Internationalisering kent al vele gezichten
| |
 |
Globalisering van de economie is een terugkerend thema in discussies over de
ontwikkeling van het bedrijfsleven. Het is aardig dat dit voor het publiek vooral
door franchiseketens echt zichtbaar wordt gemaakt, want die zijn overal ter wereld
goed herkenbaar en hun ontwikkeling is uitstekend te volgen. Waarmee tegelijkertijd
deze globalisering enigszins gerelativeerd wordt, want franchising is een combinatie
van grote schaal en plaatselijke verankering. Een zeer goede combinatie. De groeiende
concurrentie dwingt bedrijven om alle activiteiten in de voortbrenging van goederen
en diensten kritisch te bekijken en bepaalde onrendabele functies af te stoten.
De verkoop via eigen filialen is zo iets. Marks & Spencer gaat alle eigen
filialen op het Europese vasteland sluiten, maar de franchiseactiviteiten worden
versterkt. Waarmee men in feite erkent dat een franchisenemer beter weet hoe een
winkel wordt gerund dan een filiaalleider. Eigenlijk geen nieuws. Door filialen
om te zetten in franchisevestigingen behoudt men de schaalgrootte, maar verbetert
de winstgevendheid, ook internationaal zoals dit voorbeeld illustreert.
Schaalgrootte blijft bij iedere strategie centraal staan en vanuit de kleine landen
aan de Noordzee ligt internationalisering dan redelijk voor de hand. En met onze
gerichtheid op internationale handel behalen we meer dan 50% van ons nationale
inkomen hieruit.
We besteden in dit nummer aandacht aan een aantal voorbeelden van internationalisatie
en franchising, want er zijn ongemerkt meer internationale franchisegevers dan
we soms denken. Die hebben niet altijd bekende namen. InnoConcepts uit Capelle
a/d IJssel is bijvoorbeeld een vrij onbekend bedrijf, maar zijn franchiseconcept
GumBusters is in franchise uitgegeven in Engeland en de Verenigde Staten. Délifrance
is in Nederland en België al lang aanwezig, maar niet veel mensen beseffen
dat dit van oorsprong Nederlands concept zijn gezicht laat zien in het Verre Oosten,
Japan, Engeland etc. Godiva Chocolatier is één van de bekende voorbeelden
uit België, die reeds in 1968 de oversteek naar Amerika maakte en in New
York zelfs het hoofdkantoor heeft gevestigd.
Niet alle hamburgers komen uit Amerika, zo bewijst het eveneens Belgische Quick,
dat in eigen land marktleider is, maar ook in Frankrijk meetelt als een serieuze
marktpartij. Hunter Douglas is bekend als fabrikant van Luxaflex, maar dat het
een franchiseorganisatie heeft van meer dan 600 vestigingen over de gehele wereld,
o.a. als Apollo Blinds in Engeland, is velen ontgaan. Koninklijke Numico is de
Nederlandse producent van Nutricia, maar heeft zich recent ontpopt tot een zeer
grote detaillist van vitaminepreparaten en gezondheidsproducten. In de Verenigde
Staten nam het GNC over, een keten van 4.200 winkels, waarvan 1.400 in franchise.
Unilever is een wereldwijd concern, maar werd franchisegever door van het bekende
Ben & Jerry zowel de productie als de keten van ijssalons over te nemen.
Door eigen filialen en franchising beheersen grote fabrikanten op deze wijze een
gehele bedrijfskolom, ook internationaal. We zullen deze beweging in de toekomst
meer zien. Franchisegevers kunnen slechts succesvol zijn als zij hun franchisenemers
echte voordelen kunnen bieden en in de markt scherpe concurrentie aankunnen. Dit
kan alleen als men tot de grotere spelers behoort die ook de internationale concurrentie
kunnen weerstaan.
Jan Bezemer, hoofdredacteur |