Eerder in Franchise+ 1/2002 Terug naar het overzicht
 
Sambal blijft heet in de koelkast
Blijkbaar is franchising, als het om eten en drinken gaat, een beproefde exploitatievorm. Van de hamburgers van McDonald's tot de kip van Wienerwald; van de pizza's van New York Pizza tot de rookworsten van de Hema: wie at ze al niet. Heeft u alweer trek?
 

Dat komt goed uit, want sinds enige tijd kan er ook worden gegeten en gedronken bij franchisevestigingen met een culinaire formule op basis van de Indonesische keuken.
Bami Rames, Nasi Goreng, Sate Ajam, Gado Gado en natuurlijk Kroepoek van 'Javaanse Jongens', zo heet die franchiseformule. De Indonesische keuken is in ons land zo vertrouwd geworden dat de bereiding al lang niet meer voorbehouden is aan nazaten uit de Gordel van Smaragd of aan ex-kolonialisten. In iedere Hollandse nieuwbouwwijk wordt geregeld in diverse huishoudens geroerbakt en gewokt.

   De franchisenemer hield de
franchisegever verantwoordelijk
en aansprakelijk toen de omzet
achterbleef bij de verwachtingen

Kortom, voor een franchiseconcept als dat van Javaanse Jongens is er een markt. Het klantenpotentieel is groot. Dat vond ook een Vughtenaar, die zich aandiende als franchisenemer van het eerste uur.

Deze franchisenemer was kennelijk zeer enthousiast in het franchiseconcept gestapt. Toen ruim een jaar later de omzet achterbleef bij de verwachtingen, stapte de franchisenemer naar de kortgedingrechter. Het zal niet verbazen, dat deze franchisenemer de franchisegever verantwoordelijk en aansprakelijk hield.

De franchisenemer stelde dat de franchiseovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. De door de franchisegever afgegeven prognoses omtrent te behalen omzet en winst waren niet gebaseerd op zorgvuldig markt- en vestigingsonderzoek. Was dit wel het geval geweest, dan zou die prognose er anders hebben uitgezien en zou de franchisenemer de franchiseovereenkomst nooit zijn aangegaan. De franchiseovereenkomst zou daarom vernietigbaar zijn.

   De franchisenemer verweet de
franchisegever, dat de
afgegeven prognoses niet
realistisch waren en niet
gebaseerd op een zorgvuldig
markt- en
vestigingsplaatsonderzoek

En als de franchisenemer al niet in dwaling zou hebben verkeerd, dan is het achterblijven van de omzet een tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst, zo stelt de franchisenemer. Een tekortkoming, want het is aan de franchisegever te wijten dat die omzet achterbleef en ook dat deze franchisegever zou hebben nagelaten om blijvend te adviseren en te begeleiden.

Kortom, we hebben hier van doen met een "klassiek" geschil tussen franchisegever en -nemer.

We doen allemaal wel eens onbesuisd of onbezonnen. Zo ben ik ooit eens op een zomerdag naar de markt geweest en heb daar een tweedehands koelkast gekocht. Maar die bleek het niet te doen. Daar zat ik mooi mee. Ik verweet mijzelf 'goedkoop is duurkoop' en ondertussen vielen de mussen van het dak. Vol zelfmedelijden ben ik naar de dichtstbijzijnde witgoedzaak gelopen. Daar kocht ik een gloednieuwe koelkast met een dijk van een garantie. Dat ding deed het ook niet. Had ik nu maar in plaats van een gloednieuwe koelkast een verlengsnoertje gekocht, want snel daarna had ik in de gaten dat het stopcontact, waarop ik de beide koelkasten aansloot, defect was.

De bewuste franchisenemer verweet de franchisegever, dat de afgegeven prognoses niet realistisch waren en niet waren gebaseerd op een zorgvuldig markt- en vestigingsonderzoek.

En het gekke in deze zaak was: dit was waar.

Echter, de kneep zit hem daarin, dat de bewuste franchisenemer geen markt- en vestigingsonderzoek en ook geen prognoses had verkregen van de franchisegever, maar daarom ook niet heeft gevraagd of deze niet heeft willen afwachten. Wel werd een exploitatiemodel uit een franchiseplan ter beschikking gesteld. Dit franchiseplan was een rapportage van een deskundige – uitsluitend ten behoeve van de franchisegever – over de haalbaarheid van de franchiseformule als zodanig. In het exploitatiemodel was met zoveel woorden opgenomen: "Uitsluitend voor discussiedoeleinden te gebruiken. De cijfers zijn niet toegesneden op een specifieke locatie."

   De president van de
rechtbank oordeelt dat niet
verwacht kan worden dat bij
tegenvallende financiële
resultaten op de
franchisegever kan worden
teruggevallen

Op basis van het exploitatiemodel is de bewuste franchisenemer vervolgens met veel ondernemingszin aan de slag gegaan. Een ondernemingsplan werd opgesteld, een locatie voor de franchisevestiging werd uitgekozen, een financieringsplan kwam tot stand en afspraken met de bankier werden gemaakt. Dit alles op initiatief en onder regie van die bewuste franchisenemer.
Toen werd vlug de franchiseovereenkomst gesloten en de franchisenemer was in business.
Daarbij heeft bovendien de franchisegever zich voor een fors bedrag garant gesteld tegenover de bankier van de franchisenemer, in geval deze franchisenemer zijn verplichting uit de kredietovereenkomst jegens de bank niet zou kunnen nakomen.

Ruim een jaar later zijn de verliezen van de franchisevestiging dusdanig opgelopen, dat een faillissement van de franchisenemer niet meer lijkt af te wenden. Dan stapt de franchisenemer naar de kortgedingrechter en vordert van de franchisegever een voorschot op de schadevergoeding van enkele tonnen en ook overname van de franchisevestiging. Met deze gelden kan aan crediteuren een akkoord worden aangeboden zodat het faillissement kan worden afgewend, aldus de franchisenemer.

   De franchisenemer is een
zelfstandig ondernemer en
de verliezen moeten in
beginsel zelf worden gedragen

De kortgedingrechter wijst de vorderingen af. Waar er geen markt- of vestigingsonderzoek was afgegeven door de franchisegever, kan daaromtrent ook niet worden gedwaald. Ook van aansprakelijkheid wegens niet-nakoming van de franchiseovereenkomst of wegens onrechtmatig handelen door de franchisegever is geen sprake, want er was nooit een bepaalde omzet gegarandeerd of anderszins overeengekomen.

Ook oordeelt de president in een kort geding, dat niet verwacht kan worden, dat bij tegenvallende financiële resultaten op de franchisegever kan worden teruggevallen. De franchisenemer is een zelfstandig ondernemer en de door deze geleden verliezen moeten in beginsel zelf worden gedragen.

De tegeneis van de franchisegever wordt wel toegewezen, namelijk betaling van achterstallige franchisefee en betalingen inzake een lening. Over de inbaarheid daarvan zal de franchisegever zeer waarschijnlijk de wenkbrauwen hebben gefronst. Bovendien hield de franchisegever op grond van de garantstelling er nog een nieuwe crediteur aan over, namelijk de bankier van de franchisenemer.

Daarmee is nog maar eens duidelijk geworden, dat een zorgvuldig en objectief betrouwbaar markt- en vestigingsonderzoek ten langen leste niet alleen in het belang is van de franchisenemer maar zeker ook in het belang van de franchisegever.

Hans Jonkhout

Ps. Die tweedehands koelkast heb ik later, in de winter, aan een student kunnen verkopen. Ik heb erop toegelegd.