Vanuit deze redenering is samenwerking het
resultaat van een relatief vrije afweging van voor- en nadelen. Geven en nemen.
Dat geldt per definitie voor het verschijnsel franchise, of je nu ‘gever’
of ‘nemer’ bent. Er is er maar één, die onze vrije keuze
echt beïnvloedt. Daar is ie weer: die consument zelf, die zelf ook geleidelijk
aan ‘verstand van zaken’ heeft. Hij/zij eist duidelijke professionele
formules, die laten zien waar ze voor staan. Als die professionaliteit door samenwerking
kan worden geoptimaliseerd, waarom dan niet? Onduidelijke formules zijn meer ‘winkelsoort’
dan winkelmerk. Winkelsoorten sterven uit. Winkelmerken overleven. Merken moeten
waarden hebben, die tot voorkeursposities leiden. Tevens moet het merk een symbool
zijn voor bijzondere prestaties. Dat is in ons vak vaak de combinatie van het
zweet en kunde om de kassa dagelijks te laten rinkelen. Het managen van alle complexe
middelen die ons ter beschikking staan, is niet altijd een simpel gegeven. Op
gehelen of delen hebben we daarvoor vaak partners nodig, die iets kunnen toevoegen.
Binnen die context is samengaan een maatpak.
Zowel qua gebiedskeuze waarop gaat worden samengewerkt, als qua spelregels. |