Velen hebben de afgelopen jaren
aan Jan Peter Karelse gevraagd of de politiek niet iets voor hem (geweest)
zou zijn. "Dat klopt", zegt Karelse, "ik heb dat regelmatig
te horen gekregen. Als ik echter een finale keuze zou moeten maken, dan
kies ik toch voor het bedrijfsleven. Het fascinerende aan de retail vind
ik, dat je te maken hebt met een combinatie van grote en kleine onderwerpen.
Het is een wereld vol contrasten, van dagelijkse beslommeringen over bijvoorbeeld
de werking van een kassa tot en met ingewikkelde strategische vraagstukken
die van invloed zijn op de bedrijfsvoering in de toekomst. Ons Intres-motto
is niet voor niets: 'Doe gewone dingen buitengewoon goed', wat je als een
variant kunt beschouwen op de bekende kreet 'retailing is detailing'."
| Er is een voortdurende dynamiek in de retail |
Karelse
begon in 1993 bij Intres. Wat zijn sindsdien volgens hem de meest opvallende
ontwikkelingen geweest, kijkend naar de organisatie zelf?
"Je ziet dat Intres steeds meer faciliteiten aan haar leden is gaan
aanbieden. Het pakket heeft zich enorm verbreed, van in oorsprong voornamelijk
inkoop
en centrale betaling tot aan de huidige diensten op het gebied van visual
merchandising, marketing, accountancy, vastgoed, enzovoorts. In feite bieden
we het hele spectrum aan instrumenten aan, zelf of via derden, waarmee
zelfstandige ondernemers kunnen retailen. Dat is het stukje 'service' in
de omschrijving van onze organisatie. Het aardige is dat, nu een aantal
non-foodbranches onder druk staat, accenten aan het verschuiven zijn. Er
is dan ook een voortdurende dynamiek in de retail. We hebben gereageerd
op de 'roep' vanuit ondernemers om weer scherper op de inkoop te gaan focussen.
Zo zie je dat de functie van het oude inkoopcombinatiebedrijf noodgedwongen
sterker benadrukt wordt; een beetje back to basics dus.
Een van de gevolgen hiervan is, dat we ons bijvoorbeeld meer richten op
de ontwikkeling van private labels. In de retail heb je omzetmatige uitslagen
van grofweg tussen de min tien en plus tien procent, tenminste als je een
gezonde verhouding hanteert tussen private-labels en merken. Met uitsluitend
eigen merken kunnen de verschillen veel groter zijn, zeker in de modische
branches, en kan een 'min' dus desastreus uitpakken voor een ondernemer.
Onze politiek is om omzichtig met merken om te gaan; het blijft tricky
business. Maar het geeft de ondernemer wel exclusiviteit en meer body in
zijn marge."
Intres is steeds meer 'servicekantoor' en minder hoofdkantoor geworden,
wat ook gevolgen heeft voor het profiel van de medewerkers. Karelse: "We
hebben inmiddels een mix in huis van wat ik praktische, ondernemende medewerkers
zou willen noemen en mensen die zich sterker op strategie en analyse richten.
De eerste categorie voelt haarfijn aan wat ondernemers beweegt en met welke
problemen en kansen zij geconfronteerd worden. De tweede zet lijnen uit,
onder meer op basis van gegevens die naar voren komen uit marktonderzoek,
rekenmodellen en managementinformatie. Voor iedereen geldt dat alle antennes
gericht dienen te zijn op ontwikkelingen in de retail en dat daar vervolgens
ook iets concreets mee moet worden gedaan. We zijn nu in staat om te denken
zoals het grootwinkelbedrijf en dit vervolgens met zelfstandige ondernemers
in de praktijk te brengen."
Samenwerking
Uit intern onderzoek is gebleken dat de tevredenheid van leden van formulebedrijven
door de bank genomen groter is dan die van leden van het inkoopbedrijf.
Met andere woorden: hoe intensiever de samenwerking, hoe tevredener ondernemers
zijn.
| Hoe intensiever de samenwerking, hoe tevredener
ondernemers zijn |
"Ik wil een lans breken voor nauwe samenwerking", stelt Karelse. "En
of je dat nu franchiseachtig of hard-franchise noemt doet er niet zoveel
toe. Binnen Intres spreken we in het laatste geval overigens van full-service
franchise. Feit is dat ondernemers die in een samenwerkingsverband opereren
het beter doen dan gemiddeld. Binnen een formule kunnen er trouwens best
twee groepen zijn. Dit zie je bijvoorbeeld bij First//Man of Lin-O-Lux.
Deze kennen beide zowel licentienemers als franchisenemers. De bereidheid
om in een franchiseformule te stappen is vooral groot onder de wat jongere
ondernemers. Rond franchise bestaan nog altijd misverstanden, zelfs taboes.
Eigenzinnigheid wordt soms te veel in eigenwijsheid vertaald. Zelfstandig
ondernemerschap en franchising kunnen heel goed samengaan. Dit houden we
ondernemers ook voor. Franchise betekent overigens ook steeds vaker de
ontwikkeling van waar partnership tussen franchisegever en franchisenemer.
Het ondernemen als proces vormt een steeds zwaardere belasting voor ondernemers,
met al die vaak ingewikkelde wet- en regelgeving. Dan zeg ik: laat een
aantal onderwerpen aan ons als organisatie over. Wij hebben de mensen en
expertise in huis om onze leden te kunnen adviseren en begeleiden, mocht
dat nodig zijn. Laten zij zich vooral concentreren op het winkelproces,
op het vak van retailer. Dat is hún specialiteit. Binnen Intres
zijn we bezig om het aantal formules te saneren door ze te concentreren,
waardoor de schaal waarop de formules opereren vergroot wordt. Dit kan
weer tot inkoopvoordeel leiden, waarmee we terug zijn bij de core business
van de organisatie. We moeten ons als Intres namelijk in de eerste plaats
bezighouden met de rendementspositie van de bij ons aangesloten ondernemers."
We kijken nog kort naar internationale ontwikkelingen op franchisegebied. "Dat
blijft een probleem, zelfs voor ketens die vaak als merk begonnen zijn",
aldus Jan Peter Karelse. "Je ziet wel grensoverschrijdende licenties,
zoals bij Expert en Intersport. Hét grote voorbeeld in de food blijft
natuurlijk McDonald's. Waarom er vanuit Nederland zo weinig 'export' van
franchiseketens plaatsvindt? Je moet om te beginnen over veel kapitaal
beschikken om een markt te kunnen veroveren. Want meestal is de koek al
verdeeld en moet je een stuk van die koek proberen te pakken wat ten koste
van andere spelers moet gaan. Een formule in een nieuw land starten betekent
in de praktijk meestal dat je deze eerst met eigen winkels moet gaan 'bewijzen'.
Dat is een kostbare aangelegenheid, waarbij je je als bedrijf of organisatie
aanloopverliezen moet kunnen veroorloven. Dit gaat vrijwel altijd ten koste
van je marges op het thuisfront. En een franchise- of retailserviceorganisatie
heeft smalle marges. Daarnaast dien je een sterke organisatie in het thuisland
te hebben."
Kansen en... bedreigingen
Karelse praat makkelijker over kansen dan over bedreigingen. De laatste
kunnen óók kansen zijn. "Wat ik sterk vind aan Intres
als organisatie is dat we een combinatie in huis hebben van sterke formulebedrijven
met marktleidende namen, én zelfstandige ondernemers. En dat moeten
we vooral ook zo houden. Wél zouden de formules verder moeten
groeien, waarvoor extra kapitaal en mankracht, zowel kwantitatief als
kwalitatief, beschikbaar gesteld dient te worden. Als het aan mij ligt,
zouden onze medewerkers verder meer en meer moeten leren denken en handelen
als ondernemers. Het is van groot belang de organisatie intern te versterken.
Vanwege de concentratie bij ketenformules worden deze machtiger en daar
zul je als Intres wat tegenover moeten kunnen stellen. Je moet een volwaardige
partner kunnen blijven die ook tegengas kan geven als dat nodig is. We
hebben overigens wel zware mensen in huis, maar die moeten hun aandacht
soms te veel verdelen over allerhande zaken.
Een mogelijke bedreiging hangt samen met de vraag of we genoeg ondernemers
kunnen vinden om onze ambities waar te maken. Iets anders waarvoor we moeten
waken, is dat we ook weer niet al te veel terugvallen op onze inkoopfunctie.
De balans kan ook naar de andere kant doorslaan. En bedrijfsopvolging kan
een probleem zijn, al zijn we druk doende om dat traject te begeleiden.
Ondernemers die op dreigen te stappen omdat ze te sterk worden en het zelf
wel denken te kunnen, is een punt dat aandacht blijft verdienen. Voor het
MKB in het algemeen zie ik enkele obstakels. Zo wordt het steeds lastiger
voor deze categorie bedrijven om plannen gefinancierd te krijgen. Banken
worden veeleisender, met alle gevolgen van dien. De groei mag niet belemmerd
worden door een al te rigide financieringsbeleid. Verder vind ik de rol
van gemeentes en projectontwikkelaars soms wel wat erg ver gaan. In de
woninginrichting zie je bijvoorbeeld dat zelfs kleine gemeenten, samen
met projectontwikkelaars, woonboulevards ontwikkelen waaraan de markt,
op grond van harde cijfers, eigenlijk helemaal geen behoefte heeft. Ondernemers
laten zich dan meeslepen door megalomane bestuurders, komen terecht op
dure meters terwijl het rendement in de winkels enorm onder druk staat.
De consequenties laten zich raden. Ik ben dertig jaar geleden begonnen
bij wat nu de CBW heet, de Centrale Branchevereniging Wonen, de brancheorganisatie
voor woninginrichters. Als ik kijk naar de omzet per vierkante meter begin
jaren zeventig en naar het huidige cijfer, dan is dat amper toegenomen.
Het is nog steeds ongeveer 800 euro per vierkante meter vvo."
| Rond franchise bestaan nog altijd misverstanden,
zelfs taboes |
Tot slot scheren we langs enkele hoogte- en dieptepunten van de afgelopen
elf jaar. "Ik vond mijn laatste jaar bij Intres absoluut een hoogtepunt.
Met een afgeslankte directie en organisatie hebben we het voor elkaar gekregen
om onder meer de hoogste nettowinst van de afgelopen tien jaar te behalen.
En, heel belangrijk: we hebben dat niet bij de leden weggehaald en de leden
zijn ondanks -of dankzij- de slechte marktomstandigheden weer wat tevredener
over de organisatie geworden. Misschien was er, zoals nu, trouwens wel
een crisis nodig om dat te kunnen bereiken. Andere prestaties zijn de fusies
met Beco en de komst van Centurion, met 130 winkels, vorig jaar. Dieptepunten
waren de ontwikkelingen rond Harvest en Livera Duitsland, waar we inschattingsfouten
gemaakt hebben. Ook de meubelformule Fly, met meeneemmeubelen, is niet
van de grond gekomen. Maar ja, ook dat is ondernemen. Ik ga in ieder geval
met een goed gevoel weg: Intres is de afgelopen periode een belangrijke
speler in het Nederlandse retaillandschap geworden. We staan er al met
al weer beter voor dan tien jaar geleden. Maar ik zal de goede onderlinge
band met mijn medewerkers én mijn leden wel erg missen", aldus
Jan Peter Karelse.
Reinold Vugs |