Wat is de overeenkomst tussen de
twee Amerikanen Morgan Spurlock en Jared Fogle? Beiden hebben zich gestort op
een eenzijdig menu en bespelen daarmee de media. De ene at een maand lang volvet
bij McDonald’s, de tweede kwalificeerde zich tot ‘broodjes-slender-you-koning’ bij
zijn buurtvestiging van broodjesketen Subway en halveerde en passant zijn gewicht
van 200 kilo. Meneer Spurlock, minutieus vastgelegd in de documentaire Super
Size Me, werd kort samengevat wel vet maar niet goed, terwijl meneer Fogle zich
bij elke talkshow mocht vervoegen om zijn afslankmirakel uit te venten. Ter verhoging
van de feestvreugde toonde Subway in Duitse reclamecommercials een volslank vrijheidsbeeld,
bij wijze van afschrikwekkend symbool van eenzijdig calorierijk eten, ter promotie
van eerdergenoemde rolprent. De Republikeinen waren ‘not-amused’ en
de voluptueuze versie van het symbool van vrijheid is uit de uitingen gehaald.
Jammer dat Amerikanen soms zo weinig humor hebben (saillant: Duitsers blijkbaar
wel!).
Wat dit alles wel aangeeft is dat geen merk in de foodsector ontkomt aan
de kracht van publieke opinie. Je bent nu eenmaal wat je eet en daar kunnen we
niet zorgvuldig genoeg mee omspringen. McDonald’s heeft inmiddels schielijk
zijn Happy Meal aangepast (indien gewenst ook zonder broodje verkrijgbaar, waarbij
ik vaststel dat dat nou net niet de grootste dikmaker van het betreffende menu
behelst, of ben ik nu zo dom?), maar dat terzijde.
Ook in de schappen van de supermarkten
is een slachting gaande. De retailer is aan de macht, terwijl de fabrikant alle
zeilen bij moet zetten. Een gevolg van het herwonnen primaat van de ‘p’ van prijs in de marketingmix
na de jaren negentig, waarin de ‘p’ van protserig de scepter zwaaide.
A-merken hebben het moeilijk. Het aantal zeer merkentrouwe consumenten is sinds
2001 gedaald van 30 tot 11% vorig jaar. De omzet van Unilever daalde in het tweede
kwartaal met 6%. Steeds kritischer worden merken tegemoet getreden: de consument
laat zich steeds slechter knollen voor citroenen verkopen. Jongeren hebben al
helemaal een ingebouwd ‘marketing bullshitfilter’. ‘Laat eerst
maar zien of je wat toevoegt als merk’, luidt hun devies. En dat is een
rode draad die zeker in de foodsector veel ontwikkelingen verklaart.
Zo zitten
huismerken in de lift. Door de aanhoudende prijzenoorlog kunnen supermarktconcerns
meer fabrikanten voor de productie van huismerken laten meedingen, waardoor deze
nog goedkoper kunnen worden geproduceerd. Het marktaandeel van huismerken is
in omzet het afgelopen jaar van 17,1% naar 18,3% gestegen. Zeeuws-Vlaanderen
en andere grensstreken worden overspoeld moet koopjesjagende shoppers uit de
aanpalende uniegebieden. Hoezo, één Europa? Naar verwachting zullen
de A-merken het iets minder moeilijk krijgen, maar de opmars van de huismerken
lijkt structureel. De kwaliteit is meestal net zo goed als die van de A-merken.
Vroeger beperkten huismerken zich veelal tot producten met weinig emotionele
waarde, zoals keukenrollen en beschuit. Ze zijn inmiddels het kopiëren voorbij.
Om een voorbeeld te noemen: vrijwel de hele markt van koelversmaaltijden wordt
gedomineerd door huismerken. Ook de eigen lijn biologisch voedsel van Albert
Heijn draagt bij aan het herstellende vertrouwen in onze grootste grutter. Een
bijkomende factor is dat winkelketens door fusies en overnames de afgelopen jaren
flink zijn gegroeid en veel professioneler worden geleid. Het zijn sterke inkoopbedrijven
geworden die fabrikanten slim tegen elkaar uitspelen.
Ook hier blijkt: de consument
lijkt uiteindelijk aan de touwtjes te trekken, waarbij geloofwaardigheid hoog
scoort. ‘Be good and tell it’ geldt
meer dan ooit. Formules die waarmaken wat ze prediken hebben niets te vrezen.
Anders word je als merk onherroepelijk gevangen in het marketing bullshitfilter.
En dat is alleen maar terecht.
Ward de Moor
Senior communicatieadviseur
Communicatiebureau Synergie |