Naar schatting zijn er op dit
moment zo'n honderdduizend kindplaatsen in ons land, een aantal dat de komende
jaren -als het aan de overheid ligt- nog fors moet gaan toenemen. Het aantal partijen
dat zich met kinderopvang bezighoudt, is dan ook aanzienlijk. Je hebt koepelorganisaties,
die lokaal en vaak ook regionaal werken. Aan de andere kant van het spectrum bevindt
zich de kleinschalig opererende gastouderopvang, met een maximum van vier kinderen
per gezin. (Er wordt nu overigens geëxperimenteerd met zes kinderen.) Daartussenin
bevinden zich tal van kleinere en middelgrote organisaties en bedrijven. In ieder
geval is sprake van een gebied waarop veel partijen actief zijn, waarvan de grootste
een marktaandeel hebben dat de vijf procent niet overstijgt.
Een van de meest in het oog springende ontwikkelingen is het voortdurende proces
van schaalvergroting dat gaande is. Lokale koepels fuseren tot regionale koepels,
organisaties slaan de handen ineen en worden groot om efficiënter en dus
goedkoper te kunnen werken. "Er zijn trouwens ook nog steeds veel kleine
starters," zo benadrukt Pronk. "En organisaties die al langer actief
zijn, zijn vandaag de dag bezig een verdiepingsslag te maken. Eerst was groeien
het credo, want de vraag was enorm en het aanbod nog gering. De cijfers spreken
in dit verband boekdelen: in twaalf jaar tijd is het aantal kindplaatsen in Nederland
bijna vertienvoudigd. Momenteel wordt echter steeds meer gekeken hoe de interne
organisatie kan worden verbeterd. Ook inhoudelijk wordt er veel ontwikkeld, onder
meer op pedagogisch gebied. De kinderopvang professionaliseert daarmee in hoog
tempo."
Vier pijlers als fundament
Radius Nederland is de eerste franchiseorganisatie in de kinderopvang en sinds
eind februari 1998 actief. Het begin van alles ligt eind jaren tachtig, toen het
fundament werd gelegd waarop Radius voor een belangrijk deel gebouwd is. Bij de
Stichting Kinderopvang Baarn werd destijds uitgegaan van een manier van werken
die op vier pijler rustte: respect voor het kind, het bieden van ruimte in psychische
en fysieke zin, individuele aandacht en een positieve uitstraling.
"Voor die tijd was dat best iets bijzonders," aldus Dickey Pronk. "De
kinderopvang stond eigenlijk pas aan het begin van een grote sprong voorwaarts
en in Baarn lieten we zien dat we daar klaar voor waren. Om te beginnen, kende
het gebouw grote ruimtes waarin kinderen onder deskundige begeleiding allerlei
activiteiten konden ondernemen. Collega's uit het land die bij ons op bezoek kwamen,
waren zeer verrast en lieten zich inspireren door wat ze zagen. Bijzonder was
ook, dat er toen al sprake was van een trainingsaanbod voor de leiding."
Het zal niet verbazen, dat de Stichting Kinderopvang Baarn in juni 1999 de eerste
instelling voor kinderopvang was, die het kwaliteitscertificaat voor de sector
in ontvangst mocht nemen. Toen werd binnen Radius al bijna anderhalf jaar lang
op franchisebasis samengewerkt, waarbij strikte kwaliteitscriteria golden (en
gelden) waarmee in feite de eerste stap richting kwalificering reeds gezet was.
Totale formule
"We wilden groeien als organisatie en tegelijkertijd toch een grote mate
van autonomie blijven bezitten," zo verklaart Dickey Pronk de stap richting
franchise. "De koepels achterna gaan, dus meer van wat er al was bieden,
zagen we niet zitten. Nee, het moest op een andere manier kunnen. Vanuit mijn
MBA-studie, met als onderwerp franchise in de kinderopvang, ben ik naar de sector
gaan kijken. Centrale vraagstelling was: is de kinderopvang eigenlijk wel rijp
voor franchise? Vergis je niet: commercie en kinderopvang, dat stond -zeker in
het begin- zo ongeveer gelijk aan vloeken in de kerk. Mijn conclusie was, dat
de tijden veranderd waren en dat franchise mogelijk moest zijn.
Inmiddels zijn we zover, dat een meer commerciële kijk op kinderopvang niet
meer als iets 'onsmakelijks' ervaren wordt. Sterker nog: steeds meer mensen geloven
in onze manier van werken, die zoveel en ook uiterst diverse aspecten kent dat
er een totaalconcept ontstaan is. Tevens zien ze in dat schaalvergroting weliswaar
onvermijdelijk is, maar dat hiervoor de zelfstandige positie die zij innemen niet
hoeft te worden opgegeven. Franchise, zoals Radius er tegenaan kijkt, verenigt
namelijk deze beide elementen in zich. Vanzelfsprekend zullen er altijd mensen
blijven, die niets voelen voor het zelfstandig ondernemerschap. Voor hen is de
'rust' van aansluiting bij een koepelorganisatie belangrijk."
Waarin onderscheidt Radius zich ten opzichte van andere aanbieders van kinderopvang?
Pronk: "Je kunt in een paar woorden zeggen, dat wij kwalitatief hoogwaardige
kinderopvang bieden. We hanteren een kwaliteitszorgsysteem, kennen een goed personeelsbeleid
en hebben per kind meer ruimte ter beschikking dan gemiddeld in de sector. Wat
het kwaliteitszorgsysteem betreft: alles is vastgelegd in een handboek, dat alle
informatie, procedures, richtlijnen en protocollen bevat die nodig zijn in een
kinderopvangorganisatie.
We gaan echter nog verder dan anderen, met name op pedagogisch terrein. De groepsleiding
krijgt deskundigheidsbevordering in de vorm van begeleiding op de werkplek, die
bestaat uit trainingen, werkbegeleiding en creatieve begeleiding. Daarnaast komen
managers van de aangesloten organisaties eenmaal per maand in kleine groepen bijeen.
Tijdens deze bijeenkomsten worden managementzaken door gastsprekers behandeld.
Wie daar behoefte aan heeft, kan individuele coaching voor specifieke onderwerpen
krijgen.
Naast deze faciliteiten hebben we een helpdesk, waar franchisenemers terechtkunnen
voor vragen, en geven we een nieuwsbrief uit met informatie over wetgeving, CAO-veranderingen
en ander nieuws. Tot slot ondersteunen we hen in het hele promotietraject, met
advertentieteksten, folders, enzovoorts."
Weinig gefranchised
Anderhalf jaar geleden is er een andere franchiseorganisatie in de kinderopvang
bijgekomen, MIK Franchise. Heeft Pronk een verklaring voor het feit, waarom er
-in een sterk expanderende markt- nog maar zo weinig gefranchised wordt?
"Ik denk dat onderschat wordt hoe moeilijk het is om een goede totaalformule
op te zetten. Je praat over een breed spectrum, dat loopt van pedagogiek tot p.r.,
met een aanzienlijke en zware scholingscomponent, enzovoorts. Het is niet alleen
maar een kwestie van dienstverlening, maar het gaat veel verder als je het tenminste
serieus aanpakt."
Franchise in de kinderopvang biedt een aantal voordelen, vindt ook Liesbeth Kneppers,
hoogleraar aan de faculteit Bedrijfskunde van de Groningse universiteit, die promoveerde
op het onderwerp. In het decembernummer 2001 van Management Kinderopvang zei ze
onder meer: "Door franchisenemer te worden, kan je gebruikmaken van de ervaringen
en deskundigheid van de franchisegever. Daarnaast profiteer je van de naamsbekendheid
van de franchisegever, die doorgaans groter is dan die van een alleenstaand bedrijf."
Als je, zoals Radius bezig is te doen, de formule aanscherpt en streeft naar een
grotere uniformiteit, dan ontstaat hierdoor een grotere verscheidenheid op de
markt. "Zo kan," aldus Kneppers, "de toekomstige franchisenemer
kiezen voor een aanbieder die bij zijn bedrijfsfilosofie past. En dat geldt uiteindelijk
ook voor de klant."
Verdieping en groeislag
Het concept van Radius heeft zich inmiddels bewezen en het is nu tijd voor wat
Pronk verdieping noemt. "De komende tijd staat in het teken van het 'ombouwen'
van alle vestigingen naar de naam Radius, dat als een merk in de markt moet gaan
functioneren. De pedagogische invulling is de afgelopen jaren vervolmaakt, nu
gaan we andere aspecten aanpakken zoals automatisering en marketing. En we gaan
de volgende groeislag maken. Over twee jaar treedt de Wet Basisvoorziening Kinderopvang
in werking en in 2006 zou 80 procent van de werkgevers een vorm van kinderopvang
geregeld moeten hebben. Zo niet, dan worden de sociale partners erbij betrokken.
De behoefte aan professionele kinderopvang zal dus onverminderd groot blijven
en wij zullen er hard aan werken marktaandeel te veroveren. Dit kan door overnames
en door samenwerking met grote zorginstellingen en bedrijven. Een andere trend
naast schaalvergroting is namelijk het regelen van eigen kinderopvang door bedrijven.
Je kunt het aanbieden van een goede kinderopvangmogelijkheid zien als een middel
om je als bedrijf te onderscheiden van andere die in dezelfde vijver met potentiële
werknemers vissen. Een goed voorbeeld is onze samenwerking met Stork en Arcadis,
waarvoor we een groot aantal kinderdagverblijven neerzetten die we vervolgens
verhuren aan onze franchisenemers. De locaties zijn er, zodat men met onze formule
aan het werk kan. Daarnaast kunnen we groeien doordat we nieuwe locaties aangeboden
krijgen, waarvoor we geschikte franchisenemers zoeken.
We hebben inmiddels laten zien dat we weten hoe management en pedagogiek in de
kinderopvang kunnen worden verenigd. Met dit wapen in handen gaan we vol vertrouwen
de toekomst tegemoet, mogelijk ook internationaal trouwens. Als we een goede dekking
in Nederland hebben, gaan we kijken of we de formule kunnen exporteren. In veel
landen om ons heen is het kopen van plaatsen door bedrijven nog een onbekend fenomeen.
Daar is het de overheid nog die alles regelt. We weten echter, door onze contacten,
dat de alternatieven zoals we die in Nederland kennen, ook elders kansen maken.
Eerst hebben we echter nog genoeg te doen in eigen land." |