Ik betoogde, dat indien de
franchiseraad wijzigingen noodzakelijk acht, alle franchisenemers aan dat besluit
gebonden zijn, "indien de statuten van de franchisenemersvereniging ofwel
het franchisecontract in die gebondenheid voorziet. Is dat niet het geval, dan
zijn mijns inziens de franchisenemers ook gebonden aan het besluit, omdat het
franchiseketenbelang dat vereist, zij het dat een weigerachtige franchisenemer
alsdan de keuze heeft om de opgelegde wijziging te volgen, dan wel de franchiseovereenkomst
te beëindigen."
| |
Indien de franchiseraad
wijzigingen noodzakelijk acht,
zijn alle franchisenemers
aan dat besluit gebonden |
Recent is deze stelling bevestigd in een omvangrijke en kostbare arbitrageprocedure
die is aangespannen door 20 franchisenemers. Het betreft een keten die werkzaam
is in het hypotheekbemiddelingsbedrijf. De franchisegever vond het nodig om de
formule ingrijpend te wijzigen. De franchiseraad ging akkoord. Om de wijziging
te financieren, waren de franchisenemers onder meer verplicht af te zien van de
winstdelingsregeling en werden de marketingkosten verhoogd van € 1.134,-
per maand/per franchisenemer naar € 20.420,- per jaar/per franchisevestiging.
De franchisegever was van oordeel dat zij gerechtigd was de wijzigingen van
het systeem door te voeren, omdat de wijzigingen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
waren genomen, in nauw overleg met het bestuur van de franchisenemersvereniging
en KPMG. In de franchiseovereenkomst was bovendien een clausule opgenomen, waarin
staat dat de franchisegever gerechtigd is om het systeem binnen redelijke grenzen
te wijzigen en/of aan te passen, met dien verstande dat voor een wezenlijke wijziging
toestemming van het bestuur van de vereniging van franchisenemers nodig is.
Statutaire bevoegdheid
| |
De franchisegever is zelfs
gerechtigd de overeen-
gekomen fee flink te
verhogen! |
Twee problemen kenmerken de zaak. In de eerste plaats heeft het bestuur van
de vereniging toestemming verleend, zonder machtiging van de franchiseleden. Bovendien
was de toestemming verleend in strijd met een besluit van de Algemene Ledenvergadering
van november 1997. Uit de notulen van die vergadering blijkt dat over onderwerpen
die betrekking hebben op het in rekening brengen van kosten buiten de 30% afdracht
(aan de franchisegever) in het vervolg doorgang te laten vinden bij tweederde
meerderheid van de aanwezige leden. Het bestuur had echter zonder ruggespraak
met de leden goedkeuring verleend aan een kostbare wijziging. De zaak is voorgelegd
aan de rechtbank Almelo die oordeelde dat het bestuur een eigen bevoegdheid heeft
en niet is gehouden aan de besluiten van de Algemene Ledenvergadering. Het zou
anders zijn, indien de statuten zo’n verplichting opleggen, maar dat was
in casu niet het geval. Franchisenemers(verenigingen) dienen dus op grond van
deze uitspraak nog eens kritisch naar de statuten te kijken, om dit soort problemen
te voorkomen. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep aangetekend.
En het hof heeft op 19 juli jl. het besluit van het bestuur om de verhoging van
de marketingbijdrage goed te keuren, vernietigd.
Verder heeft de rechtbank geoordeeld, dat het besluit van de vereniging geen wijzigingen
brengt in de contractuele verhouding tussen een individuele franchisenemer en
de franchisegever. Tegen dit oordeel is geen beroep ingesteld, maar voor franchisepartijen
is de beslissing van de rechtbank van groot belang. Ook de desbetreffende franchisegever
kwam van een koude kermis thuis, want hij ging er -achteraf ten onrechte- van
uit dat het franchisesysteem kon worden gewijzigd, omdat het bestuur van de franchisevereniging
toestemming heeft verleend.
Contractuele bevoegdheid
Het tweede probleem is de franchisesysteemwijzigingsclausule in de franchiseovereenkomst.
Het ziet er op het eerste gezicht doortimmerd uit. De bepaling is ook wel goed,
zij het dat -in het licht (context) van het gehele contract- wijziging van het
franchisesysteem niet zonder kleerscheuren kan worden doorgevoerd. Natuurlijk
is de franchisegever gerechtigd zijn franchiseformule te wijzigen. Zij is zelfs
gerechtigd de overeengekomen fee flink te verhogen!! Maar dan ontstaat een andere
formule dan die waar de franchisenemer zich destijds bij heeft aangesloten. Met
zo’n wijziging van de essentialia van de overeenkomst hoeft een contractspartij
geen genoegen te nemen. Volgens de arbitragecommissie hebben franchisenemers alsdan
het recht om hun contract te beëindigen. Zuur genoeg voor de franchisegever
bevatte haar overeenkomst geen exitregeling. Heel zuur, want de commissie oordeelde
uiteindelijk dat de franchisegever ruim € 280.000,- aan ten onrechte geïncasseerde
provisie moest terug betalen, alsmede ca. € 65.000,- kosten voor de arbiters.
Twintig franchiseovereenkomsten werden binnen een maand na de uitspraak ontbonden
en de concurrentiebedingen werden van tafel geveegd. De zaak is nog niet afgelopen,
want op andere onderwerpen wordt thans verder geprocedeerd.
| |
De les die uit deze procedures
kan worden geleerd, is voor
franchiseland van bijzonder
groot belang |
De les die uit deze procedures kan worden geleerd, is voor franchiseland van
bijzonder groot belang. Statuten van franchiseverenigingen moeten op deze onderwerpen
kritisch worden bekeken en franchiseovereenkomsten moeten in dit verband of goede
exitbepalingen bevatten of voorzien in continuering van de rechtsverhouding na
wijziging van het franchisesysteem. En het belangrijkste is dat statuten en franchisecontracten
op elkaar moeten worden afgestemd. Er moet interactie zijn, hetgeen bovendien
van buitengewoon belang is in alle franchisebetrekkingen. Een goede, open en eerlijke
communicatie tussen franchisepartijen bevordert de relatie en voorkomt heel veel
problemen.
mr. dr. A.J.J. van der Heiden |