Duidelijkheid begint al in de precontactuele
fase. Ik onderscheid daarin een drietal fasen, oplopend van vrijblijvend, oriënterend
contact tussen partijen tot het stadium dat degene die de onderhandelingen ontijdig
afbreekt, aansprakelijk is voor de door de wederpartij geleden en te lijden schade.
In die laatste fase kan er zelfs sprake van zijn dat de partij die de onderhandelingen
afbreekt ook de schade wegens positief contractsbelang dient te vergoeden.
De
juridische implicaties en de precontractuele aansprakelijkheid voor het ontijdig
afbreken van de onderhandelingen in één van die fasen
laat ik in dit artikel buiten beschouwing, want het doel van dit artikel is meer
gericht op de wenselijkheid c.q. noodzakelijkheid om gedetailleerde informatie
door partijen aan elkaar te laten verstrekken om zo hun bedoelingen en verwachtingen
van de samenwerking helder te krijgen.
| Informatie mag wervend maar moet wél realistisch
zijn |
De eerste fase beslaat het tijdvak dat
partijen, meestal aan de hand van een advertentie, met elkaar in contact treden.
Die eerste contacten zullen veelal bestaan uit het verstrekken van algemene informatie
door de franchisegever. Het is van belang dat die informatie natuurlijk wervend
dient te zijn, maar dat mag niet resulteren in een al te rooskleurige voorstelling
van zaken. Enig realisme moet zeker betracht worden. Ik denk bijvoorbeeld dat
het onverstandig is als een franchisegever zegt dat de formule succesvol is,
terwijl blijkt dat een aantal van zijn franchisenemers nauwelijks hun exploitatie
rond kunnen krijgen.
In de
volgende fase is de vrijblijvendheid van partijen ten opzichte van elkaar al
beduidend minder. Beide partijen zullen over en weer vertrouwelijke informatie
wensen te verkrijgen om zo te kunnen vaststellen of verder onderhandelen wel
realistisch is. Ook in die fase spreekt het voor zich dat de verstrekte informatie
op feiten is gebaseerd. In die fase is het overigens aan te bevelen om jegens
elkaar dan al een geheimhoudingsverplichting op te leggen.
Voorts lijkt het mij
in die fase geïndiceerd om de kandidaat uit te nodigen
schriftelijk aan de hand van een aantal door de franchisegever op te geven onderwerpen
zijn motivatie om franchisenemer te worden, weer te geven en hem in dat verband
te laten beschrijven wat hij van de beoogde samenwerking verwacht.
Sommige franchisegevers verstrekken voor het verkrijgen van deze informatie vragenlijsten
aan de kandidaat met daarop gerichte vragen. Ik vraag mij af of daarmee wel een
reëel beeld wordt verkregen, want het ligt voor de hand dat de beantwoording
van die vragen voorspelbaar is. Bovendien is mij gebleken dat de beantwoording
van dergelijke vragen vaak te summierlijk is.
| De franchisegever moet meer verstrekken dan de erecode,
het contract en het handboek |
Indien partijen vervolgens besluiten
om met elkaar in onderhandeling te treden, zullen partijen behoefte hebben het
traject en de uitgangspunten van hun onderhandelingen en het beoogde resultaat
vast te leggen, al dan niet met oplegging van een exclusiviteitbeding voor deze
onderhandelingsfase en een geheimhoudingsverplichting indien en voor zover die
nog niet is overeengekomen.
| Een groot aantal conflicten komt door onduidelijkheden |
In dit stadium zullen partijen meer en gedetailleerder
informatie over elkaar wensen te verkrijgen. Zo zal de franchisegever van de
kandidaat een beter inzicht willen verkrijgen in zijn financiële positie.
Daarnaast zal de franchisegever kennis willen nemen van de achtergronden van
de kandidaat, met inbegrip van de thuissituatie. Het is zelfs het overwegen waard
om kandidaten te testen op bijvoorbeeld zijn ondernemerskwaliteiten, zijn vermogen
tot samenwerken of op de mate van inschikkelijkheid van de kandidaat om zijn
eigen belang in voorkomende gevallen ondergeschikt te maken aan het algemene
belang.
De noodzaak van een dergelijke test is natuurlijk niet altijd aanwezig. Echter,
het schept in ieder geval wel duidelijkheid of iemand in staat is als ondernemer
te functioneren.
De franchisegever zal in dit stadium in mijn optiek niet slechts
kunnen volstaan met het verstrekken van algemene informatie zoals bijvoorbeeld
de erecode voor franchising, de standaard franchiseovereenkomst en het handboek.
Daarnaast vind ik dat de franchisegever aan de kandidaat inzicht moet geven in
de grootte van haar organisatie, de interne opbouw en de achtergrond van de bestuurders.
Niet onbelangrijk kan zijn, dat de franchisegever ook inzicht geeft in haar vermogenspositie.
Of dat uitsluitend de Kamer van Koophandel balans moet zijn of een uitgebreide
versie daarvan, is ter beoordeling van de betreffende franchisegever. Daarnaast
acht ik het van belang dat aan de kandidaat een lijst met alle franchisenemers
ter beschikking wordt gesteld en ook een overzicht van franchisenemers die voortijdig
zijn gestopt. Ik vind dan ook dat de franchisegever moet aangeven waarom die
franchisenemers zijn gestopt, bijvoorbeeld vanwege een faillissement of anderszins.
Procedures waarin de franchisegever verwikkeld is of is geweest, zouden eigenlijk
ook aan de kandidaat kenbaar moeten worden gemaakt.
| De antwoorden op vragenlijsten zijn voorspelbaar |
Een kandidaat zou in beginsel
ook moeten weten wat de gemiddelde financiële
positie van de franchisenemers is en of er substantiële schulden uit hoofde
van franchisevergoedingen aanwezig zijn. Dergelijke informatie geeft een indicatie
of de verhoudingen tussen de franchisegever en franchisenemers goed is.
In deze
fase is het ook van belang om helder te krijgen hoe een exploitatiebegroting
moet worden opgesteld, welke verwachtingen de kandidaat daarbij heeft, welke
beperkingen de franchisegever daaraan stelt en, niet onbelangrijk, welke gegevens
ten grondslag liggen aan die exploitatiebegroting. Documenteer voorts welke stappen
daarin genomen worden en wie wat doet. Leg als franchisegever ook vast wat de
adviseur van de kandidaat op zich neemt.
| De kandidaat moet een lijst krijgen van franchisenemers
die voortijdig gestopt zijn |
De franchisegever zal er tevens goed
aan doen om concreet aan te geven welke diensten hij de franchisenemer aanbiedt.
Helderheid verstrekken in de fee-opbouw is noodzakelijk omdat daarmee de discussie
wordt vermeden over welk percentage van de fee besteed wordt aan overheadkosten
die niet direct aan de franchisenemer ten goede komen.
Meer in algemene zin dienen partijen over en weer duidelijk te
zijn in wat hun bedoeling is bij hun beoogde samenwerking. Hoe meer heldere informatie
ter beschikking wordt gesteld, des te geringer is de kans op misverstanden die
tot conflicten kunnen leiden.
mr. Kees Bothof, jurist bij Anema & Greve Advocaten in Rotterda, |