Dat komt goed uit, want sinds enige tijd kan er ook worden gegeten en gedronken
bij franchisevestigingen met een culinaire formule op basis van de Indonesische
keuken.
Bami Rames, Nasi Goreng, Sate Ajam, Gado Gado en natuurlijk Kroepoek van 'Javaanse
Jongens', zo heet die franchiseformule. De Indonesische keuken is in ons land
zo vertrouwd geworden dat de bereiding al lang niet meer voorbehouden is aan nazaten
uit de Gordel van Smaragd of aan ex-kolonialisten. In iedere Hollandse nieuwbouwwijk
wordt geregeld in diverse huishoudens geroerbakt en gewokt.
| |
De franchisenemer hield de
franchisegever verantwoordelijk
en aansprakelijk toen de omzet
achterbleef bij de verwachtingen |
Kortom, voor een franchiseconcept als dat van Javaanse Jongens is er een markt.
Het klantenpotentieel is groot. Dat vond ook een Vughtenaar, die zich aandiende
als franchisenemer van het eerste uur.
Deze franchisenemer was kennelijk zeer enthousiast in het franchiseconcept
gestapt. Toen ruim een jaar later de omzet achterbleef bij de verwachtingen, stapte
de franchisenemer naar de kortgedingrechter. Het zal niet verbazen, dat deze franchisenemer
de franchisegever verantwoordelijk en aansprakelijk hield.
De franchisenemer stelde dat de franchiseovereenkomst tot stand is gekomen
onder invloed van dwaling. De door de franchisegever afgegeven prognoses omtrent
te behalen omzet en winst waren niet gebaseerd op zorgvuldig markt- en vestigingsonderzoek.
Was dit wel het geval geweest, dan zou die prognose er anders hebben uitgezien
en zou de franchisenemer de franchiseovereenkomst nooit zijn aangegaan. De franchiseovereenkomst
zou daarom vernietigbaar zijn.
| |
De franchisenemer verweet de
franchisegever, dat de
afgegeven prognoses niet
realistisch waren en niet
gebaseerd op een zorgvuldig
markt- en
vestigingsplaatsonderzoek |
En als de franchisenemer al niet in dwaling zou hebben verkeerd, dan is het
achterblijven van de omzet een tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst,
zo stelt de franchisenemer. Een tekortkoming, want het is aan de franchisegever
te wijten dat die omzet achterbleef en ook dat deze franchisegever zou hebben
nagelaten om blijvend te adviseren en te begeleiden.
Kortom, we hebben hier van doen met een "klassiek" geschil tussen
franchisegever en -nemer.
We doen allemaal wel eens onbesuisd of onbezonnen. Zo ben ik ooit eens op een
zomerdag naar de markt geweest en heb daar een tweedehands koelkast gekocht. Maar
die bleek het niet te doen. Daar zat ik mooi mee. Ik verweet mijzelf 'goedkoop
is duurkoop' en ondertussen vielen de mussen van het dak. Vol zelfmedelijden ben
ik naar de dichtstbijzijnde witgoedzaak gelopen. Daar kocht ik een gloednieuwe
koelkast met een dijk van een garantie. Dat ding deed het ook niet. Had ik nu
maar in plaats van een gloednieuwe koelkast een verlengsnoertje gekocht, want
snel daarna had ik in de gaten dat het stopcontact, waarop ik de beide koelkasten
aansloot, defect was.
De bewuste franchisenemer verweet de franchisegever, dat de afgegeven prognoses
niet realistisch waren en niet waren gebaseerd op een zorgvuldig markt- en vestigingsonderzoek.
En het gekke in deze zaak was: dit was waar.
Echter, de kneep zit hem daarin, dat de bewuste franchisenemer geen markt-
en vestigingsonderzoek en ook geen prognoses had verkregen van de franchisegever,
maar daarom ook niet heeft gevraagd of deze niet heeft willen afwachten. Wel werd
een exploitatiemodel uit een franchiseplan ter beschikking gesteld. Dit franchiseplan
was een rapportage van een deskundige uitsluitend ten behoeve van
de franchisegever over de haalbaarheid van de franchiseformule als
zodanig. In het exploitatiemodel was met zoveel woorden opgenomen: "Uitsluitend
voor discussiedoeleinden te gebruiken. De cijfers zijn niet toegesneden op een
specifieke locatie."
| |
De president van de
rechtbank oordeelt dat niet
verwacht kan worden dat bij
tegenvallende financiële
resultaten op de
franchisegever kan worden
teruggevallen |
Op basis van het exploitatiemodel is de bewuste franchisenemer vervolgens met
veel ondernemingszin aan de slag gegaan. Een ondernemingsplan werd opgesteld,
een locatie voor de franchisevestiging werd uitgekozen, een financieringsplan
kwam tot stand en afspraken met de bankier werden gemaakt. Dit alles op initiatief
en onder regie van die bewuste franchisenemer.
Toen werd vlug de franchiseovereenkomst gesloten en de franchisenemer was in business.
Daarbij heeft bovendien de franchisegever zich voor een fors bedrag garant gesteld
tegenover de bankier van de franchisenemer, in geval deze franchisenemer zijn
verplichting uit de kredietovereenkomst jegens de bank niet zou kunnen nakomen.
Ruim een jaar later zijn de verliezen van de franchisevestiging dusdanig opgelopen,
dat een faillissement van de franchisenemer niet meer lijkt af te wenden. Dan
stapt de franchisenemer naar de kortgedingrechter en vordert van de franchisegever
een voorschot op de schadevergoeding van enkele tonnen en ook overname van de
franchisevestiging. Met deze gelden kan aan crediteuren een akkoord worden aangeboden
zodat het faillissement kan worden afgewend, aldus de franchisenemer.
| |
De franchisenemer is een
zelfstandig ondernemer en
de verliezen moeten in
beginsel zelf worden gedragen |
De kortgedingrechter wijst de vorderingen af. Waar er geen markt- of vestigingsonderzoek
was afgegeven door de franchisegever, kan daaromtrent ook niet worden gedwaald.
Ook van aansprakelijkheid wegens niet-nakoming van de franchiseovereenkomst of
wegens onrechtmatig handelen door de franchisegever is geen sprake, want er was
nooit een bepaalde omzet gegarandeerd of anderszins overeengekomen.
Ook oordeelt de president in een kort geding, dat niet verwacht kan worden,
dat bij tegenvallende financiële resultaten op de franchisegever kan worden
teruggevallen. De franchisenemer is een zelfstandig ondernemer en de door deze
geleden verliezen moeten in beginsel zelf worden gedragen.
De tegeneis van de franchisegever wordt wel toegewezen, namelijk betaling van
achterstallige franchisefee en betalingen inzake een lening. Over de inbaarheid
daarvan zal de franchisegever zeer waarschijnlijk de wenkbrauwen hebben gefronst.
Bovendien hield de franchisegever op grond van de garantstelling er nog een nieuwe
crediteur aan over, namelijk de bankier van de franchisenemer.
Daarmee is nog maar eens duidelijk geworden, dat een zorgvuldig en objectief
betrouwbaar markt- en vestigingsonderzoek ten langen leste niet alleen in het
belang is van de franchisenemer maar zeker ook in het belang van de franchisegever.
Hans Jonkhout
Ps. Die tweedehands koelkast heb ik later, in de winter, aan een student
kunnen verkopen. Ik heb erop toegelegd.
|