Inhaalrace
Franchising bevond zich in België enige jaren in de schaduw van andere
landen, maar heeft nu de schroom van zich afgeworpen. Uit onderzoek van de Amerikaanse
Foreign Commercial Service uit 1998 blijkt dat de groei is gestegen van 5% per
jaar naar 8% per jaar nu en overstijgt daarmee de groei van de Belgische economie.
Een positief teken en een steun in de rug voor de activiteiten van de Belgische
Franchise Federatie (BBF) en de beursorganisatie Fairtec. Een actieve franchisefederatie
en een jaarlijkse Franchisebeurs lijken tot heden een goede benadering om de bekendheid
van franchising in België te vergroten. De positieve ondergrond bleek ook
tijdens een Ronde Tafel gesprek op 20 november 2000 te Antwerpen, toen franchisegevers,
franchisenemers en enkele deskundigen in bijzijn van de pers de ontwikkelingen
bespraken en onder de bekwame leiding van Fons Durinck (Fortis Bank) hun opinie
konden ventileren.
UNIZO positief over franchising
De heer Ardies, Sectorverantwoordelijke Distributie van UNIZO (Unie van Zelfstandige
Ondernemers), uitte als belangenbehartiger enige kritische geluiden over franchising,
maar benadrukte tegelijkertijd het belang ervan voor de positie van het zelfstandig
ondernemerschap in de detailhandel. Zijn bedenkingen tegen minder professionele
zaken en schijnzelfstandigheid van sommige franchisenemers deden hem pleiten voor
een specifieke wetgeving. Dat nam niet weg dat hij de voordelen van franchising
voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) onderschreef. Franchisenemers van
zowel Pirtek als Midas legden hun keuze voor franchising uit en onderstreepten
de noodzaak dat franchisegevers vooral een open en goede communicatie met hun
franchisenemers waarborgen.
| |
 |
Europese Erecode
De rechtbank in België kijkt in conflicten mede naar de inhoud van de Europese
Erecode en onduidelijkheden in overeenkomsten worden vrijwel steeds ten nadele
uitgelegd van degene die ze heeft afgedwongen, de franchisegever. Omdat zowel
dit als de algemene wetgeving in franchiseconflicten goed werkt was mr Peter Wuyts
(Van Raemdonck, Bally, Rauter Ver Berne, Wuyts & Palmaers Advocaten) niet
direct voorstander van speciale wetgeving. Ook de BFF, bij monde van vice-voorzitter
Walter Lavers, vond de sector volwassen genoeg en meende dat het Precontractueel
Informatie Document degelijke informatie van kandidaat franchisenemers waarborgt.
Dit kan onduidelijkheden, misverstanden en toekomstige conflicten voorkomen. En
passant bleek zijn Godiva franchise (u weet wel, van die heerlijke pralines) niet
alleen in België aan te slaan, maar ook in andere landen van Europa en zelfs
in Japan vertegenwoordigd te zijn.
Bij het woord export kwam automatisch de gedachtewisseling op de Belgisch-Nederlandse
grensoverschrijdende franchises. Diverse aanwezigen waren van mening dat Franse
franchises het in Wallonië gemakkelijker hebben dan de Nederlandse in Vlaanderen.
Omdat Frankrijk een belangrijk exportland voor franchising is, had dit geleid
tot een zekere achterstand in Vlaanderen ten opzichte van Wallonië. Een achterstand
die overigens wordt ingelopen door de snelle ontwikkeling van de laatste jaren.
Optimisme alom
Uit de positief gestemde discussie bleek dat men met optimisme de ontwikkelingen
gadeslaat en stimuleert. Ook de rol van de UNIZO krijgt waardering, hetgeen vertaald
wordt in meer contact met de BFF over gezamenlijke vraagstukken. Het is toe te
juichen dat de KMO-vertegenwoordigers het belang van franchising voor hun aangesloten
ondernemers onderschrijven. Franchising is een vitale vorm van bedrijvigheid in
België, met volop perspectief. |