Wetswijzigingen ontslagrecht
Bij ontslag wegens bedrijfseconomische- of organisatorische redenen
Afspiegelingsbeginsel uitgangspunt in plaats van anciënniteitsbeginsel
Vóór 1 maart 2006, kwam bij een gedwongen personeelsinkrimping, (per categorie uitwisselbare functies) degene met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag in aanmerking (het anciënniteitsbeginsel). Nu is het afspiegelingsbeginsel uitgangspunt. Dit houdt kort gezegd in, dat bij ontslag rekening moet worden gehouden met de leeftijdsopbouw binnen de betreffende categorie uitwisselbare functies. Na het ontslag moet deze leeftijdsopbouw zoveel mogelijk gelijk zijn gebleven en dus komt bijvoorbeeld iemand uit een leeftijdscategorie waar ook veel collega’s in zitten eerder voor ontslag in aanmerking dan iemand die de enige in zijn leeftijdscategorie is.
Bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (2 jaar of langer)
Aanvullende toetsing: herplaatsing door middel van scholing mogelijk?
Bij een ontslagaanvraag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, moet de werkgever onder meer aannemelijk maken dat de werknemer niet binnen 26 weken in zijn organisatie herplaatst kan worden. Vanaf 1 januari 2006 is dit uitgebreid met de eis dat dit ook door middel van scholing niet mogelijk is.
Wetswijzigingen werkloosheidswet (WW)
Hoogte en duur WW-uitkering
Sinds 1 oktober 2006 is de WW-uitkering hoger maar de duur wel korter geworden. De hoogte van de uitkering is de eerste 2 maanden 75% van het laatst verdiende loon en daarna 70% (maar maximaal 70% van het maximum dagloon). Voorheen was de hoogte van de uitkering ook de eerste 2 maanden 70%.
De weken-eis is gewijzigd van 26 uit 39 weken naar 26 uit 36 weken. Iemand moet dus in de laatste 36 weken in minimaal 26 weken gewerkt hebben om aanspraak te kunnen maken op een WW‑uitkering.
De duur van de uitkering is maximaal 38 maanden, terwijl dit eerder 60 maanden was.
Versoepeling “verwijtbaarheidstoets”
Eveneens sinds 1 oktober 2006, is iemand kort gezegd alleen verwijtbaar werkloos (en ontvangt hij of zij geen WW-uitkering) als:
- de werknemer zonder acute noodzaak ontslag heeft genomen
- de werknemer wegens een dringende reden wordt ontslagen
Voorheen werd een werknemer ook verwijtbaar werkloos geacht als hij geen verweer had gevoerd tegen zijn ontslag. Dit criterium is komen te vervallen. |