Maas, Konobene
‘Gever moet nemer niet uitmelken’

“Franchisegevers mogen best in dikke auto's rijden, zolang ze niet dikker zijn dan de auto’s van de franchisenemers”, zegt Werfje, alias Christian Maas in onze e-zine Franzine+. Desgevraagd legt hij uit: “De franchisegever mag van mij best meevaren op het succes van de franchisenemer, zolang het succes van de franchisegever niet groter is dan dat van de franchisenemer. Het moet niet zo zijn dat de gever de nemer uitmelkt en zo een dikkere auto rijdt dan de nemer. Zolang de nemer erg succesvol is, zal in de meeste gevallen de gever hier ook zijn aandeel in hebben gehad en mag hij hier ook voor beloond worden. De nemer moet wel eerlijk behandeld worden door de gever. De gever zal zich ook als gever moeten opstellen en zijn afspraken na moeten komen. De nemer zal van zijn fee een deel terug moeten zien in de vorm van marketing en andere verplichtingen die een gever heeft. Als de gever de fee rechtstreeks naar de Hummer-dealer stuurt, is de verhouding en deze stelling heel anders. Ik denk ook dat de gever zijn inkomsten beter in de organisatie kan stoppen om er een nog groter succes van te maken. Word pas een geldwolf als je het al bent en niet onderweg er naar toe.”
(Christian Maas, Konobene bv)

‘Dan had hij zelf maar op een goed idee moeten komen’

“Deze franchisenemer moet er blijkbaar aan wennen dat er meer mensen op de wereld geld willen verdienen. Het zal altijd zo zijn als je zelf geld wilt verdienen met je onderneming een ander ook geld gaat verdienen - dankzij jou c.q. ‘over je rug’. Dan had deze franchisenemer zelf maar op een goed idee moeten komen en franchisegever moeten worden. Hij zal het dan ook wel niet leuk vinden dat Bill Gates ‘over zijn rug’ rijk is geworden toen hij een computer kocht met Microsoft erop. Dit soort dingen gebeuren nu eenmaal als je aan het economische verkeer deelneemt. Het is gewoon jaloersheid gemengd met pure ‘non-visie’ die deze klager heeft.”
(Naam bekend bij de redactie)

Frank Ossen, Runnersworld
‘Bij ons hoort geen dikdoenerij’

“Dat is niet waar. Er is geen sprake van een dikke auto. Wij zijn een hardloopspeciaalformule en we hebben allemaal een passie voor hardlopen. Daar hoort geen dikdoenerij bij. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, vinden we hier. En voor de franchisegever geldt: als ik het goed heb, heeft hij het ook goed. En andersom. Communicatie is heel belangrijk. Wij zien elkaar een paar keer per jaar, tijdens vergaderingen en de inkoopdagen en er is een coördinator die de contacten onderhoudt. Er is genoeg ondersteuning, waar we natuurlijk ook voor betalen. Vroeger was dat anders. Toen vonden we als ondernemers dat we er te weinig voor terugkregen. Maar dat is erkend door de franchisegever, die heeft goed naar ons geluisterd en er is nu wel het een en ander veranderd. We zijn nu heel tevreden over de ondersteuning. Je hoort natuurlijk wel eens wat van de ‘grote jongens’ die meer dragen dan de kleine maar ja, iedereen is klein begonnen. Ik was tien jaar geleden ook een starter hier in Zaandam. Ik had toen de enige hardloopspeciaalzaak en ik was hartstikke blij met de ondersteuning van de ‘grote jongens’. Nu draai ik zelf heel goed dus nu ga ik niet zitten klagen.”
(Frank Ossen, franchisenemer Runnersworld, Zaandam)