|
|||||||||
|
|||||||||
|
|||||||||
| Huurrecht en franchise | |||||||||
| Franchisegevers en franchisenemers
hebben in de praktijk met diverse rechtsverhoudingen te maken. Een niet onbelangrijk
gedeelte betreft de huurverhouding tussen (meestal) franchisenemer als huurder
en franchisegever als verhuurder. De huurverhouding is rechtstreeks van invloed
op de verhouding tussen franchisenemer en franchisegever. In de meeste gevallen stelt een franchisegever een vestigingspunt ter beschikking aan zijn franchisenemers. Franchisegever treedt dan op als verhuurder en franchisenemer als huurder van een vestigingspunt |
|||||||||
Veelal is franchisegever geen eigenaar van de betreffende vestigingspunt maar huurt zij de bedrijfsruimte weer van een andere partij. De franchisegever heeft over het algemeen belang bij behoud van een vestigingspunt in verband met de continuïteit van de franchiseketen. Invloed
huurverhouding op franchiserelatie Het voorgaande is anders indien de franchisenemer zelf eigenaar/hoofdhuurder van de bedrijfsruimte is, mits de bedrijfsruimte geen eigendom is van de franchisegever. In die situatie heeft de franchisenemer een relatief 'onafhankelijke' positie ten opzichte van de franchisegever aangezien franchisenemer, met behoud van vestigingspunt, de franchiseovereenkomst zou kunnen opzeggen en bijvoorbeeld zou kunnen overstappen op een andere formule (voor zover non-concurrentie bepalingen hem dat niet verbieden) terwijl bovendien franchisegever minder snel geneigd zal zijn tot beëindiging van de franchiseovereenkomst omdat zij dan een vestigingspunt verliest. Samenhang
huur- en franchiseovereenkomst Duur
huur-/franchiseovereenkomst Beëindiging huur-/franchiseovereenkomst Indien de franchisegever daarentegen de franchiseovereenkomst beëindigt houdt dit niet automatisch het einde van de huurovereenkomst in, indien niet is voldaan aan de dwingendrechtelijke opzegbepalingen van het huurrecht. Beëindiging van de huurovereenkomst binnen vijf jaar is, behoudens zeer bijzondere omstandigheden, niet mogelijk en binnen tien jaar zeer beperkt mogelijk. Zelfs indien de franchiseovereenkomst geldig is beëindigd, kan een franchisegever dus met een doorlopende huurovereenkomst blijven zitten indien een ex-franchisenemer niet met beëindiging van de huurovereenkomst instemt. De door de wetgever gewenste bescherming van een huurder van bedrijfsruimte speelt daarbij een belangrijke rol. Indien een franchisegever zekerheid wenst omtrent de geldigheid van een, van het huurrecht afwijkende, beëindigingsbepaling biedt de wet de mogelijkheid om een dergelijke afwijkende bepaling ter goedkeuring aan de (Kanton)rechter voor te leggen. Een franchisegever die zekerheid wenst, doet er goed aan om die goedkeuring (bij voorkeur tezamen met de franchisenemer) te verzoeken. Wanprestatie Ook indien franchisenemer wanprestatie pleegt jegens de franchisegever ter zake van zijn huurverplichtingen kan de huurovereenkomst worden beëindigd. Gedacht kan hierbij worden aan het niet of structureel te laat betalen van huurpenningen. In de regel geldt een achterstand van drie maanden huur als een wanprestatie die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Bij ontbinding van de huurovereenkomst op grond van wanprestatie door de franchisenemer kan deze aansprakelijk worden gehouden voor de schade die franchisegever in dat geval lijdt. Hierbij kan worden gedacht aan schade als gevolg van leegstand (gemiste huuropbrengsten) maar ook aan schade als gevolg van het feit dat de franchiseovereenkomst (voortijdig) is ontbonden. Huurprijs Indien de franchisegever hoofdhuurder is mag verwacht worden, binnen de franchiseverhoudingen, dat deze er alles aan zal doen om de huurprijs zo laag mogelijk te krijgen terwijl, indien de huurprijs te hoog wordt bevonden, het in de rede ligt dat de franchisegever een huurprijsverlaging verzoekt bij de hoofdverhuurder/eigenaar, desnoods via een gerechtelijke procedure. Tenslotte past het mijns inziens niet binnen de franchiseverhoudingen dat een franchisegever aan zijn eigen franchisenemers een hogere huur (door)berekent dan zij (franchisegever) zelf aan huur voor betreffende locatie betaalt, behoudens een kleine risico opslag, terwijl ook het bedingen door een franchisegever van zogenaamd 'sleutelgeld' van een franchisenemer niet thuis hoort in de franchiserelatie. In beide gevallen is mogelijk sprake van onrechtmatig handelen. mr. K. Kan is advocaat bij Kan & Vlassenroot Advocaten in Haarlem |