Van Boxtel is over één
ding heel duidelijk: nee, het assortiment van Febo wordt niet aangepast omdat
obesitas (vetzucht) zo in het nieuws is en één van de belangrijkste
speerpunten lijkt te worden van het overheidsbeleid op het gebied van volksgezondheid. "De
consument eet toch waar hij op dat moment zin in heeft. We willen als Febo echter
wel meedoen om consumenten goed voor te lichten over wat ze nu eigenlijk aan
voeding tot zich nemen. We zijn kleine boekjes voor in de vestigingen aan het
ontwikkelen, waarin klanten kunnen lezen uit welke grondstoffen onze producten
bestaan en hoeveel calorieën deze bevatten. Overigens is een broodje kaas
of gezond veel calorierijker dan een broodje kroket. Maar dat wordt door niemand
verteld. Een gefrituurde snack heeft een ongezonder imago dan dat broodje Hollandse
kaas. Het is aan ons om deze boodschap op een goede manier over te brengen, iets
wat we overigens op een ludieke manier willen doen. Febo-zaken zitten meestal
in de binnensteden en daar kunnen de mensen niet meer parkeren. Dus dat kroketje
loop je er wel weer af op de terugweg naar de auto." Van Boxtel vindt dat
light-snackproducten helemaal geen zin hebben. "Dat werkt niet, net zo min
als een broodje gezond waar iemand vervolgens een flinke laag roomboter op wil."
Hij vertelt dat Febo in verschillende overlegorganen vertegenwoordigd is. "Denk
aan het Landelijk Overleg Overgewicht en meer van dat soort organisaties. We
nemen onze verantwoordelijkheid serieus, maar dan moet er niet met twee maten
worden gemeten. Bovendien zou de overheid de burgers best wel consequenter mogen
voorlichten. Een ander voorbeeld. Als je snacks niet op de juiste temperatuur
frituurt, nemen ze veel meer vet op dan nodig is. De vakmensen achter de Febo-counter
weten precies hoe het hoort, verversen het vloeibare vet iedere 48 uur en werken
met dagverse producten. Een Febo-snack is niet zomaar een snack: wij stellen
zeer hoge eisen aan kwaliteit."
Eerste automatiek van Nederland
De naam Febo komt van de samentrekking van Ferdinand Bolstraat. Meer dan zestig
jaar geleden opende de oprichter van Febo, de heer J.I. de Borst, zijn eerste
winkel onder de naam Maison Febo. Het was toen nog een brood- en banketbakkerij.
De Borst leerde het vak bij een bakker in de Ferdinand Bolstraat en zo werd de
naam Febo geboren. De Borst bakte niet alleen prima brood maar maakte tevens
lekkere slaatjes en kroketten. Amsterdammers uit de hele stad kwamen bij hem
kroketten halen of aten ze ter plekke op. De vraag werd zo groot, dat hij in
1960 besloot met de bakkerij te stoppen en zich volledig op snacks te richten.
Vanuit Amsterdam, waar steeds meer vestigingen kwamen, expandeerde Febo verder.
De groei had nóg sneller kunnen verlopen als de oprichter de productie
van de kroketten had uitbesteed en volledig voor de verkoop had gekozen. "Dit
was een principekwestie voor de heer De Borst", vertelt Van Boxtel. "Hij
wist precies wat een kroket tot een Febo-kroket maakte, was letterlijk dag en
nacht bezig met de kwaliteit van zijn producten. Hij sleutelde aan de receptuur
totdat hij de ideale kroket had, die bestond uit de allerbeste grondstoffen.
Kortom, de heer De Borst peinsde er niet over om de productie daarvan aan een
ander over te laten."
| Een broodje kaas of gezond is veel calorierijker dan
een broodje kroket |
Deze keuze had gevolgen voor de ontwikkeling van Febo, want voor verdere groei
waren andere nieuwe ondernemers nodig. De Borst verkocht een aantal eigen zaken
aan bedrijfsleiders en zag dat deze stap positieve gevolgen had voor de omzet
en het rendement. Een handvol vestigingen werden in eigen beheer aangehouden,
vooral om goed voeling met de markt te blijven houden. Het zijn ook de jaren
dat Febo als franchisegever ging optreden en er elders in het land vestigingen
werden geopend.
Nog steeds worden de snacks in eigen huis vervaardigd. Febo is een familiebedrijf
gebleven en zal dat, zoals het er nu naar uitziet, ook blijven. Het gaat zo goed
dat de huidige productie-eenheid te klein geworden is en er volgend jaar begonnen
wordt aan de bouw van een nieuw onderkomen van 8.000 vierkante meter in Amsterdam-Noord.
Alle snacks, met speciale eigen Febo-receptuur, worden door de productiemensen
dagelijks vers met de grootste zorg bereid. Met eigen vrachtauto's worden deze
naar de vestigingen gebracht, iedere dag binnen Amsterdam en om de dag naar Febo-zaken
elders in Nederland.
Recessie van invloed?
Merkt Van Boxtel dat de bestedingen in de Febo-zaken teruglopen? "Nee, want
een snack tussendoor kan er altijd nog wel af. Het gaat veelal om een impulsaankoop.
Maar degenen die een zaak hebben waar klanten uitgebreider en langer kunnen eten,
merken wel degelijk dat we in een recessie zitten. Wat ons meer zorgen baart
zijn de stijgende huurlasten. Als Febo hanteren we een eenvoudig principe: als
de huur meer dan tien procent van de omzet uitmaakt, dan wordt er gewoon geen
nieuwe zaak geopend. Heel simpel, omdat we weten dat je er anders niet goed uitkomt.
En we hebben allebei belang, franchisegever én -nemer, bij goede resultaten.
Als we ergens een vestiging neerzetten, dan is dat voor tenminste vijfentwintig
jaar. We zien echter wel dat het steeds lastiger wordt om op goede, drukke locaties
in de grote steden een nieuwe zaak te beginnen. Het is wellicht één
van de redenen waarom we minder snel groeien dan we zouden willen. Er zijn genoeg
plekken waar we graag de deur zouden openen, maar waar dat in bedrijfseconomische
zin absoluut onverantwoord zou zijn."
| Febo blijft heel sterk focussen op de kwaliteit van de
franchisenemers |
Febo, met meer dan zestig jaar ervaring, wedt echter niet op één
paard. "Er blijven voldoende locaties in Nederland over waar we graag willen
zitten en daarnaast bezinnen we ons op nieuwe manieren om ergens voet aan de
grond te krijgen", gaat Van Boxtel verder. Binnen de organisatie wordt gedacht
over Febo-loketten, honderd procent automatieken zonder medewerkers aan drukke
winkelstraten, of over shop-in-shop in bijvoorbeeld tankstations of supermarkten. "Dat
is de wat verder weg gelegen toekomst. We zijn nu heel concreet bezig met de
ontwikkeling van publiekscatering bij grote evenementen. Zeg maar een 'Febo-mobiel'.
Vorig jaar hebben we heel goede ervaringen opgedaan met 'Jumping Amsterdam',
waarvan we hoofdsponsor zijn en waar 80.000 mensen op afkwamen. We hebben daar
een verplaatsbare unit neergezet, waar we ons gebruikelijke assortiment verkochten.
Dat is een overweldigend succes geworden. Op dit moment worden twee van dit soort
'mobiele Febo's' gemaakt, waarmee we naar de klanten toegaan: 'Febo komt naar
u toe!' zouden we als nieuwe kreet kunnen lanceren. Dit doen we vanuit de organisatie
zelf, om te testen hoe het loopt. Slaat het zo goed aan als we verwachten, dan
kan ik me voorstellen dat we deze mogelijkheid ook in franchise gaan aanbieden."
Doe-het-zelf
Febo is in alle opzichten een doe-het-zelf formule. Consumenten pakken zelf de
snacks door inworp van kleingeld in de automaten, maar ook binnenshuis knapt
de organisatie haar eigen zaakjes op. Produceren en vervoeren zijn zojuist al
genoemd. En wat te denken van het opleiden en begeleiden van (potentiële)
franchisenemers, marktonderzoek, controle en het bedenken en vervaardigen van
reclamecampagnes en begeleidend drukwerk?
Joop van Boxtel: "Dat is voor mij een van de charmes van Febo, dat we alles
in eigen hand houden. We hebben een heel platte organisatie, met een bescheiden
managementteam, waarin de hele gang van zaken bedacht, begeleid en uitgevoerd
wordt. Ook vestigingsplaatsonderzoek doen we zelf. We praten met gemeentes, kijken
naar cijfers en slaan aan het rekenen. Getallen zijn van levensbelang voor ons
en onze franchisenemers."
| Op dit moment worden twee 'mobiele Febo's' gemaakt, waarmee
we naar de klanten toegaan |
Het contact met de inmiddels 53 franchisenemers is intensief. Vanuit de Febo-organisatie
worden ze gemiddeld eens in de twee weken door de beide franchisemanagers bezocht.
Eventuele problemen kunnen dan worden besproken, maar de managers houden ook
een oogje in het zeil om te kijken of alles verloopt zoals partijen dat met elkaar
hebben afgesproken.
"Bij een strakke, hard franchiseformule als Febo moet alles kloppen en vooral
ook blijven kloppen", legt Van Boxtel uit. "Zeker in het geval van
food luistert de kwaliteit van de producten én de omgeving waarin deze
worden aangeboden, zeer nauw. Als ondernemers een steekje laten vallen, krijgen
ze eerst een waarschuwing. Mocht deze niet snel tot verbeteringen leiden, dan
komt er onherroepelijk een moment waarop we afscheid van elkaar moeten nemen.
Gelukkig komt zoiets zelden voor en is de samenwerking tussen Febo en haar franchisenemers
heel goed. Pas nog hebben we met zijn allen het 25-jarig jubileum van een franchisenemer
gevierd."
Er is een franchiseraad die bestaat uit vijf franchisenemers, vertegenwoordigers
van de Febo-organisatie en een onafhankelijke voorzitter. De raad komt zesmaal
per jaar bijeen. Daarnaast speelt de reclamecommissie een belangrijke rol; hierin
hebben drie franchisenemers zitting en Van Boxtel is voorzitter. Alle publiciteitsplannen
worden in dit forum bedacht en aan de hand van een vastgesteld budget uitgevoerd.
De jaarlijkse bijdragen van franchisenemers zijn helder en inzichtelijk zodat
niemand zich af hoeft te vragen wat er met zijn of haar geld gebeurt. Speciaal
is ook het opleidingstraject dat in eigen huis ter hand wordt genomen. Mogelijke
franchisenemers worden twee weken lang in de eigen Febo-vestiging aan de Amsterdamse
Slijperweg wegwijs gemaakt, waarna nogmaals een 'stage' van twee weken bij een
van de bestaande franchisenemers volgt. "Zo kunnen de mensen met eigen ogen
zien hoe het er bij ons aan toe gaat", vertelt Van Boxtel.
Over de toekomst
zegt hij tot slot: "We hebben onlangs een nieuwe vestiging
in Eindhoven geopend en zullen onze groei verder op onder meer het zuiden van
Nederland gaan richten. Wat bij Febo altijd voorop staat, is de kwaliteit van
het product, de locatie en de franchisenemer. We brengen verse producten, dus
als we expanderen moet dit logistiek verantwoord zijn. Febo blijft ook heel sterk
focussen op de kwaliteit van de franchisenemers. Een organisatie is zo sterk
als de zwakste schakel. Vanaf nu zal ieder jaar de zwakste schakel ertussenuit
worden gehaald. Op zichzelf is het namelijk helemaal niet zo slecht als je zou
krimpen in aantal vestigingen, als je maar wél blijft groeien in kwaliteit."
Reinold Vugs |