| |
 |
Sinds 1 juni 2000 is de nieuwe Groepsvrijstellingsverordening voor verticale
overeenkomsten van toepassing op franchiseovereenkomsten. Deze Verordening heeft
de Groepsvrijstellingsverordening voor franchiseovereenkomsten vervangen.
De nieuwe Verordening is ook op andere verticale overeenkomsten van toepassing,
zoals distributieovereenkomsten en alleenverkoop. In vergelijking met de oude
Verordening zijn nieuwe formuleringen geïntroduceerd, is de concurrentiepositie
van franchisenemers na beëindiging van de franchiserelatie verruimd en blijft
de bescherming van de knowhow van franchisegever een gerechtvaardigde reden om
concurrentiebeperkende beperkingen op te leggen aan franchisenemers.
Zo introduceert de nieuwe Verordening het zgn. niet-concurrentiebeding. Dit houdt
enerzijds een afnameverplichting in en anderzijds een verbod voor franchisenemer
om concurrerende producten te verkopen1). In de
oude Verordening kwam de term 'niet-concurrentiebeding' niet voor, maar werden
de twee verplichtingen voor franchisenemer apart geregeld.
Concurrentieverbod
De ingrijpendste verandering voor uw franchiseovereenkomst is het concurrentieverbod:
het verbod voor franchisenemer om concurrerende producten te verkopen mag na het
einde van de franchiseovereenkomst gedurende één jaar voortduren,
mits een dergelijke verplichting betrekking heeft op concurrerende producten,
beperkt is tot de franchisevestiging zelf en onmisbaar is om de door de franchisegever
aan franchisenemer overgedragen knowhow te beschermen. Waar de oude Verordening
spreekt over "het uitoefenen soortgelijke handelsactiviteiten", spreekt
de nieuwe Verordening over "het produceren, kopen, verkopen of wederverkopen
van goederen of diensten die met de contractgoederen of -diensten concurreren".
Waar de oude Verordening spreekt over "het gebied waarin hij de franchise
heeft geëxploiteerd", spreekt de nieuwe Verordening over "de lokaliteiten
en terreinen waar de franchisenemer gedurende de contractperiode werkzaam was".
Dit laatste moet volgens de Europese Commissie eng worden uitgelegd, namelijk
als verkooppunt van de franchisenemer, ofwel de franchisevestiging zelf.
Afnameverplichting
De nieuwe Verordening stelt beperkingen op aan verticale afspraken. Zo mag een
afnameverplichting van minimaal 80% voor maximaal vijf jaar gelden. Daarna moeten
leverancier en afnemer gezamenlijk nieuwe afspraken maken, stilzwijgende verlenging
mag dus niet.
Voor verticale beperkingen in franchiseovereenkomsten heeft de Verordening echter
een uitzondering gemaakt. De Europese Commissie erkent dat naarmate de overdracht
van de knowhow belangrijker is, concurrentiebeperkende verplichtingen gemakkelijker
aan de voorwaarden voor een vrijstelling voldoen. Een niet-concurrentiebeding,
opgelegd met betrekking tot de door franchisenemer gekochte goederen of diensten,
is niet in strijd met het kartelverbod, wanneer dit beding noodzakelijk is om
de gemeenschappelijke identiteit en reputatie van het franchisenet in stand te
houden. In dit geval is ook de duur van het niet-concurrentiebeding irrelevant,
zolang hij niet de looptijd van de franchiseovereenkomst zelf overschrijdt. In
concreto betekent dit dat zelfs een exclusieve afnameverplichting toegestaan is.
De franchiseovereenkomst zelf mag vijf, tien jaar of langer duren, zolang aan
de hierboven gestelde voorwaarden wordt voldaan.
Het is wel oppassen voor franchisegevers die een marktaandeel hebben van meer
dan 30% op de relevante markten. In dit geval moeten de verticale beperkingen
ter toetsing aangemeld worden bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).
1 januari 2002
De nieuwe Verordening is sinds 1 juni 2000 van kracht. Franchiseovereenkomsten
die voor deze datum gesloten zijn vallen nog onder het bereik van de oude Verordening.
Echter, vóór het einde van dit jaar dienen alle franchiseovereenkomsten
conform de nieuwe Verordening opgesteld te zijn; zowel bestaande als nieuwe.
In negen van de tien gevallen zullen de huidige franchiseovereenkomsten aangepast
moeten worden omdat het concurrentieverbod gedurende één jaar na
beëindiging van de franchiserelatie te ruim is geformuleerd.
mr. Nina Timmermans |