Ben je er net aan gewend dat de
verwachtingen van internet toch wat overtrokken waren, blijkt er zich dankzij
diezelfde digitale snelweg toch een ware revolutie te hebben voltrokken.
Internet wordt volwassen en dat heeft grote consequenties, niet alleen
voor commerciële activiteiten via het net, maar ook voor consumentengedrag
in de werkelijke wereld. Dat zit zo. Eind jaren negentig had het overgrote
deel van de consumenten pas vertrouwen in een commerciële internetsite
als er ook echte mensen en winkels bij hoorden. Onderzoek van de laatste
tijd toont aan dat het belang van die voorwaarde steeds minder een rol
speelt. Zelf heb ik nog wel eens last van wantrouwen in de digitale wereld.
Per slot van rekening moest ik als nieuwsgierige puber in de vroege jaren
tachtig bij de virtuele werkelijkheid van Atari computerspellen als Pacman
en Space Invaders heel wat aan mijn eigen fantasie overlaten. Van photoshoppen,
laat staan teleshoppen, had nog niemand gehoord. Dat laat z’n sporen
-of scepsis- na, zo u begrijpt.
Bij de aanstormende generaties ligt dat
anders. Onderzoek van AC Nielsen heeft aangetoond dat een behoorlijk aantal
tieners in rijke landen dit
jaar maar liefst een kwart van hun tijd besteden achter een computerscherm.
Veertig procent is van mening dat ze meer van computers weten dan hun ouders,
meestal niet onterecht. Tien procent heeft een eigen website en de helft
wil er een. Technologie is vanzelfsprekend, moet het vooral gewoon dóen
en verder kan het -om in hun sfeer te blijven- ‘boeien’. Jongeren
krijgen twintig- tot veertigduizend reclameboodschappen per jaar voor hun
kiezen. Ze zijn zwaar mediagetraind en halen de voor hen relevante zaken
uit het immense aanbod op radio, televisie, mobiele telefoon, billboard,
bioscoop, internet en tijdschriften. De traditionele scheiding tussen print
en on line is voor hen dan ook irrelevant. Het aanbod is er en daar ‘grazen’ ze
uit.
Voor jongeren is een merk een vervanging voor religie want ze vereenzelvigen
zich er enorm mee. Dat is echter iets anders dan de merkentrouw voor -om
maar wat te noemen- de Vivo en De Gruijter van vroeger. Loyaliteit moet
steeds weer worden afgedwongen, merken moeten die voortdurend verdienen.
Dag en nacht moet interactie mogelijk zijn. Kleding, drankjes en sportschoenen:
voortdurend moet er worden gevarieerd en dienen nieuwe varianten beschikbaar
te zijn. Ola doet het slim met zijn ‘Love-potion’-ijsjes deze
zomer, waar vorig jaar de zeven hoofdzonden tot thema waren verheven. Suggereer
schaarste en je bent spekkoper, want iedereen wil exclusiviteit en jongeren
al helemaal. Merkgoeroe Martin Lindstrom stelt in zijn recent verschenen
boek Brandsense dat merken een sfeer rond een merk moeten bouwen die 24
uur per dag beschikbaar moet zijn en die naadloos in elk medium herkenbaar
blijft. Je hebt een merk en daar bouw je een verhaal omheen. Hij noemt
het ‘situation-placement’ in plaats van het bekende ‘product-placement’.
Een merk waar een verhaal of een serie omheen is gebouwd staat dan in voortdurende
interactie met de consument. Een goed voorbeeld noemt Lindstrom de computerspelletjesindustrie,
die in Hollywood al twee keer zo groot is als de filmindustrie.
En dan hebben
we het niet over de grote merken als Nike en Apple. Lindstrom spreekt
in dit verband met Organisational Selling Propositions, als opvolger
van de USP. Dat zijn organisaties met een filosofie die zo sterk is,
dat het product er niet meer toe doet. Het wantrouwen in de grote merken
zal
ook hier echter een einde aan maken. De USP heeft wat Lindstrom betreft
al helemaal afgedaan, want geen product is nog uniek, of het wordt binnen
de kortste keren nagemaakt.
Na de USP en OSP is de toekomst echter aan
de MSP, de ‘Me Selling
Proposition’: de personalisering van producten. De ringtones en hoesjes
op mobiele telefoons zijn de voorbodes hiervan, net als screensavers. Bij
Starbucks bepaal je tot in detail hoe je koffie wordt samengesteld en zo
individualiseren we vrolijk verder. Tijdens mijn communicatieopleiding
in de late jaren tachtig hadden we onze mond vol van geïntegreerde
communicatie. In de praktijk bleven we gewoon lekker foldertjes maken en
knappe radiocommercials die soms een totaal andere uitstraling hadden.
Het lijkt erop dat de werkelijke wereld ons nu eindelijk zover heeft… Al
denk ik dat we met de komst van onze tien nieuwe lidstaten soms nog best
kunnen putten uit ons oude arsenaal om daar succes te oogsten.
Ward de Moor
Senior communicatieadviseur
Communicatiebureau Synergie |