Soep wordt hoofdgerecht
Soep is in hoog tempo bezig een hoofdgerecht te worden. In navolging van
de trendy soepshops New York en Londen worden ook in Nederland soepwinkels geopend.
"Nederland is nu meer klaar voor wat wij al tien jaar doen," zegt
Martin Vermeulen, directeur van De Soepterrine in de Utrechtse Zakkendragerssteeg.
Bang voor concurrentie is hij niet.
"De Soepterrine heeft al jaren een bekende klank. Wij hebben een eigen publiek,
dat onze kwaliteit waardeert: we werken met huisrecepten en echte bouillon. Bovendien
hebben we een goed logistiek systeem ontwikkeld."
De grote belangstelling voor soep heeft zijn plannen om op franchisebasis vestigingen
te openen wel versneld. Op korte termijn zullen er Soepterrines verschijnen in
vier grote steden. "Met de kandidaat-franchisenemers ben ik rond, maar het
wachten is op de horecavergunningen," aldus Vermeulen, die de plaatsnamen
nog niet wil noemen, maar wel verklapt, dat het steden zijn met veel studenten.
Die vormen ook de helft van het publiek. Evenals het winkelende publiek en theater-
of concertbezoekers, die even in De Soepterrine neerstrijken voor een snelle hap.
Zij vinden niet alleen dagelijks vijf speciale soepen en vijf standaard soepen
op het menu, maar ook quiches, kaasfondue en andere gerechten. Ook koffie, thee,
limonades en bier zijn verkrijgbaar. "Alleen maar soep op het menu werkt
niet," weet Vermeulen uit ervaring.
Verder bestaat de mogelijkheid om af te halen. Vooral winkeliers en politiemensen
maken daar gebruik van, maar ook mensen voor een feestje thuis. Vanuit de "keuken"
even buiten Utrecht wordt het restaurant bevoorraad, maar Vermeulen levert ook
aan restaurants en traiteurs.
Dat zal ook gebeuren wanneer de franchisezaken worden geopend. Zij gaan volgens
de formule van De Soepterrine werken, al wil Vermeulen de franchisenemers niet
volledig vastpinnen. Al naar gelang de streekgebonden wensen kunnen de menu's
variëren. "Momenteel leveren we 250 soorten soep. 'Het leuke is dat
klanten ook met recepten komen die ze in het buitenland hebben opgedaan. Op de
dagmenu's staan soepen, afhankelijk van de inkoopprijzen van de ingrediënten.'
Korea
Martin Vermeulen heeft onlangs zijn formule onder licentie verkocht aan een Koreaanse
ondernemer. Binnenkort gaan in Seoel en Pusan soepwinkels open onder de naam Soepterrine.
Dat de Koreanen iets in de soepzaken zien is niets bijzonders. "Soep is al
eeuwenlang heel gewoon in Azië. Ze vinden het echter heel bijzonder om westerse
formules te hebben. Vandaar ook dat onze interieurbouwer naar Korea gaat om de
zaken in onze huiskamerstijl in te richten: donker hout, glas-in-lood en onze
kleuren. Personeel krijgt hier een opleiding en een van onze koks gaat de start
in Korea begeleiden."
Suppa
"Soep sluit aan bij het hedendaagse consumentenpatroon," zegt projectleider
Henny van de Wetering van Suppa, de soepwinkel, die Honig drie maanden geleden
opende aan het Vredenburg in Utrecht. "De formule is internationaal gezien
succesvol en Honig ziet er een nieuwe manier in om consumenten te bereiken. Honig
is vooral een merk voor traditionele gezinnen, maar met de formule Suppa richten
we ons in het bijzonder op jongeren."
Als Suppa moet de formule een eigen leven gaan leiden, hoewel de naam Honig wel
in kleine letters voorkomt op de menukaart en op de receptenkaartjes, die in de
soepshops liggen. "Een subtiele doorverwijzing naar Honig, en dat gebruiken
we uiteraard als marketinginstrument om de aandacht voor de Honig-soepen te verstevigen."
Van de Wetering benadrukt, dat de soepen bij Suppa van een andere samenstelling
zijn dan de gebruikelijke Honigsoepen in de supermarkten. Er wordt gebruik gemaakt
van bijzondere recepten, afhankelijk van het seizoen, maar met dagelijks zeven
soepen op het menu. Bijzonder is ook, dat de soepen in de zaak zelf vers worden
bereid.
Suppa is ingericht als een overzichtelijke, niet al te grote fastfood winkel,
waar soepen zowel ter plekke kunnen worden gegeten als worden meegenomen. "We
richten ons op het winkelende publiek, maar ook op kantoormensen, die steeds vaker
tussen de middag even ergens een hapje eten. Vandaar dat wij vinden dat we in
een grote stad moeten zitten, midden tussen winkels en kantoren," aldus Van
de Wetering. "We zijn wel eerst naar Londen en New York geweest om te kijken
hoe de winkels daar zijn ingericht en we hebben dit vertaald naar de Nederlandse
situatie."
Afgezien van het speciale brood dat bij een kop soep wordt geserveerd is er ook
een beperkte keus uit belegde broodjes en salades. Verder zijn koffie, thee en
limonades verkrijgbaar.
Suppa onderzoekt momenteel de mogelijkheden om zaken op franchisebasis te openen.
"We hebben onszelf een paar maanden de tijd gegeven om te bekijken hoe de
formule moet worden ingericht. We zijn met deze eerste zaak begonnen om ervaring
op te doen. Franchise is een van de alternatieven."
Sap & Soup
Gabriëlle en Michiel Reinbergen begonnen afgelopen mei met een soepwinkel
in de Haarlemmerstraat in Amsterdam. Zij voegden daar een ander trendy element
aan toe: vruchtensappen met bijzondere samenstellingen. Vandaar de naam Sap &
Soup.
Gabriëlle: "Het loopt fantastisch. Natuurlijk zitten we hier in een
creatieve straat met veel gespecialiseerde winkels. Ik heb dergelijke zaken bekeken
in Los Angeles, New York en Londen. Het was duidelijk, dat zoiets hier ook zou
aanslaan. Van onze klanten krijgen we vaak recepten die ze in het buitenland hebben
verzameld."
Sap & Soup is vooral een afhaalzaak, passend in de sfeer van de buurt met
kantoren en winkels. Op weekdagen zijn er uit het inmiddels royale assortiment
vier soepen en op zaterdag vijf of zes, maar altijd keus uit minimaal drie soepen,
plus een soep van de dag en steeds een vegetarische soep.
Gabriëlle: "We hebben een publiek, dat ons weet te vinden, ook al werken
of wonen ze niet in deze buurt."
Soup en Zo
In april begon in de Jodenbreestraat in Amsterdam Soup en Zo, van Ria van Diemen,
Charlie Murphy en Martin van Dorp. Ook Soup en Zo is vooral gericht op het meenemen
van soep, zoals het Londense voorbeeld, zegt Murphy. "Toch is er een ontwikkeling,
dat het publiek het ook gezellig vindt om de soep hier te gebruiken."
Ook deze zaak trekt een steeds talrijker publiek: ambtenaren van het nabijgelegen
stadhuis, kantoor- en winkelpersoneel, maar ook mensen uit de buurt, en veel studenten.
Ze kunnen kiezen uit uiteenlopende soorten soepen, met veel vegetarische. Van
de ruim 70 soorten staan er dagelijks tussen de vier en zeven op het menu. Charlie
Murphy noemt als kenmerken van Soup en Zo, dat afgezien van koffie, thee, frisdranken
en salade, soep met gratis broodje het hoofdartikel is en verder dat de soepen
dagelijks ter plekke worden bereid. "De kok staat centraal en belangrijk
daarbij is de wisselwerking tussen de koks en de klanten. Dat betekent hoge kwaliteit,
een integraal deel van ons concept."
Juist het in de hand houden van de hoge kwaliteit en het inspelen op ontwikkelingen
zijn voor Soup en Zo redenen om bij uitbreiding vooralsnog niet te kiezen voor
een franchisevorm. Murphy: "We willen onze opzet eerst laten uitkristalliseren.
De ontwikkeling blijft verrassend. We willen het concept zelf bewaken." |