Eerder in Franchise+ 3/2003 :: juni 2003 Terug naar het overzicht
 
Een land in oorlog
De 43e Internationale Franchise Convention
Op 5 maart 2003 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep het vonnis van de Rechtbank op 28 februari 2001 bekrachtigd. Franchisegever (Ster Videotheken) en Koelewijn & Partners (opsteller van het haalbaarheidsrapport) zijn in casu niet aansprakelijk voor het niet realiseren door franchise-nemer van de afgegeven omzetprognoses. Op de franchisegever rustte ook niet de plicht om aan de franchisenemer omzetprognoses af te geven. Zo’n rapport biedt ook geen garantie dat prognoses door de franchisenemer worden behaald.
 

Als u dit leest is de wereld helaas al weer een oorlog ‘rijker’ en gelukkig is deze al weer uitgestreden. Toch kan ik niet voorbijgaan aan die oorlog omdat deze een nadrukkelijke stempel drukte op de bijeenkomst in San Antonio TX die ik op 15-18 februari 2003 heb bijgewoond.

   “Het programma maakte behoorlijke indruk op me”

Indrukwekkend is zeker een woord dat bij me opkomt als ik terugdenk aan de vijf dagen in het Valkenburg van de Verenigde Staten. Meer dan 1.500 deelnemers van franchiseorganisaties uit met name de Verenigde Staten, verzamelden zich in de stad waar de lentezon zich volop liet zien. Niet alleen franchisegevers waren aanwezig, maar de nodige van hen waren samen met hun franchisenemers afgereisd naar wat een van de top vakantiebestemmingen bleek te zijn van Amerika. Buiten het aantal bezoekers maakte ook het programma behoorlijke indruk op me. Het aanbod is zo groot dat je werkelijk niet meer weet wat je moet kiezen, in elk geval is er voor ieder wat wils.

Op de openingsdag kregen we allemaal nog even een opfriscursus franchise van de éminence grise van de Amerikaanse franchisewereld. Dit leidde niet tot nieuwe inzichten, maar gedurende de sessie bleek dat het ook werkelijk niemand interesseerde wat de twee grijsaards op het podium te melden hadden. Iedereen zat door elkaar te praten en met name kennis te maken of oude herinneringen op te halen. De twee advocaten van Piper Rudnick die de sessie voorzaten, deden dit al voor de twaalfde maal op rij en naar bleek is het ieder jaar hetzelfde.
De eerste dag wordt -zoals later blijkt ook alle volgende dagen- afgesloten met een cocktailparty. Netwerkmogelijkheden zijn er te over, waardoor de sessie die ik ‘s middags bijwoonde alleen maar meer bizar op mij overkomt.

   “Franchise is een van onze beste exportproducten”

De tweede dag is de dag van de prijzen voor de franchisenemers, maar het bleek ook de dag te zijn van het patriottisme. De directeur van Pepsico beklimt het podium, maar voordat hij de prijzen uitreikt wil hij nog even stilstaan bij de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Twee dagen eerder waren overal in de Verenigde Staten demonstraties tegen de oorlog, ook in San Antonio. De Pepsico directeur prijst de democratie waarin zij mogen leven, waar iedereen een eigen mening en stem heeft. Hij vervolgt zijn verhaal met zijn eigen rol in de eerste Golfoorlog en het belang van steun van het thuisfront voor mannen en vrouwen in de Golf. “In een democratie heeft iedereen het recht om voor of tegen te zijn, maar als je dagen of weken als natie voor de belangrijkste oorlog staat, dan kan het niet zo zijn dat er mensen tegen zijn. Wij moeten onze mannen en vrouwen onvoorwaardelijk steunen. God bless America.” Gevolg is een staande ovatie van 1.500 mensen en het volkslied wordt spontaan ingezet. Indrukwekkend? Ja, het was indrukwekkend, maar tegelijkertijd heel vreemd om mee te maken. Zeker als je bedenkt dat de meeste mensen die je sprak tijdens alle netwerkmomenten gewoon tegen de oorlog waren.
Terug naar de franchiserealiteit van alle dag. Twintig prijzen voor de beste franchisenemers in allerlei categorieën worden in een sneltreinvaart uitgedeeld. De presentator, een bekende tv-persoonlijkheid die net ontslagen was bij een van de grote netwerken, deed aan het eind een emotionele oproep voor een nieuwe job. Ja, ook dit is Amerika. Na al het prijzengeweld is het weer tijd om te werken aan de democratie. Er wordt een oproep gedaan aan alle aanwezigen om geld te storten voor Franpac. Dit is een stichting die als sponsor optreedt voor politici die zich kandidaat willen stellen voor de senaat. En het succes en nut van de stichting werd met harde cijfers onderschreven, maar liefst 95 procent van de recent gekozen senaatsleden waren door Franpac gesponsorde kandidaten. Maar ook in het land van de ongekende mogelijkheden gaan de verkiezingen gewoon door, dus is er weer geld nodig voor de personen die zich dit jaar kandidaat stellen voor de senaat. Op de tafels liggen cheques op de lunchbordjes. Je kunt of de voorbedrukte exemplaren van 100,- dollar tekenen, of zelf het andere exemplaar voorzien van een bedrag. De spreker, die iedereen oproept te doneren, geeft aan het liefst te zien dat we allen de laatste cheque invullen, maar dan wel met een bedrag met meer nullen! Ach, waarom ook niet? De eerste CEO’s van de grote ketens laten zich al gelden. Ze staan op met de cheque in hun hand, lopen naar voren en laten zich na het oplezen van het bedrag dat ze doneren, huldigen door applaus. Het wordt een waar prijzenfestival en als je vindt dat je leuk meedoet in dit wereldje, overbied je het bod van je collega CEO die net zijn applaus in ontvangst heeft genomen. Na een kleine vijftien minuten wordt al bekend gemaakt dat de beoogde 150.000,- dollar meer dan overtroffen zal worden. Er is dus weer genoeg geld om wat politici in te kopen.

   De gedrevenheid van de Amerikanen is te prijzen, maar er spreekt ook veel opportunisme uit

Na de fundraising begint eindelijk het dag programma een serieus karakter te krijgen. Professor Jeff Rosenberg geeft in een razend tempo de toehoorders een update van de wereldeconomie. Hij houdt de Amerikanen voor dat het slecht gaat met het eigen land en dat de heren en dames franchisegevers toch vooral opzoek moeten gaan naar nieuwe markten. Hij laat een gemonteerde foto van de wereldbol zien, gemaakt door satellieten. De foto laat de aarde zien om negen uur ’s avonds en laat zien waar de economische grenzen lopen. Alle plaatsen waar dan nog licht brandt, zijn naar zijn mening interessante gebieden, omdat dat gebieden zijn waar voldoende mate van economische bedrijvigheid aanwezig is. Vervolgens komt de cijferstorm voorbij, waarin Amerika op tientallen manieren vergeleken wordt met de rest van de wereld, met als enige doel aan te geven hoe groot, goed, sterk of machtig het thuisland is. Maar dan komt de interessante wending. Er ligt namelijk een enorm gevaar op de loer. Dit gevaar luistert naar de naam China. Rosenberg roept alle aanwezigen op om klaar te zijn voor deze ‘emerging super power’, om te zorgen dat de franchisesystemen klaar zijn om dit nieuwe land van ongekende mogelijkheden in te trekken. “China is op dit moment in waarde al de zesde economie ter wereld voorbijgestreefd. Dit is weliswaar niet het geval per inwoner, maar de toekomst ziet er anders uit. Maakt u er nog deel van uit?,” aldus Rosenberg. Hij verwacht nog steeds dat de Verenigde Staten de nummer één economie van de toekomst zal zijn en dat China een hele goede nummer twee zal worden. Echter dat kan alleen als de Amerikanen zelf meebouwen aan die economie. Hij roept de aanwezigen nogmaals op om vooral te gaan investeren in China, want op die manier helpen de Amerikanen bij het opbouwen van deze enorme consumentenmarkt en via de royalty’s leveren ze een bijdrage aan de groei van de eigen economie. Rosenberg: “Franchise is een van onze beste exportproducten.”
Terugdenkend aan de donderspeech van de hoogleraar, blijft ook nu enkel het woord indrukwekkend hangen. De gedrevenheid van de Amerikanen is te prijzen, maar er spreekt ook veel opportunisme uit. Natuurlijk, China is een groeimarkt en heeft zijn economie in de laatste acht jaar zien verdubbelen, maar aan de andere kant is het een land dat enorm is qua omvang en China kent grote delen met zeer beperkte groei. Voor Europese en Nederlandse bedrijven kunnen de gebieden aan de kust rondom Sjanghai en Hong Kong interessant zijn, evenals het gebied rondom Beijing. Voorlopig zullen de meeste bedrijven echter een pas op de plaats maken in afwachting van wat SARS betekent voor de veiligheid en vervolgens de groei van de economie.

Frank W.J. Quix