Meester Vaes: “Wanneer
we een eenvoudig schema bekijken van een mogelijke franchisestructuurkunnen de
volgende voorbeeldsituaties ontstaan:
Voorbeeld A. De masterfranchisegever is een bedrijf uit de USA. De masterfranchisegever
ziet de Benelux als één regio en vindt een masterfranchisenemer
voor de Benelux in België en deze vindt zijn (sub-)franchisenemers in België,
Nederland en Luxemburg. Stel dat de (sub-)franchisenemers een contract afsluiten
met de masterfranchisenemer voor tien jaar waarin staat dat het franchiseconcept
en haar inhoud 'up-to-date' zullen worden gehouden. De USA based masterfranchisegever
blijft echter in gebreke. Het vijfde jaar keldert de winst van de (sub-)franchisenemers
en deze ondernemen -na tal van klachten geuit te hebben tijdens vergaderingen
en per brief- juridische actie tegen hun masterfranchisenemer waaraan zij legaal
gebonden zijn. De kans is groot dat tussen deze partijen het Belgisch recht van
toepassing is. Echter, tussen de masterfranchisenemer en de masterfranchisegever
in de USA is het hoogstwaarschijnlijk dat deze laatste pleit dat het Texaans recht
van toepassing is. Dat kan voor de masterfranchisenemer een zware dobber worden:
een totaal vreemd en onbekend rechtssysteem en een duur rechtssysteem. Kortom,
de masterfranchisenemer loopt een groot risico 'juridisch gewurgd' te worden.
“Vooral masterfranchisenemers en (sub-)franchisenemers hebben er heel veel
belang bij dat zij goed onderhandelen op dit punt en de bevoegdheid naar de Belgische
Rechtbank of een Belgische Arbitrage Instelling toewijzen. Even belangrijk, gezien
het voorgaande, is dat niet enkel de bevoegdheid contractueel wordt bepaald, echter
dat ook de procedure duidelijk wordt vastgelegd."
| |
Veel franchiseconcepten zijn
zodanig ontwikkeld dat zij me
succes uitgebouwd kunnen
worden in alle landen
van onze Westerse Wereld |
Voorbeeld B: "De masterfranchisegever stelt een masterfranchisenemer aan
met een contract van tien jaar. Deze sluit met zijn (sub-)franchisenemers eveneens
een contract voor tien jaar, alleen worden sommigen pas (sub-)franchisenemer na
vijf jaar. Wanneer de masterfranchisegever na de resterende vijf jaar zijn contract
met de masterfranchisenemer niet verlengd, is de (sub-)franchisenemer die rekende
op tien jaar, na vijf jaar 'de sigaar'...
Zo zijn er tal van praktijkvoorbeelden die illustreren hoe belangrijk het is om
zowel de juridische bevoegdheid als de juridische procedure bij geschillen 'helder'
vast te leggen. Dit laatste voorbeeld illustreert ook dat het vaak opportuun is
als (sub-)franchisenemer inzicht te hebben in de juridische situatie tussen masterfranchisegever
en masterfranchisenemer. Als we hierop doorredeneren kan het voor de (sub-)franchisenemer
in dit voorbeeld het meest interessant zijn om rechtstreeks met de masterfranchisegever
eveneens een aantal zaken contractueel vast te leggen. Ook voor de masterfranchisegever
zou dit als voordeel kunnen hebben dat wanneer z'n masterfranchisenemer door omstandigheden
wegvalt, hij het risico beperkt dat hij meteen z'n volledig netwerk (sub-)franchisenemers
kwijtraakt.”
Hoe zit het met deze internationale wetgeving?
Voor het beslechten van geschillen tussen contractanten van verschillende EU
lidstaten bieden de Europese Verdragen geleidelijk aan meer rechtszekerheid. Voor
het wereldwijd zaken doen kan niet hetzelfde gezegd worden: talloze verdragen
bestaan naast elkaar en overlappen elkaar zelfs dikwijls. Rechtsonzekerheid heerst
er omtrent het toepasselijk recht, nationale politiewetten versus buitenlandse
wetgeving, probleem van aanhangigheid van het geschil bij meerdere rechtsgebieden,
conflicten tussen rechtbanken en arbitrage.
Unidroit, dat een Internationaal Instituut voor Eenmaking van Privaat Recht is,
onderzoekt sinds een aantal jaren de behoeftes en methodes om het Internationaal
Privaat Handelsrecht te moderniseren, te harmoniseren en te coördineren tussen
de landen. Unidroit telt 59 lidstaten als leden en heeft tot op heden een aantal
Internationale Verdragen voorbereid onder andere inzake Verkoop van Goederen (Den
Haag), Reiscontracten en Leasing en Factoring. Unidroit heeft tevens de volgende
studies gepubliceerd: 'Principles of International Commercial Contracts' en 'Guide
to International Master Franchise Agreements'.
Principes van Internationale Handelscontracten
| |
Vaak worden de juridische
aspecten, specifiek de
rechtskeuze, 'over het
hoofd gezien' |
Deze Unidroit-principes, die in 1994 voor het eerst werden gepubliceerd, bestaan
uit: een voorwoord dat het doel van De Principes verklaart; 119 bepalingen, onderverdeeld
in zeven hoofdstukken, waarbij het contract wordt besproken. Deze zeven hoofdstukken
zijn:
1.Algemene Bepalingen (omtrent vrijheid tot contracteren, begripsomschrijving,
interpretatie).
2.Totstandkoming van het contract.
3.Rechtsgeldigheid.
4.Interpretatie (onder andere wil van partijen, taalproblemen).
5.Inhoud (onder andere type van verbintenissen).
6.Uitvoering (onder andere welke verplichtingen, tijdstip, betalingen, overmacht).
7.Niet-uitvoering (vergoeding, beëindiging).
De Unidroit-organisatie zelf verantwoordt het bestaan van deze regels als volgt.
'Gelet op hun functionele en moderne oplossing, zijn zij een goede inspiratiebron
voor de voorbereiding van nieuwe wetgeving inzake contractenrecht. Deze rechtsregels
bieden rechtbanken en scheidsrechters nuttige criteria en normen teneinde bestaande
rechtsregels aan te vullen en/of te interpreteren. Deze principes bieden internationale
contractpartijen uniforme en standaardnormen aan, die meer rechtszekerheid bieden
dan de verschillende, nationale rechtsordes. Scheidsrechters hebben betere houvast
aan deze nauwkeurige en sterk uitgewerkte Unidroit-principes, ten opzichte van
de veelal te vage, algemene principes van Internationaal Privaat Recht. Rechtbanken
en scheidsrechters kunnen deze principes aanwenden wanneer de door partijen aangebrachte
contract- en/of rechtsregels geen of onbevredigende oplossing bieden.
Bruikbaarheid bij de redactie van een Internationaal Contract en bij
internationale geschillenregeling.
Meester Olivier Vaes: “De Unidroit-principes zijn, in tegenstelling tot
andere vormen van internationaal recht, zoals de Incoterms, Uncitral Model Law
on International Commercial Arbitration, de CISG UN Conventie, -naar mijn mening-
een nuttig juridisch instrument van Privaat Recht, dat geschikt is voor zowel
het onderbouwen van een stabiele, contractuele relatie, als ter oplossing van
eventuele geschillen op transnationaal vlak. Alhoewel deze Unidroit-principes
een nuttig juridisch instrument zijn, kunnen zij naar mijn mening -in hun huidige
vorm- niet gelijkgesteld worden met de lex mercatoria, daar zij niet in het leven
werden geroepen door een overheidsinstantie en dus ook niet afdwingbaar, noch
van openbare orde zijn.
Toch, zeker voor internationaal handelende onderneming is het belangrijk dit te
begrijpen: zij vormen de wet indien partijen hiervoor uitdrukkelijk hebben gekozen.”
Hiermee beklemtoont Meester Vaes nogmaals het belang van zowel de juridische
bevoegdheid als de procedure bij geschillen vast te leggen.
Tom Commeine |