Mij is gevraagd dit artikel te verzorgen
aangezien ik werkzaam ben geweest in de detailhandel. Om precies te zijn
in het bedrijf van mijn schoonfamilie in damesmode. Ik sta voor het CDA op
de kandidatenlijst voor de Europese verkiezingen op een mooie vierde plaats.
Het ziet er dus naar uit dat ik straks als lid van de Nederlandse CDAdelegatie
en één van die 27 Nederlanders deel uit ga maken van het Europese
Parlement.
| In vijftien jaar is het aantal franchisevestigingen
verdrievoudigd |
Ik zie Europa vooral als grote uitdaging. Daarbij baseer ik me in eerste
instantie op de feiten. Nederland is al sinds de VOC een belangrijke handelsnatie
en dus bij uitstek in de positie om te profiteren van een grote Europese
markt met open grenzen. Dit blijkt ook uit de cijfers. Meer dan vijfenveertig
procent van ons BNP wordt voortgebracht door goederenverhandelende bedrijfstaken.
Veel daarvan betreft handel met Europese landen. We maken dus feitelijk
deel uit van de Europese markt waar na 1 mei a.s. maar liefst 75 miljoen
consumenten bij komen. Die Europese markt levert ons welvaart en werkgelegenheid.
Natuurlijk ben ik niet alleen positief. Ik begrijp de gevoelens van veel
Nederlanders die Europa zien als iets dat ver weg is, maar wel bepalend
en daarmee dus als bedreigend ervaren wordt. Het imago en op bepaalde terreinen
het optreden van Europa moet beter èn we moeten de hand in eigen
boezem steken. Kennelijk zijn we niet in staat de feiten goed voor het
voetlicht te brengen. Bijvoorbeeld de discussie over de Europese begroting:
moet deze 1, 1,12 of 1,25 procent van het Europese BNP zijn? Relativering
is op zijn plaats als je bedenkt dat de begroting van ons kabinet ongeveer
veertig procent van het BNP beslaat en het is nog niet zo lang geleden
dat de ‘Bert-norm’ een ambitieus streven neerzette naar terugdringen
van de totale collectieve uitgaven tot onder de zestig procent.
Ik ga dus voor
de uitdaging om veel meer concreet te maken wat Europa voor ons betekent
en waar wij voor moeten gaan in Europa. Meer realisme
in de maatschappelijke en politieke discussies over Europese thema’s
is gewenst. Centraal daarin staat voor de CDA-delegatie dat we gaan voor
een eigen plek van Nederland binnen Europa: realistisch, Europees regelen
waar het moet en nationaal waar het kan. Niet gelijkhebberig, maar wel
zien gelijk te krijgen waar dat belangrijk is voor Nederland.
Wat betekent
Europa voor u, franchiseondernemers?
U, franchiseondernemers, vormt een fors groeiende bedrijfstak. In vijftien
jaar is het aantal franchisevestigingen verdrievoudigd. Na een sterke
positie in de detailhandel groeit nu ook franchising in de zakelijke
dienstverlening sterk. Franchising als antwoord op de trend naar schaalvergroting,
waarbij het de kunst is te profiteren van de lusten in de zin van commerciële
formules, marketing en schaalgrootte in de inkoop, maar dan met behoud
van het zelfstandig ondernemerschap. In die zin past franchising bij
de Nederlandse ondernemersgeest. Franchiseformules opereren vaak internationaal,
belangrijk is dat Europa ruimte geeft aan deze tak van ondernemerschap.
| De uitbreiding van de Europese Unie biedt nieuwe
kansen voor de Nederlandse franchiseondernemers |
Essentieel
onderdeel van de Europese Unie vormt de open economische markt met gelijke
spelregels voor alle lidstaten en spelers op deze markt. Veel
Europese regelgeving heeft daarom betrekking op open grenzen tussen landen
en liberalisering van (deel)markten, bijvoorbeeld op het gebied van telecom
en telefonie. Vrije mededinging is een hoog goed in Europa, maar heeft
ook zijn grenzen. Terecht dat voor franchiseondernemers een uitzondering
wordt gemaakt in de zogenaamde groepsvrijstellingsverordening. Het staat
franchiseondernemers –zij het onder voorwaarden– dus vrij
om mededingingsbeperkende maatregelen af te spreken in een onderlinge overeenkomst.
Niet alles mag aangezien wel geprobeerd wordt een balans te houden met
de belangen van anderen, in het bijzonder consumenten. Zo zijn bindende
adviesprijzen in beginsel uit den boze, ik weet uit ervaring dat dit lastig
is voor individuele (kleinere) detaillisten, vooral waar het (dure) merkartikelen
betreft. Er wordt een positief effect beoogd voor de consument in de zin
van lagere prijzen, maar het risico is groot dat dit leidt tot verschraling
van het winkelaanbod en daarmee juist ook negatief uitwerkt voor diezelfde
consument.
Kansen door de uitbreiding van de Europese Unie
De uitbreiding van de Europese Unie biedt nieuwe kansen voor de Nederlandse
franchiseondernemers. Ik heb in de afgelopen maanden tijdens diverse
werkbezoeken gezien hoe Nederlandse bedrijven zich oriënteren op
nieuwe mogelijkheden. Een aantal bedrijven is al actief in Oost-Europese
landen, onder meer Ikea en enkele supermarktketens. De producten in bijvoorbeeld
de Hongaarse supermarkten dragen vaak al voor ons vertrouwde merknamen.
Nederland kent ijzersterke franchiseconcepten die het ook in andere Europese
landen goed doen. Om echter succesvol te zijn in Oost-Europese landen
is samenwerking met partners die de thuismarkt kennen van groot belang:
onze kennis en ervaring met franchiseconcepten combineren met lokale
kennis van de consument en de markt in het betreffende segment. Vanuit
Brussel wordt deze ontwikkeling ondersteund met Europese fondsen, de
weg daar naartoe zit vaak wel ingewikkeld in elkaar. Het zou goed zijn
daar in volgende nummers van dit blad eens uitvoeriger bij stil te staan,
evenals bij bedrijven die hierin al initiatieven nemen. Immers de ervaring
leert dat het Nederlandse bedrijfsleven bijzonder inventief en initiatiefrijk
is en u kunt van die goede voorbeelden leren.
Merkenrecht en reclames
Europa werkt hard aan het bevorderen van het ondernemerschap op de Europese
markt. De CDA-delegatie heeft zich in de afgelopen jaren sterk gemaakt
voor verbetering van de Europese regelgeving. Bekend voorbeeld is het
Europese merkenrecht, dat onder meer merkartikelen beschermt tegen snelle
en goedkope productie van ‘look alikes’ uit het Verre Oosten.
Een
ander voorbeeld betreft problemen waar franchisebedrijven en andere detailhandelsondernemingen
tegenaan lopen die over de grenzen actief zijn.
In andere landen gelden vaak beperkende of andere regels voor verkoopbevorderende
acties en reclames. Vooral het midden- en kleinbedrijf beschikt vaak niet
over de middelen en mankracht om het geheel van regels in de verschillende
lidstaten te overzien. Europa wil de regels rondom verkoopbevorderende
acties harmoniseren en moderniseren om het leven voor grensoverschrijdende
bedrijven te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bevorderen. Belangrijk
daarin is het wegnemen van nationale beperkende regels voor kortingen,
geschenken bij aankoop, prijsvragen en spelen. Wel zullen algemene normen
voor bescherming van de koper in acht genomen moeten worden, bijvoorbeeld
als het gaat om reclame voor tabaksartikelen is beperking wel op zijn plaats.
Minder
Europees regelen waar het kan
Europa moet regelen wat nodig is. Centraal daarin staan bevorderen van
stabiliteit, vrede en mensenrechten, bevorderen van een duurzame Europese
economische markt en zorg dat Europa leefbaar is voor toekomstige generaties.
Het CDA gaat daarbij voor een eigen plek van Nederland binnen Europa,
met ruimte voor eigen identiteit en verscheidenheid. Europa moet zich
zeker niet met alles bemoeien. Voorbeelden zijn grote delen van onze
gezondheidszorg, ons onderwijs en ons belastingstelsel. Voor het belastingstelsel
is natuurlijk wel belangrijk dat de spelregels voor de Europese monetaire
Unie -en daarmee de stabiliteit van de euro- in acht genomen worden,
maar bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek moet absoluut een nationale
zaak blijven. Dus: Europees waar het moet en nationaal waar het kan.
| Samenwerking tussen overheden en tussen organisaties
en bedrijven levert vaak goede resultaten op |
We zullen
ook gaan voor terugdringen van administratieve lasten in Europa,
immers ongeveer de helft van deze lasten wordt veroorzaakt door Europese
regelgeving. Loopt u op tegen administratieve lasten of onnodige bureaucratie
veroorzaakt door Europese regels, meld ze op mijn website www.corienwortmann.nl.
De CDA-delegatie zet zich er graag voor in hier concrete resultaten
te
boeken.
Tot slot
Het moet niet alleen gaan om Europese regels. Samenwerking tussen overheden
en tussen organisaties en bedrijven levert vaak goede resultaten op
en draagt bij aan de kwaliteit van de Europese Unie en haar lidstaten.
Samenwerking
op het gebied van innovaties bijvoorbeeld kan een positieve uitwerking
hebben en ook Europese brancheorganisaties spelen vaak een rol in het
uitwisselen van best practices.
Een goed voorbeeld in dit verband is het probleem
van de winkelcriminaliteit. Hoe kunnen we dit succesvol aanpakken?
Het is een goede zaak dat het ministerie
van EZ en het Platform Detailhandel een onderzoek zijn gestart. Er zal
een vergelijking worden gemaakt met de aanpak van winkelcriminaliteit
in andere Europese landen. Het onderzoek beoogt nieuwe en andere oplossingsmogelijkheden
aan het licht te brengen, die de Nederlandse aanpak effectiever moet maken.
Ik
ben echter redelijk optimistisch over de toekomst. Positief signaal is
het bericht dat het consumentenvertrouwen in februari zeer fors gestegen
is. Dit is doorgaans een belangrijke graadmeter voor het koopgedrag van
consumenten. Ondernemers delen dit optimisme nog niet, dat komt vanzelf
als deze stijging de komende maanden doorzet en zich ook daadwerkelijk
vertaalt in meer euro’s in de kassa.
Ik hoop voor u dat de positieve
trend van het toenemende consumentenvertrouwen dit jaar zal doorzetten,
dit is van groot belang voor uw kansen op een
succesvol jaar. Ik wil me de komende jaren graag inzetten om vanuit mijn
ervaring in de detailhandel scherp te kijken naar wat Europa wel en juist
niet zou moeten regelen om uw kansen verder te versterken.
Corien Wortmann |