Eerder in Franchise+ 2/2003 :: april 2003 Terug naar het overzicht
 
Theo de Wit (Pirtek) over 10 jaar franchising
‘Betere profilering van ons vak’
Theo de Wit kan bogen op een ruime ervaring in de franchisewereld. Hij was als accountmanager Arrangementen bij ABN AMRO contactpersoon voor franchiseformules en commerciële samenwerkingsverbanden. Zijn avondstudie bedrijfseconomie werd in 1997 afgesloten met de scriptie “Is dienstverlening een franchise waard?”. April 1998 opende hij zijn franchisevestiging in Amsterdam als eerste franchisenemer van Pirtek. De activiteit is een mobiele één-uur-service voor hydrauliekslangen; een typisch voorbeeld van dienstenfranchising. April 2001 werd hij benoemd tot directeur van Pirtek Benelux. Het Pirtek netwerk in de Benelux omvat inmiddels veertien vestigingen en zal de komende jaren doorgroeien tot ruim twintig vestigingen. Van 1996 tot 1998 maakte hij deel uit van de redactieraad van Franchise+. Reden voor een terugblik én een vooruitblik op de ontwikkelingen in de franchise-branche.
 

“Als ik terugkijk op de afgelopen tien jaar zie ik twee trends. In de eerste plaats de enorme ontwikkeling van fastfood franchiseformules. Ik denk dat het één van de belangrijkste peilers is geworden in de franchisebranche. In de loop van de jaren zie je dat ook het aantal formules op het gebied van dienstverlening sterk is gestegen. Er zijn succesvolle en niet-succesvolle formules. Een sterke formule onderscheidt zich door een goede onderbouwing van het concept, de kwaliteit en het vermogen om binnen een paar jaar een netwerk op te bouwen. Als het niet lukt om na twee tot drie jaar voldoende franchisenemers te vinden, wordt het erg moeilijk. Het is een puur economisch verhaal: als je als franchisegever wilt investeren in mensen, in opleidingen en marketing moet je voldoende franchisenemers hebben. Anders heb je te weinig substantie om je overheadkosten terug te verdienen. Een franchisegever moet het kapitaal hebben om de eerste jaren te investeren, maar zal daarna ook winst moeten maken. Franchising moet winstgevend zijn voor franchisegever én franchisenemer. Als dat niet het geval is, valt het fundament onder je formule weg.
Het opzetten van een franchiseformule is niet eenvoudig. De eerste franchisenemers naar succes leiden is moeilijk, er doen zich onverwachte situaties voor en de franchisenemer kan gaan twijfelen aan de juistheid van zijn keuze. “Als er inmiddels een aantal succesvolle franchisenemers zijn is er voor een nieuwe franchisenemer meer referentiekader en vertrouwen in de formule en de franchisegever”, zegt de Pirtek directeur.

Franchisenemer
“De tweede trend die je ziet is dat er steeds hogere eisen gesteld worden aan de franchisenemer. Tien jaar geleden was het gemakkelijker om aan de hand van een franchiseconcept een zaak op te bouwen dan nu. Diverse technologische en economische ontwikkelingen maken dat men minder tijd heeft voor het nemen van beslissingen en meer variabelen kan en moet betrekken in het beslissingsmodel. Dit vraagt meer van het franchiseconcept van de franchisegever en het ondernemerschap van de franchisenemer. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat het opleidingsniveau van franchisenemers de afgelopen tien jaar is gestegen. Het zijn mensen die met hun eigen toekomst bezig zijn, bewust kiezen voor het ondernemerschap, met alle voor- en nadelen die daarbij horen. Natuurlijk kom je nog wel eens avonturiers tegen. Mensen die denken als franchisenemer slapend rijk te worden. Maar als franchisegever mag je daar niet intrappen.”

   Neerwaartse economie
werkt voor sommige
bedrijven positief uit

Economie
Het economisch tij zit tegen. De vraag rijst of dat een goede of slechte ontwikkeling is voor de branche. Theo de Wit beschouwt de huidige situatie als een voordeel: “Wij bevinden ons in de dalende curve van economische groei en consumentenvertrouwen. Daarbij komt nog een oorlogsdreiging. Dat maakt mensen onzeker om te investeren in een nieuw avontuur. Aan de andere kant worden mensen geconfronteerd met een mogelijk ontslag. Die kiezen dan, al dan niet met een zak geld die ze meekrijgen, voor het ondernemerschap. Op het eerste gezicht lijkt dat een negatieve keuze omdat ze gedwongen worden door de economische omstandigheden. Aan de andere kant zitten daar interessante kandidaten bij. Mensen die al langer hebben nagedacht over het ondernemerschap, maar niet de noodzaak voelden of het lef hadden om de stap van loondienst naar ondernemerschap te zetten. Voor sommigen is het (dreigend) ontslag net dat laatste duwtje in de rug om die stap te zetten. Dat kan ook te maken hebben met hun leeftijd. Ze beseffen dat hun kansen op de arbeidsmarkt om ergens anders aan de slag te gaan vanwege hun leeftijd lastig is. Maar het zijn ook mensen die veel kennis en ervaring meebrengen. Die kunnen ze goed gebruiken als ondernemer. Franchise is dan een ideale manier omdat je gebruik kunt maken van een formule die zijn bestaansrecht heeft bewezen. Je staat er als franchisenemer niet alleen voor, je wordt goed begeleid. Daarom ben ik ervan overtuigd dat als de (toekomstige) ondernemers onder ons de verwachting hebben dat we het dieptepunt van de economie bereikt hebben, de bereidheid om weer te investeren zal groeien. Maar laten we niet te negatief worden. Een neerwaartse economie werkt voor sommige sectoren en bedrijven positief uit. Voor onderhoudsbedrijven is een conjuncturele teruggang geen bedreiging maar een kans. Wij als Pirtek groep schrijven het komende jaar groei met dubbele cijfers en verwachten minimaal twee vestigingen te openen.”

Het Vak
Theo de Wit gaat bijna naadloos verder: “Als ik terugkijk op de ontwikkelingen in onze branche is er de afgelopen 10 jaar niet vreselijk veel veranderd. Op het gebied van opleidingen is er de FUN (Franchise University Nederland). Op zich een goed initiatief. Eén van de collega’s van Pirtek Benelux heeft het afgelopen jaar de opleiding formulecoach gevolgd. Hij was zeer positief over de opleiding en de docenten.
Maar er zou meer moeten en kunnen gebeuren om ons vak verder te profileren. Heel veel potentiële ondernemers weten niet precies wat franchising inhoudt. Ik vind het primair een taak van de Nederlandse Franchisevereniging om het initiatief te nemen om het vak verder te profileren. Maar dat gebeurt nog te weinig. Je zou op een aantal plaatsen in het land kennismakingsavonden kunnen organiseren voor potentiële franchisenemers. Je kunt dan informatie geven over de betekenis van franchising, de wetgeving toelichten en informatie beschikbaar stellen over de bij de NFV aangesloten leden. Ik ben ervan overtuigd dat dit volle zalen trekt. Als franchisegever kun je ervan profiteren omdat je door die avonden in contact kunt komen met potentiële kandidaten. Voor potentiële ondernemers is het een manier om heel praktisch en laagdrempelig kennis te maken met een manier van ondernemerschap waarvan ze niet weten wat de mogelijkheden zijn. Daarnaast zou het de NFV veel waardering opleveren van haar leden!”

”Afgelopen 10 jaar franchising, als ik erop terugkijk, zie ik verschillende goede ontwikkelingen. Maar we mogen niet stilstaan: er is nog veel te doen.”

Bert Jongen

 
Franchise+
10 jaar Franchise+. Theo de Wit heeft het als lid van de redactieraad twee jaar nauwlettend gevolgd. “Het grote verschil met een paar jaar geleden is dat het vakblad nu onderdeel is van een breder informatiepakket. Via de elektronische nieuwsbrief kun je de actualiteit volgen. En via de website kun je heel veel extra informatie opvragen over gepresenteerde formules. Dat vind ik een goede ontwikkeling. Het blad mag redactioneel gezien van mij nog wel wat spannender. Ik vind het wel interessant om het verhaal achter een bepaalde formule te lezen of de ervaringen van een franchisenemer. Maar ik zou ook wel eens een verhaal willen lezen over verschillende franchiseformules waarbij ze uitleggen waarom de één met een fee van vijf procent werkt, terwijl zijn collega twintig procent vraagt. Of waarom de ene formule wél en de andere niet werkt met een franchiseraad. Of de franchisegever zelf het promotiebudget betaalt of dat de franchisenemers dit bij elkaar leggen en of de franchisenemers inspraak hebben in het besteden van het promotiebudget.”