Mijn franchisegever
wil tussentijds de ‘voorwaarden’ aanpassen omdat hij een te gering
rendement realiseert met zijn franchiseactiviteiten. Kan hij eenzijdig voorwaarden
aanpassen?
De franchisesamenwerking is (doorgaans) gebaseerd op het feit dat zowel de franchisenemer
als de -gever een vergoeding ontvangen voor de ter beschikking gestelde arbeid,
kapitaal, knowhow, goodwill, verantwoordelijkheid en risico. Er zal altijd discussie
zijn of ieder van de partijen het ‘juiste’ financiële deel ontvangt
en betaalt. In principe liggen de kaders waarbinnen met elkaar samengewerkt wordt
vast in contracten, handboeken en overige gemaakte afspraken die voortkomen uit
bijvoorbeeld vergaderingen, gesprekken of correspondentie. Feit is dat een markt
zich ontwikkelt, een formule zich daarom moet ontwikkelen, de franchisegever en
haar -nemers zich ontwikkelen en dus ook de samenwerking evolueert. Om beide partijen
tevreden te houden ontkom je er niet aan om de voorwaarden met enige regelmaat
te toetsen ten opzichte van de prestaties die hier achter liggen en de redelijkheid
van de beloning die hiermee gemoeid is. Zeker bij een franchiseorganisatie die
nog niet zo lang bestaat, zal er zeker behoefte bestaan om af te kunnen wijken
van het principe ‘eens een voorwaarde altijd een voorwaarde’. Om beide
samenwerkende partijen tevreden te houden zul je dus, indien de noodzaak daar
is, in de voorwaarden moeten schuiven. Het beste is om deze vaak onbespreekbare
zaken toch bespreekbaar te maken. Zoniet, dan zal op termijn een van de partijen
afzien van verdere samenwerking omdat hij een gevoel heeft ‘unfair’
vergoed te worden.
Kan een franchisegever in het contract opnemen dat, indien een franchisenemer
een minimum omzet niet realiseert, het contract ontbonden kan worden?
Ja dat kan, maar... Een franchisegever heeft de taak ervoor te zorgen dat een
franchisenemer in ‘redelijkheid’ een bescherming geniet. Deze bescherming
bestaat uit opvoeding van de franchisenemer binnen de formule met behulp van training,
opleiding of coaching. Ook speelt het gebruik maken van ‘beproefde’
zaken hierin een grote rol, zoals het gebruik van inkoop-, marketing- en administratiesystemen.
Uiteindelijk weet je echter als franchisegever ook wanneer een franchisenemer
‘duurzaam’ onder een financiële bestaansgrens werkt om op een
rendabele manier binnen de formule te werken. Als je deze kaders kent, kun je
deze minimumeis van presteren in het contract opnemen omdat anders de franchisenemer
‘zichzelf’ tegen kan komen. Voordat je echter deze ontbindingsmogelijkheid
gebruikt, moeten zowel de franchisegever als de -nemer hun uiterste best gedaan
hebben om binnen deze kaders te presteren.
Mijn franchisenemers klagen dat zij altijd alles moeten horen via de
tamtam. Ik zelf hecht er waarde aan om boodschappen naar de franchisenemers toe
persoonlijk te brengen. Wat moet ik hiermee?
Om te beginnen moet u minder waarde hechten aan datgene waar u zelf waarde aan
hecht. Het gaat om de afnemerswensen en dat zijn de wensen van de franchisenemers.
Het credo ‘(te)gelijke monniken (te)gelijke kappen’ geldt in franchiseland.
Dus het gaat er om dat er een perfecte communicatie infrastructuur samengesteld
wordt waardoor boodschappen tegelijk verzonden worden naar uw nemers en tegelijk
ontvangen en gelezen kunnen worden. Daar heb je goede hulpmiddelen voor; handboeken-update-services,
vergaderingen, intranet, brieven, faxen, sms-jes, et cetera. Allemaal hulpmiddelen
waardoor er én meer gelijktijdigheid én dus meer gelijkwaardigheid
komt in de communicatie. O ja, dan heeft u zelf meer tijd om over persoonlijkere
franchisezaken te spreken met uw franchisenemers.
Toen ik franchisenemer werd was er een ‘toffe peer’ die
vaak even kwam ‘buurten’ en begreep waarom ik zaken anders deed dan
binnen de formule normaal was. Nu deze vertrokken is, heb ik te maken met een
‘slimste jongetje uit de klas’-type die mij telkens komt vertellen
hoe ik het beter kan doen. Ik ga eigenlijk liever zelfstandig verder, kan dit?
De vraag zou eigenlijk moeten zijn of het goed is om om deze reden op te willen
stappen. Uit de vraag komt naar voren dat het type ‘toffe peer’ meer
een gedoger was en het type ‘slimste jongetje uit de klas’ een verbetertype.
Wees blij dat iemand weer aandacht geeft aan uw bedrijf om dat beter te laten
presteren. Wees blij dat iemand de formule bewaakt, want dat is op termijn beter
voor iedereen. Wees blij dat gezelligheid wordt verruild voor inhoud waardoor
de formule beter kan presteren en uiteindelijk u dus ook. Gezellig koffiedrinken
moet u dan voortaan maar weer met de buurvrouw of -man doen.
Ik ben nu 7 jaar franchisenemer in de modewereld. Mijn winkel doet
het zeer goed, maar ik vlieg tegen de muren omhoog omdat ik dit ‘vak’
al te lang doe. Wat moet ik doen?
Allereerst zou ik rustig blijven en eens na gaan denken waar u goed in bent en
wat u echt leuk vindt. Vindt u toch mode leuk, de formule leuk en vindt u het
leuk om iets nieuws te starten terwijl uw huidige vestiging onder uw aansturing
op afstand zonder brokken te maken verder kan gaan, dan kunt u overwegen om eens
in overleg met de franchisegever een soort van persoonlijk franchiseontwikkelplan
binnen de huidige formule te maken met een ‘meervestigingenplan’.
Let wel, succesvol zijn met één vestiging wil niet zeggen dat dit
ook met meerdere kan. U kunt ook eens nadenken of u wellicht bij de franchisegever
zou kunnen werken om uw succesvolle ervaring te delen met nieuwe franchisenemers.
Overweeg anders eens het starten als ‘nemer’ binnen een ‘andere’
franchiseformule. Dat is juist het grote voordeel van franchising; branches om
in te ondernemen komen dichterbij omdat u deels op de ervaring van anderen kunt
varen.
Ik ben al een jaar werkzaam als franchisenemer in de financiële
dienstverlening. Mijn zaak groeit sneller dan gepland en ik wil daarom nu een
tweede vestiging openen binnen dezelfde formule. Mijn franchisegever wil dit niet,
mag hij mij eigenlijk wel tegenhouden?
Tenzij dit anders verwoord is in de franchiseovereenkomst, kan de franchisegever
altijd weigeren om voor een nieuwe vestiging een nieuw contract aan te gaan, ook
al is dit met een partij die al ‘franchised’ binnen de formule. Voor
veel formules geldt dat er een eis wordt gesteld aan de franchisenemer om min
of meer zelf het bedrijf te runnen. Dit is omdat zelfstandig ondernemers bijvoorbeeld
een betere prestatie met een formule kunnen realiseren dan bijvoorbeeld bedrijfsleiders.
Zeker in de dienstverlening is de persoonlijke betrokkenheid en inzet van cruciaal
belang. Om van dit principe af te zien moet de franchisenemer zich wel zo goed
bewezen hebben als ondernemer, dat zijn/haar vestiging duurzaam bovengemiddeld
presteert en dat dit niet alleen aan zijn of haar persoonlijke vermogen tot dienstverlenen
te danken is. Bovendien moet de franchisenemer bewezen hebben dat hij/zij het
aan kan om meerdere vestigingen te exploiteren (op wat meer afstand) en dat dit
dan ook nog eens past binnen de formule en binnen de gedachte van de franchisegever.
Kortom er moet aan een heleboel voorwaarden voldaan zijn voordat je een dergelijk
stap kunt, maar vervolgens ook (bij de ‘betere’ franchisegever) mág
maken. Ook hiervoor geldt weer dat zowel de franchisegever als -nemer hier ‘beter’
van moeten kunnen worden.
Mijn franchisenemers zijn te verwend door mij waardoor ze eigenlijk
geen toegevoegde waarde meer kunnen leveren voor mijn formule. Eigenlijk doe ik
(bijna) alles zelf. Wat moet ik doen?
Om te beginnen is franchising gebaseerd op taakverdeling en kan het toch niet
zo zijn dat u alles zelf doet. Verder moet u nadenken of het wel zo is dat de
franchisenemers geen toegevoegde waarde geven aan een vestiging. Als dit inderdaad
niet het geval is, dan moet u kijken óf en hoé u nog wel toegevoegde
waarde door hen kunt laten leveren zodat ook u als franchisegever toegevoegde
waarde via hen krijgt. Als dit allemaal niet kan, dan moet u (langzaam aan) stoppen
met franchisen en moet u uzelf maar gaan verwennen. |