Cees Bothof: “Als je terugkijkt
zijn de franchisegevers teveel dicterend bezig geweest. Het hoofdkantoor
wist wel wat goed voor je was. Gelukkig is daarin verandering gekomen,
onder andere door de komst van franchiseraden. Daardoor krijgen de franchisenemers
een stem bij de ontwikkeling van de formule. Vergeet niet dat franchisenemers
heel veel praktische ervaring hebben door hun werk. Een volgende stap is
om meer aan benchmarking te doen. Resultaten onderling vergelijken met
het doel om van elkaar te leren: hoe heb jij je kosten kunnen besparen,
hoe heb je meer omzet weten binnen te halen, wat kan ik van jou leren?”
Koos Boukens: “Franchising is alleen leuk als je dingen kopieert. Wat
dat is het wezen van franchising. Je hebt een bepaalde succesformule die
je ook op andere plekken kunt toepassen. Natuurlijk speelt de individuele
franchisenemer ook een rol. Dat is de toegevoegde waarde van je formule.
Maar je moet van elkaar willen leren.”
Annelies Ziegenhardt-Vos: “Waar we met elkaar te weinig aan doen is
het uitdragen van ons vak. Heel veel potentiële starters weten niet
precies wat franchising nou precies is. Ze denken dat ze een soort filiaalhouder
worden van een bepaalde formule die alles aanlevert. Maar de kern is: je
bent zelfstandig ondernemer met alle lusten en lasten die daarbij horen.
Je maakt deel uit van een groter geheel waardoor je kunt profiteren van de
kennis en kunde binnen de formule, ook die collega-ondernemers in de loop
der jaren hebben opgebouwd en de praktijkervaringen die zij iedere dag weer
opdoen. Bijna iedere franchisegever probeert potentiële nieuwe kandidaten
te vinden. We doen dat ieder op onze eigen manier, maar we bundelen dat niet.
Ik vind het een mooie taak van de NFV om bijvoorbeeld met regionale startersbijeenkomsten
te werken.”
André Brouwer: “We hebben dat vorig jaar tijdens de Nationale
Franchisedagen in de Jaarbeurs in Utrecht gedaan. Daar konden potentiële
franchisenemers aan een rondetafelgesprek deelnemen met leidinggevende mensen
uit de franchisewereld. De franchisegevers en de ondernemers waren enthousiast.
Maar vergeet niet dat aan die dag heel veel voorbereiding vooraf ging. Ik
weet niet of een dergelijke formule aanslaat als je dat op regionaal niveau
ook gaat doen.”
Jan Bezemer: “Je zou samen met een aantal formules de logistieke zaken
kunnen regelen zoals een zaal reserveren, sprekers uitnodigen, samenwerken
met banken en de regionale Kamer van Koophandel en de kosten daarvan delen.
Voor nieuwe formules die starten is het moeilijker om bij te dragen aan de
algemene ontwikkeling van de branche. Die startende formules zullen -begrijpelijkerwijs-
de nadruk leggen op het uitbouwen van hun eigen netwerk.”
Theo de Wit: “Onze franchisenemers komen regelmatig bij elkaar om van
elkaar te leren, problemen op te lossen en ervaringen uit te wisselen. Dat
is op zich goed. Het nadeel is dat we blijven rondkijken in ons eigen kringetje.
We zitten in dezelfde branche, zijn met dezelfde dingen bezig. Natuurlijk,
dat is herkenbaar en het schept ook onderling een band. Maar ik kan mij voorstellen
dat je een landelijke franchisenemersdag organiseert waarin franchisenemers
uit heel verschillende branches van elkaar dingen leren. Want los van de
vaktechnische zaken zijn er op ondernemersgebied ongetwijfeld heel veel dingen
te bedenken die heel interessant voor je dagelijkse werk kunnen zijn. Of
je nou bij Bakker Bart bent aangesloten, franchisenemer bent bij Pirtek of
bij Hypotheekvisie werkt. Ik vind dat een prima taak voor de NFV.”
Bert
Jongen
Het eerste deel van deze reeks (van drie) vindt
u hier, het tweede deel vindt u
hier. |