 |
|
Decennia geleden was iets 'in'. Dat duurde dan een jaar of anderhalf en dan
moest je als een haas je voorraden afbouwen, anders zat je met een 'zeperd'. Een
beetje koopman had een goed gevoel voor timing, haakte op het juiste moment af
en had de buit binnen.
We noemden dat trends, die veelal van te voren in het buitenland door stylistes
en inkopers werden gesignaleerd. Meestal had je daar een vol seizoen plezier van
en kon je rustig erop inkopen. Dat 'in' zijn was meestal een tijdsverschijnsel,
met een zekere voorspelbaarheid. Welnu, da's voorbij. De enige voorspelling die
opgaat, is dat alles verandert en vaak razendsnel. Je hebt het ene nog maar net
begrepen of het andere staat al weer voor de deur. Over Nasdaqs en zo hoef ik
u niets uit te leggen. Twee jaar geleden stond Free Record Shop op een koers van
17 gulden. Een half jaar daarna vertelde Breukhoven iets over internet en de koers
stond binnen een paar weken op het drievoudige. Nu bungelen ze rond de tien.
Het begrip 'Postmodernisme' begint men een beetje te begrijpen, maar we zitten
alweer in het 'postpostmodernisme'. Volgens de filosoof Aristoteles is een voorspelling
een uitgestelde constatering, nu is het bijna een redenering achteraf. Er heerst
verwarring tussen schijn en werkelijkheid. Wat is nog virtueel, en wat echt. We
zappen ons langs een mêlee van indrukken door het woud van commercialiteit
(een paar duizend commerciële impulsen per dag). Vroeger had de volwassene
het primaat van kennis en ervaring om de simpele reden dat hij of zij kon lezen
en schrijven. Ook dat is niet meer. Kinderen van boven de twee wandelen via drukknoppen
door het land van visuele communicatie en hebben dezelfde bronnen als wij. Het
verschil is dat hun perceptie verschilt, die uiteraard ervaringsbepaald is. Het
uitleggen van dat verschil kost de oudere vaak een hoofdbrekende overtuigingskracht
en vertaalslag. Dat is geen trend, dat is een voortdurend veranderingsproces.
Vaak roept de ene verandering de andere op, meestal tegengesteld aan de vorige.
'Dialectiek' noemt men dat. Van stelling naar tegenstelling, die dan weer tijdelijk
een samenstelling vormt die de nieuwe stelling inluidt. In ons platte consumentenleven
kun je de term 'stelling' in 'stemming' wijzigen: stemming en tegenstemming. Marketinggoeroe
Faith Popcorn somde al die stemmingen op, die we in het dagelijks leven ervaren
en zag dat als trends. Ik geloof daar niet zo in. Stemmingen, of ook wel humeuren
genoemd, roepen elkaar op. We wisselen ons gevoel voor avontuur af voor behoefte
aan warmte in het gezin. Lekker thuis. Popcorn noemt dat 'cocoonen'. Maar een
echte trend is dat natuurlijk niet. Het is een prioriteit voor een bepaald humeur.
Net zoals wij ons, na een hele dag suf werken, de volgende dag afvragen: "Waar
ben ik eigenlijk mee bezig?" Zij noemt dat 'salderen', ik zou zeggen: dat
is het humeur dat volgt op hard werken.
Marketeers, en dus zeker ook retailers, trachten in te spelen op dit humeur via
'moodmarketing'. Het inspelen op het gevoel van dat specifieke moment. Vroeger
duurde die opeenvolging van tegengestelde stemmingen wat lang, nu is dat van korte
duur.
Dat legt een claim op het zogenaamde volgvermogen van de commercie. Flexibiliteit
in de organisatie is daarbij een voorwaarde. Bedrijven als ZARA en Hennes &
Mauritz luisteren en volgen de humeuren en voorkeuren van klanten op de voet en
spelen daar op excellente wijze zeer snel op in. Alle disciplines zijn erop gericht,
van verkoopvloer tot logistiek. C&A was daartoe organisatorisch en qua cultuur
niet in staat en smeedt nu de brokken tot een nieuw intern en extern concept met
'luistervermogen'. Dat vermogen moet zitten in het merg van je organisatie, in
je bedrijfscultuur. Het is een must geworden. Succes uit het verleden kan daarbij
stollend in de organisatie en verstarrend in het denken werken. Waak daarvoor! |