Eerder in Franchise+ 3/2005 :: juni 2005 Terug naar het overzicht
 
 
Onrust in de supermarktwereld
Toch blijft het een mooi vak
C1000-eigenaar Arie van der Hoek blijft optimist, ondanks de prijzenoorlog in de supermarktbranche. “Je moet de tering naar de nering kunnen zetten en de handdoek niet in de ring gooien. Anders ben je geen goede ondernemer.”
 
 

Van der Hoek (58) begon als zestienjarige in de kruidenierszaak van zijn vader in ‘s Gravendeel. Bestellingen wegbrengen op de bromfiets, nadat zijn grootvader met de hondenkar en later zijn vader met paard en wagen dat in voorgaande decennia al als een soort rijdende winkel hadden gedaan. In de avonduren volgde hij alle opleidingen die voor het exploiteren van een supermarkt nodig zijn. “Ik wist al vroeg dat ik niet voor een baas wilde gaan werken maar zelfstandig ondernemer wilde worden. Tussen de bruine bonen geboren, zeggen ze wel eens. Mijn zoon Ardi zit ook al in de zaak, de vierde generatie sinds 1898.”

Als zelfstandig ondernemer is hij al dertig jaar bij Schuitema aangesloten: eerst met een Centra-winkel, daarna met een C1000-supermarkt. Van der Hoek heeft al heel wat moeilijke jaren meegemaakt. “In de eerste jaren draaide ik met verlies, maar we hebben alle stormen doorstaan en inmiddels zit de familie Van der Hoek in het vierde pand.”
Zijn huidige winkel is onderdeel van een winkelcentrum (3.500 vierkante meter winkelruimte) dat hij tien jaar geleden liet bouwen: het Hoekschecentrum met ook vestigingen van Marskramer, Intertoys en Bruna die hij allemaal als franchisenemer exploiteerde. “Die combinatie vond ik nodig om meer klanten te trekken.” De eerste twee zaken deed hij later over aan een werkneemster van hem, terwijl hij de Bruna-vestiging met bijbehorend postkantoor naast zijn C1000 heeft gehouden.

Je moet de tering naar de nering kunnen zetten anders ben je geen goede ondernemer

Een prijzenoorlog zoals nu aan de gang is, heeft hij nog niet eerder meegemaakt. “We hebben altijd omzetstijging gehad maar de bruto marges zijn nu minder bij groter volume. Ik verwacht dit jaar weer een beter resultaat. En dat moet ook wel, anders gaat de hele handel kapot. We kunnen niet op deze manier doorgaan.”
Maar bij C1000 voelt hij zich prima, benadrukt hij. De ondernemers hebben heel wat inspraak en kunnen dus meedenken over het beleid. “Het is vrij doorzichtig bij die club. Het prijsbeleid wordt in overleg bepaald en daar doen alle partijen aan mee, zoals bij consumentenacties. Iedereen doet wat: de grossier, de fabrikanten en de ondernemers.”
Optimistisch is hij dus wel over de komende tijd. “Het is een moordende concurrentie maar het blijft een mooi vak. Je moet niet bij de pakken neerzitten en creatief zijn.”
Maar ondanks zijn optimisme maakt hij zich zorgen over het verloop van de prijzenoorlog. “Zoals het nu gaat kan het niet langer. Ontslagen, dalende kwaliteit van het aanzien van de winkels. Dat kan niet zo doorgaan want de consument wordt er ook niet beter van. Gelukkig is Schuitema na het snijden in het assortiment weer bezig met uitbreiding van de assortimentgroepen om het niveau van de winkels weer een stapje hoger te brengen. Een goed assortiment en goede prijsstelling zijn ook belangrijk. Er zijn er een paar die in marktaandeel stijgen: AH en C1000 een beetje. De rest moet inleveren. Wat dat betreft zit ik bij de goede club.”

Ik verwacht dit jaar weer een beter resultaat. Dat moet ook wel, anders gaat de hele handel kapot.

Ook Van der Hoek is creatief bezig geweest om waar mogelijk te bezuinigen, bijvoorbeeld op de loonkosten. Parttimers maken minder uren en hij heeft wat minder vast personeel. “Je probeert het op een nette manier te doen. Het is overal gebeurd, van fabrikant tot winkelvloer.” Vorig jaar heeft hij er op toe moeten leggen. “Dan ga je kijken waar nog wat te winnen valt maar dat houdt een keertje op natuurlijk.”

Schuitema zorgt wel voor compensatie voor de ondernemers maar niet om te kunnen overleven, zegt Van der Hoek. “Het is maar een stukje, al willen we natuurlijk altijd meer. Maar het zou niet nodig moeten zijn. We moeten gewoon proberen om niet onder de inkoopprijs te verkopen, anders maken we de hele markt stuk. De marges moeten wat omhoog. Zowel voor de fabrikanten als voor de transportbedrijven en de ondernemers.”

Cor Nijmeijer