Verplicht gestelde ketenwijde investeringen
Indien een franchisegever haar aangesloten franchisenemers wenst te verplichten
tot het doen van investeringen, zal een zorgvuldige besluit- en testfase moeten
worden doorlopen. Hoewel de meeste franchiseovereenkomsten bepalingen bevatten
waarin is opgenomen dat franchisenemers verplicht zijn mee te werken en bij te
dragen aan investeringen in de formule, is voor het opleggen van een dergelijke
investeringsplicht meer nodig dan een enkele schriftelijke contractuele bepaling.
Indien een franchisegever een ketenwijde investering wenst door te voeren en
franchisenemers wenst te verplichten tot het meewerken, uitvoeren en financieren
daarvan zal de franchisegever tenminste voldoende overleg met haar franchisenemers
moeten voeren. Dit overleg kan plaatsvinden in de franchiseraad of met (het bestuur
van) de franchisevereniging. Indien deze organen niet bestaan of indien deze niet
alle franchisenemers vertegenwoordigen, zal in principe met de individuele franchisenemers
overeenstemming moeten worden bereikt. In het overleg zal inzicht moeten worden
gegeven in de wenselijkheid van de investeringen, de kosten daarvan, de verwachte
financiële en economische effecten, de omvang en duur van de investeringswerkzaamheden,
de gecontracteerde opdrachtnemer, enzovoorts.
| |
De franchisegever zal
de verwachte effecten
van een ketenwijde
investering vooraf
moeten toetsen |
Verder zal een franchisegever de verwachte effecten van een ketenwijde investering
tenminste moeten hebben getoetst, waarbij de resultaten zodanig zijn dat de verplicht
gestelde investering als verantwoord kan worden aangemerkt. Hierbij moet in eerste
instantie gedacht worden aan het testen in een eigen vestiging van de franchisegever.
Indien de aangesloten franchisenemers na de overleg- en testfase akkoord zijn
met een voorgenomen investering, zal de franchisegever deze kunnen doorvoeren.
Franchisenemers zullen dan in principe mee dienen te werken en bij moeten dragen
aan die investeringen waarmee zij hebben ingestemd. Overigens is niet uitgesloten
dat in individuele gevallen geen verplichting tot investeren bestaat. Bijvoorbeeld
omdat de lokale situatie zich daar niet voor leent of omdat zich bijzondere omstandigheden
voordoen (bijvoorbeeld indien er onvoldoende financiële middelen aanwezig
zijn).
De verplichting mee te werken en bij te dragen aan ketenwijde investeringen
is onder meer gegrond op het belang van herkenbaarheid en eenheid van de formule
en op het feit dat de investering aan de gehele keten ten goede komt. Daardoor
hebben alle individuele franchisenemers (naast de franchisegever) profijt van
de opbrengsten uit die investeringen.
De bijdrage van de franchisegever aan ketenwijde investeringen bestaat behalve
uit de voorbereidings- en onderzoekskosten voorts uit het centraal in opdracht
geven van de uitvoeringswerkzaamheden waardoor schaal- en inkoopvoordelen ten
gunste van franchisenemers kunnen worden benut. Soms draagt de franchisegever
daarnaast zelf een deel van de investeringskosten.
| |
Formule afwijkende
investeringen mogen
pas na toestemming
worden uitgevoerd |
Indien franchisenemers niet op de hoogte zijn van voorgenomen investeringsplannen
en met die investeringen ook niet akkoord wensen te gaan, zijn franchisenemers
niet zonder meer verplicht om mee te werken aan de uitvoering en financiering
van eenzijdig opgelegde investeringen. Hetzelfde geldt indien franchisenemers
wel op de hoogte zijn maar de voorgenomen investeringen niet of onvoldoende zijn
getest en de te verwachten effecten van de voorgenomen verbeteringen dus niet
of onvoldoende bekend zijn.
Individuele investeringen
Het kan ook voorkomen dat een franchisenemer op eigen initiatief investeert. Hierbij
kan gedacht worden aan de aanschaf van een bepaald (afwijkend) assortiment, aan
een interne of externe verbouwing ter vergroting van het verkoopoppervlak of ter
verbetering van de uitstraling van de vestiging. De investering komt de individuele
franchisenemer ten goede en daardoor ook (in)direct de franchisegever. De vraag
is of en wanneer de franchisenemer dergelijke investeringen mag doen.
In de meeste franchiseovereenkomsten is bepaald dat van de formule afwijkende
investeringen slechts met toestemming van franchisegever mogen worden uitgevoerd.
Het zal van de formule en de aard van de franchise (hard of soft-franchise) afhangen
in hoeverre individuele (afwijkende) investeringen zijn toegestaan. Uiteraard
is ook de houding van een franchisegever van belang. Zo zal een franchisegever
die op de hoogte is van voorgenomen individuele investeringen en daar geen bezwaar
tegen maakt niet snel achteraf ongedaanmaking kunnen eisen. Ook kan een rol spelen
dat andere franchisenemers binnen de keten bijvoorbeeld wel toestemming voor individuele
investeringen kregen.
Indien een individuele investering is gedaan, is vervolgens de vraag of een
franchisegever daaraan op enigerleiwijze moet bijdragen. In principe kan een franchisegever
daartoe niet worden gedwongen. Niemand kan immers tegen zijn wil in worden gedwongen
geld uit te geven. Aan de andere kant profiteert de franchisegever in de meeste
gevallen wel van de gedane investering. Na investering maakt franchisenemer immers
meer omzet waardoor de inkomsten uit omzetgerelateerde franchisefee’s ook
toeneemt. Is het redelijk dat franchisegever enerzijds niet bijdraagt aan investeringskosten,
maar anderzijds wel meedeelt in de opbrengsten daarvan?
Conclusie
Voor verplichte ketenwijde investeringen dient franchisegever voorafgaand overleg
met franchisenemers te voeren en dient voldoende vast te staan dat de investeringen
verantwoord zijn. Voor individuele investeringen dient een franchisenemer voorafgaande
toestemming te hebben verkregen; niet protesteren kan als stilzwijgende toestemming
worden aangemerkt.
Een franchisegever is in principe niet verplicht tegen zijn wil in bij te dragen
in individuele investeringen. Anderzijds kan een geldende franchiseovereenkomst
niet zonder meer worden gekopieerd op een gerealiseerde uitbreiding. Indien franchisegever
wenst mee te delen in de opbrengsten uit een investering, dan is redelijk dat
ook wordt bijgedragen in de kosten. Die consequentie past goed in het idee dat
franchising een nauwe samenwerking beoogt gericht op voordeel voor zowel franchisegever
als franchisenemer.
mr. C.M. Kan |