| |
Een aspirant-franchisenemer
heeft nauwelijks rechten
in de selectieperiode |
Heeft een aspirant-franchisenemer rechten in de selectieperiode?
Nauwelijks! Alvorens een franchiseovereenkomst wordt gesloten vindt een selectieprocedure
plaats. De franchisegever heeft daar groot belang bij. Een 'falende' franchisenemer
veroorzaakt immers schade en doet afbreuk aan de formule. Een succesvolle franchisenemer
levert geld op en bezorgt de formule een (nog) sterker imago. Als de aspirant-franchisenemer
is toegelaten tot de selectieprocedure doorloopt hij deze voor eigen rekening
en risico. De aspirant mag echter niet onnodig lang in onzekerheid worden gelaten.
Zodra vast staat dat er geen franchiseovereenkomst zal worden gesloten, moet dit
direct worden meegedeeld. Indien sprake is van een lange selectieperiode moet
de aspirant worden begeleid en geëvalueerd. Als uiteindelijk geen overeenkomst
wordt gesloten en blijkt dat de aspirant 'aan het lijntje is gehouden', dan zal
deze recht hebben op vergoeding van onnodig gemaakte kosten.
Is een franchisegever verantwoordelijk voor afgegeven prognoses?
Over dit onderwerp is reeds veel geschreven. Het komt er kort gezegd op neer dat
prognoses zorgvuldig tot stand moeten komen. Zorgvuldig betekent dat (tenminste)
een vestigingsplaats- en marktonderzoek moeten hebben plaats gevonden. Kopiëren
van eerdere onderzoeken of prognosticeren op basis van alleen ervaring is niet
voldoende. Indien prognoses niet haalbaar blijken terwijl zorgvuldig onderzoek
ontbreekt, dan is de franchisegever aansprakelijk voor de geleden schade.
| |
De verplichting van de
franchisenemer om te
investeren is begrensd |
Kan een franchisenemer worden verplicht tot investeren?
De franchisegever is verplicht zijn formule in stand te houden, te verbeteren
en te ontwikkelen. De franchisenemer is verplicht deze verbeteringen / ontwikkelingen
door te voeren. Te denken valt bijvoorbeeld aan verbouwingen, vernieuwing van
inrichting en aanschaf van soft- of hardware. Is de franchisenemer verplicht de
hieraan verbonden kosten voor zijn rekening te nemen?
Als de inrichting van een winkel wordt vernieuwd zal de franchisenemer de kosten
daarvan in principe dienen te dragen. Hetzelfde geldt voor de aanschaf van bijvoorbeeld
soft- en hardware waardoor de administratieve afwikkeling binnen een keten verbetert.
Voorwaarden zijn dat de vernieuwing / verbetering zorgvuldig is getest en dat
de gevraagde investering financieel verantwoord is. Bij dit laatste is van belang
in hoeverre de aanwezige inrichting / soft- en hardware is afgeschreven en of
de financiële inspanning in verhouding staat tot de bedrijfsresultaten en
toekomstverwachtingen.
De verplichting van de franchisenemer om te investeren is begrensd. Is er sprake
van een ingrijpende investering van structurele aard (bijvoorbeeld uitbreiding
van het verkoopoppervlak door een aanbouw aan het bedrijfspand) dan zal een franchisenemer
niet snel verplicht kunnen worden tot investeren. Het verplichten tot dergelijke
investeringen is in strijd met eigendoms- en / of huurrechten. Hier zullen partijen
in overleg moeten proberen een oplossing te vinden. Kortom: hoe ingrijpender de
investering hoe minder snel een verplichting wordt aangenomen.
Mag de franchisegever bepalen welke aannemer de 'verplichte' (ketenwijde)
verbouwing uitvoert?
Indien door de gehele keten een verbouwing wordt doorgevoerd mag de franchisegever
één aannemer contracteren. Daardoor zal de totale aanneemsom lager
uitvallen dan wanneer met diverse (lokale) aannemers wordt gecontracteerd. De
franchisegever verkrijgt immers een betere onderhandelingspositie, terwijl de
aanneemsom omlaag kan door schaalvoordelen. Indien de verbouwing plaatsvindt op
kosten van de franchisenemer dan heeft deze recht op inzage in de aannemingsovereenkomst
en de onderliggende specificaties. Mocht blijken dat de verbouwing, met behoud
van dezelfde kwaliteit, goedkoper kan worden uitgevoerd door een derde, dan mag
een franchisenemer de verbouwing door die derde laten uitvoeren tenzij zwaarwegende
ketenbelangen zich daartegen verzetten.
Als één aannemer voor de gehele keten is gecontracteerd wordt van
de franchisegever een actieve rol verwacht. Mochten zich bijvoorbeeld problemen
bij de verbouwing voordoen, dan mag een franchisenemer op alle steun van de franchisegever
rekenen. Franchisegever heeft in dat geval een sterkere positie om de aannemer
aan te spreken op zijn contractuele verplichtingen.
Is inbreuk op het exclusieve rayon van de franchisenemer toegestaan?
De exclusiviteit is van groot belang voor de franchisenemer. Mede hierdoor worden
zijn resultaten bepaald. Het rayon moet in de franchiseovereenkomst duidelijk
worden omschreven, bij voorkeur door vermelding van plaatsnamen of geografische
grenzen. Uit den boze is een rayonomschrijving als: 'in een straal van 20 autominuten
rond locatie X'.
Soms is een inbreuk onder bepaalde, tevoren afgesproken, voorwaarden toegestaan.
Een voorbeeld is dat een gebied een zodanige ontwikkeling heeft ondergaan dat
plaats is voor een tweede vestiging. De franchisegever zal dit wel moeten aantonen.
De resultaten van de zittende franchisenemer mogen er in geen geval onder leiden.
Soms is afgesproken dat een tweede vestiging eerst worden aangeboden aan de zittende
franchisenemer.
Mag een franchisegever sleutelgeld doorberekenen aan een franchisenemer?
Als een franchisegever (hoofdhuurder) sleutelgeld betaalt voor het in handen krijgen
van een huurovereenkomst mag hij dit doorberekenen aan de franchisenemer (onderhuurder).
Sleutelgeld wordt onder meer betaald omdat men verwacht op die locatie een bepaalde
omzet te kunnen behalen. Redelijk lijkt daarom dat (minimaal) het percentage van
de omzetgerelateerde franchisefee in mindering wordt gebracht op het doorberekende
sleutelgeld. De franchisenemer zal bij beëindiging van zijn onderhuurovereenkomst
sleutelgeld bij de opvolgende franchisenemer kunnen bedingen. Mogelijk kan hij
het sleutelgeld ook geheel of gedeeltelijk terugontvangen van de franchisegever.
Het berekenen van een opslag over het sleutelgeld lijkt niet geoorloofd. Een opslag
komt neer op verrijking van de franchisegever ten koste van de franchisenemer.
Dit is in strijd met de aard van de franchiseverhouding waarbinnen wordt gestreefd
naar kostenreductie en een gezamenlijke belangenbehartiging. Hetzelfde geldt voor
het berekenen van sleutelgeld aan de franchisenemer zonder dat de franchisegever
sleutelgeld heeft moeten betalen.
Wordt een onderhuurder automatisch hoofdhuurder als hij de huur rechtstreeks
betaalt aan de hoofdverhuurder?
Het komt voor dat de franchisenemer de vestiging in onderhuur heeft van de franchisegever
(onderverhuurder) die op zijn beurt huurt van de eigenaar. Door rechtstreekse
betaling van de huur aan de eigenaar wordt de franchisenemer nog geen hoofdhuurder.
De wijze van betaling brengt dus geen wijziging in de rechtsposities van franchisegever
en franchisenemer. Slechts onder bijzondere bijkomende omstandigheden zal dat
mogelijk anders kunnen zijn.
Is de franchisenemer gebonden aan een non-concurrentie beding?
Ja! Een non-concurrentiebeding is normaal gesproken geldig. Wel worden, vanwege
de vergaande gevolgen, hoge eisen gesteld. Onduidelijke of dubbelzinnige bedingen
zullen al snel in het nadeel van de franchisegever worden uitgelegd. Onredelijke
bedingen zullen in een juridische procedure worden beperkt tot redelijke en meer
werkbare bedingen. Een concurrentiebeding dat bijvoorbeeld naar tijd en gebied
onbeperkt is, zal in de regel worden beperkt tot het gebied waar de vestiging
werd geëxploiteerd voor de duur van één of maximaal twee jaar.
Het concurrentiebeding zal niet (geheel) gelden als de franchisegever een verwijt
te maken valt ten aanzien van de beëindiging van de franchiseovereenkomst.
Andersom geldt dat indien de franchisenemer een verwijt te maken valt het concurrentiebeding
niet snel zal worden gematigd. Voor relatiebedingen geldt min of meer hetzelfde.
| |
Meestal zijn flinke boetes
afgesproken bij schending van
de aanbiedingsverplichting |
Is de franchisenemer verplicht zijn vestiging bij beëindiging
van het contract aan te bieden aan de franchisegever?
Veelal zijn in de franchiseovereenkomst aanbiedingsbepalingen opgenomen. Hierin
is dan bepaald dat de vestiging als eerste moet worden aangeboden aan de franchisegever.
Soms is zelfs omschreven hoe de overnamesom moet worden berekend. Meestal zijn
flinke boetes afgesproken bij schending van de aanbiedingsverplichting. Indien
niets is afgesproken over een aanbiedingsplicht is de franchisenemer vrij om aan
derden te verkopen. Wel zal de franchisegever nog akkoord moeten gaan met de beoogde
opvolger. Het moge duidelijk zijn dat de franchisegever deze niet zonder goede
gronden zal mogen weigeren.
mr. C.M. Kan |