Franchising is een ondernemersvorm
met veel uitdagingen, maar ook met de nodige valkuilen. De eerste aflevering
van deze reeks werd afgesloten met een uitspraak van André Brouwer
die het scenario schetste van een franchisenemer die na een mislukt avontuur
25 jaar op een houtje moet bijten om zijn schulden af te lossen. De vraagt
rijst wat het geheim is van een succesvolle franchisenemer.
Annelies Ziegenhardt-Vos: “Waar het om gaat als franchisenemer is
dat je voor een franchiseformule kiest die het beste aansluit bij jouw
visie. Je mag ervan uitgaan dat het product dat wij als franchisegever
aanbieden goed is. Dat geldt trouwens ook voor de producten van onze collega’s.
Je kunt er gerust van uitgaan dat als een formule een paar jaar bestaat
en groeit, het bestaansrecht ervan bewezen is. Maar er zijn grote verschillen
tussen de formules. Dat geldt ook voor advisering op het gebied van hypotheken.
Wat ik de mensen altijd aanraad is: kijk naar hoe de formules zich presenteren
en praat met franchisegevers én franchisenemers van de formules.
Dan weet je al snel welke formule jou het meest aanspreekt. De meerwaarde
van een formule is de franchisenemer. Hij of zij zal het zelf moeten maken.
Hij moet klantgericht zijn, goed kunnen luisteren en zich kunnen inleven
in mensen. Het is peoples business. Als je graag met mensen omgaat en je
mobieltje laat aanstaan, ook al heb je een vermoeiende dag achter de rug,
dan heb je de goede instelling om er een succes van te maken.”
Theo de Wit: “Het klinkt misschien gek, maar wat ik onze franchisenemers
kan garanderen zijn hun kosten. Die kan ik ze precies voorrekenen voor
de komende jaren, de vaste lasten en de variabele kosten. Door onze ervaring
zijn de kosten inzichtelijk. Maar voor de omzet ben jij als zelfstandig
ondernemer zelf verantwoordelijk.”
Paul van Rossum: “Je moet als ondernemer zorgen dat je aantrekkelijk
bent voor de consument, en dat ook blijft. Het gevaar bestaat dat je na
een paar jaar keihard werken een goed belegde boterham verdient en dat
je dan wat luier wordt. Het risico hiervan kan zijn dat de mensen wegblijven.”
Investeren
Cees Bothof: “Je ziet ook dat franchisenemers zich afvragen waarom
ze ieder jaar een bedrag aan de franchisegever moeten afdragen. Dat je
een entreefee moet betalen om hulp te krijgen bij de start, begrijpt iedereen.
Maar ondernemers vragen zich na een paar jaar wel eens af: wat doet het
hoofdkantoor met mijn geld?”
Annelies Ziegenhardt-Vos: “Het is zeker niet zo dat wij als franchisegever
slapend rijk worden van de afdrachten van onze franchisenemers. We investeren
in marketing, in opleidingen, in automatisering en in productontwikkeling.
Noem maar op. Dat doen we allemaal om de franchisenemer te ondersteunen.
Dat soort kosten zou je als zelfstandig ondernemer heel lastig zelf kunnen
opbrengen.”
Theo de Wit: “Je moet niet alleen naar de kosten kijken, maar ook
naar de opbrengst. Nederlanders zijn geneigd alleen maar naar de kosten
te kijken. Johan Cruijff heeft eens gezegd dat als een voetbalteam met
1-0 wint, is iedereen geïnteresseerd in de doelpuntenmaker. Maar de
keeper die voor de 0 heeft gezorgd wordt vaak vergeten. Ik investeer in
onze formule. Dat kan alleen als ik een redelijke afdracht kan verwachten
van de franchisenemers.”
De gesprekspartners komen tot een verrassende conclusie. Menige franchisenemer
verdient meer dan een leidinggevende in dienst van de franchisegever. Het
ontlokt Paul van Rossum de vraag waarom ze niet zelf als franchisenemer
aan de slag gaan.
Annelies Ziegenhardt-Vos: “Soms denk ik dat wel eens. Je mag van
mij verwachten dat ik de formule in mijn vingers heb zitten. Dat ik weet
wat goed werkt en waar de valkuilen liggen. Maar op het hoofdkantoor werken
is ook leuk. Je bent op strategisch niveau bezig met het verder ontwikkelen
van de formule. Daarnaast begeleidt je franchisenemers, los je problemen
op en geeft je potentiële franchisenemers een duwtje in hun rug. Dat
vind ik ook aantrekkelijk.”
Carrière
Franchisenemer zijn van een bepaalde formule is doorgaans niet iets wat
je je hele leven doet.
Paul van Rossum daarover: “Bij Bakker Bart vind ik tien jaar een
mooie tijd om te kijken naar andere mogelijkheden. Dan heb je de zaak kunnen
opbouwen, je hebt je rendement behaald en dan kun je het stokje overgeven
aan een opvolger. Het heeft er ook mee te maken dat het bakkersvak fysiek
nogal zwaar is. We begeleiden onze franchisenemers daarbij. Het kan zijn
dat een franchisenemer afscheid neemt bij ons, maar franchisenemer wordt
in een hele andere branche. Daar helpen we soms bij. Een van de franchisenemers
van Simon Lévelt was bijvoorbeeld vroeger franchisenemer bij ons.”
Koos Boukens: “Samen met de franchisenemer maak je een carrièreplan.
Ondernemers willen groeien. Stilstaan is achteruitgaan. Dus praat je over
een grotere winkeloppervlakte of een tweede vestiging. Twintig jaar geleden
kon je je misschien nog permitteren om wat aan te klooien. De dagen dat
een ex-voetballer na zijn carrière een tabakswinkel had. Maar de
lat ligt tegenwoordig hoger. De consument pikt het niet meer als je als
ondernemer niet inspeelt op de veranderende behoefte. Dat stelt eisen aan
zowel de franchisegever als de franchisenemer."
Bert Jongen
Het eerste deel van deze reeks (van drie) vindt
u hier, het derde deel vindt u hier. |