Kennelijk gaat het wel goed
zo nu de gemeenten zich regelmatig voor het karretje van plaatselijke clubs
laten spannen via twijfelachtige transacties met stadions. Allerlei lapmiddelen
worden uit de kast gehaald om het zogenaamde professionele voetbal te laten
aanrommelen.
De kern van het financiële probleem blijft onaangeroerd. Eigenlijk zijn
er twee kernen. Ten eerste de veel te hoge lasten en vooral de overdreven
spelerssalarissen en -bonussen. Ooit heeft iemand een dogma afgekondigd dat
een voetbalprof op zijn dertigste jaar binnen moet zijn. Waar gewone stervelingen
tijdens hun werkzame leven diverse malen van baan wisselen en vaak een totaal
ander bestaan opbouwen, zouden voetballers een goddelijk recht hebben om
op hun dertigste te kunnen rentenieren.
Waarom kan een voetballer niet een meer menselijk inkomen verdienen en na
afsluiting van zijn sportloopbaan iets anders gaan doen? Hij heeft voldoende
tijd en gelegenheid om zich hierop voor te bereiden. Waarom andere sporters
wel? Misschien een functie voor een sportbond om sporters naar een nieuw
bestaan te begeleiden? Het zijn zomaar wat vragen die opkomen.
Een tweede kern van de voetbalproblematiek ligt op het bestuurlijke vlak.
Voetbal is een bedrijvigheid die uitblinkt in slecht bestuur, egotripperij
en holle woorden. Bij alle financiële problemen die op de samenleving
worden afgewenteld, schittert een overkoepelende en sterk sturende hand door
afwezigheid. Waar zijn preventie en verbetering? De problematiek is niet
van vandaag of gisteren maar bestaat al enige jaren.
En de politiek: die staat er bij en betaalt de rekening. Voetbal zou maatschappelijk
te belangrijk zijn om te laten vallen. Menen politici dit echt? Terwijl
geregeld meer mensen op het veld en in de organisatie rondlopen dan op
de tribune zitten. Is hier echt sprake van maatschappelijke relevantie?
Politici op landelijk en plaatselijk niveau moeten zich niet laten intimideren
door keffende bestuurders en een handjevol onmaatschappelijke supporters.
Durf een voetbalclub te dwingen om cijfers openbaar te maken en orde op
zaken te stellen; er gaan miljoenen gemeenschapsgeld in. De totale staatssubsidie
aan het voetbal bedraagt meer dan honderd miljoen euro per jaar, niet meegerekend
de verkapte gemeentesubsidies, zogenaamde leningen, vastgoedtransacties,
kwijtscheldingen van schulden en gratis politie-inzet.
Applaus voor De Graafschap uit Doetinchem, de club die de vinger op een
belangrijke tere plek legt, namelijk de concurrentievervalsing die door
deze handelingen wordt geïntroduceerd. Eindelijk een club die aan
de gevel rukt van een bouwwerk dat een grondige renovatie nodig heeft.
De Achterhoekse bestuurders hebben het grootste gelijk van de wereld. Wie
zijn zaken op orde heeft zou worden gestraft. Ten onrechte. De Graafschap
verdient navolging. Daarmee kun je een franchise opzetten. En dan krijg
je de al lang vereiste centrale regie van het betaalde voetbal die naar
rendabel voetbal kan leiden.
| |
”Ooit heeft iemand een
dogma afgekondigd
dat een
voetbalprof
op zijn dertigste
jaar
binnen moet zijn?” |
Franchising is een moderne vorm van bedrijfsorganisatie, die weliswaar
in de detailhandel zijn oorsprong heeft, maar in de Amerikaanse professionele
sport prima functioneert. De duidelijke centrale regie leidt onder meer
naar een evenwichtige verdeling van sportief talent en ziet toe op de maximale
salarispost per club. Hiermee wordt concurrentievervalsing tegengegaan
en kwaliteitsverbetering van de competitie tot stand gebracht.
Meer spanning, meer kanshebbende clubs en dus meer interesse voor voetbal
bij het publiek. En hogere inkomsten. We moeten af van een tweeslachtig
systeem waarbij voor drie clubs andere normen gelden dan voor de rest,
die slechts als figuranten mogen meedoen. Iedere club moet kampioen van
Nederland kunnen worden.
Impliciet past de huidige exploitatieopzet van De Graafschap binnen een
franchisemodel, want de club heeft de zaak financieel op orde en dat is
hierbij het uitgangspunt. Hiervan kunnen andere clubs iets leren.
De huidige concurrentievervalsing door gemeentelijk ad hoc beleid nodigt
bovendien de Europese Commissie uit in te grijpen. Een franchise met eerlijke
en voor iedereen gelijke spelregels kan dit malheur voorkomen. Concurrentievervalsing
wordt verder ingedamd door gelijke verdeling van de tv-rechten onder de
deelnemende clubs. Hiermee wordt een verdere stap gezet naar budgettaire
verbetering. Er is voor de tv bovendien geen reden meer om bepaalde clubs
te bevoorrechten boven andere.
Binnen een franchise zou De Graafschap waarschijnlijk een hogere begroting
bereiken, andere clubs zeker een lagere. Er komt een herverdeling van spelers,
zodat De Graafschap als team beter zal kunnen presteren.
Te hoge spelerssalarissen kunnen direct aangepakt worden. Bang dat talent
naar het buitenland verdwijnt? Rustig laten gaan. Ook daar begint de wal
het schip te keren. Tientallen zogenaamde grote clubs hangen met hun nagels
aan de rand. Het aantal werkloze voetballers is deze zomer gestegen omdat
clubs hebben getracht de tering naar de nering te zetten om de noodzakelijke
licentie te behouden. Het is nu een uitgelezen kans om voetbalproblematiek
aan te pakken en op te lossen.
Geld is er, de UEFA stelt uit de zogenaamde Hattrickpot 1,7 miljoen euro
beschikbaar voor bonden die aan structurele verbetering van het voetbal
willen werken. Een aardig begin dus. Met Guus Hiddink als CEO. Leve De
Graafschap.
Jan Bezemer
Eerder gepubliceerd in Het Financieele Dagblad van 4 juni 2003
|