Ad 1
Bij deze variant wordt nauw aangesloten bij de huidige sociale
verzekeringswetten, waarbij als uitgangspunt wordt gehanteerd,
dat getoetst wordt aan het werknemerschap. De drie elementen
die daarbij moeten worden beoordeeld zijn het verrichten van
persoonlijke arbeid, het ontvangen van loon en niet in de laatste
plaats of er een gezagsverhouding aanwezig is. In deze variant
kan dus worden gesproken van een situatie waarbij de verzoeker
in beginsel als werknemer wordt beschouwd, tenzij er omstandigheden
zijn die tot een ander oordeel moeten leiden.
Ad 2
In de tweede variant is de aanwezigheid van zelfstandigheid
het uitgangspunt. Het ondernemersbegrip dat afgeleid is van
het fiscale ondernemersbegrip vormt hierbij de basis.
Het gaat dus om degene die winst uit onderneming geniet. Of
er sprake is van een onderneming in fiscale zin hangt echter
wel af van de feitelijke situatie. Factoren die daarbij een
rol kunnen spelen zijn o.a.: het plegen van investeringen, het
lopen van debiteurenrisico, het werkzaam zijn voor meer dan
één opdrachtgever, de mate van afhankelijkheid
van opdrachtgevers, het plegen van acquisitie, het voeren van
reclame en het niet persoonlijk hoeven te verrichten van de
werkzaamheden.
Indien deze variant zou worden gehanteerd, dient echter nog
wel geregeld te worden dat de in de WAZ opgenomen voorrangsregeling
voor de WAO komt te vervallen, hierdoor wordt bereikt dat de
vereiste duidelijkheid vooraf wordt verkregen, omdat dan de
verplichte werknemersverzekeringen worden uitgesloten.
Beide varianten kunnen leiden tot duidelijkheid vooraf, waarbij
de werkgroep een voorkeur heeft voor de "WAZ variant",
omdat naast de verkregen duidelijkheid vooraf ook eenduidigheid
ontstaat in toetsing van de arbeidsrelaties voor de sociale
zekerheid en de belastingen.
Daarnaast leidt dit ook tot eenduidigheid in de rechtsgang,
omdat tegen beschikkingen op grond van de WAZ de mogelijkheid
tot cassatie bij de Hoge Raad openstaat.
Het kabinet neemt de voorkeur van de werkgroep voor de WAZ
variant over en het ligt in de bedoeling dat op 1 januari
2001 de WAZ wordt gewijzigd, in die zin, dat de voorrangsregeling
ten aanzien van de WAO wordt geschrapt. Dat betekent, dat
de beschikkingen over zelfstandigheid in de fiscale sfeer
en de verzekeringsplicht in de zin van de WAZ afgegeven zullen
worden.
Vereenvoudiging aanvraagprocedure
Er dient een eenvoudig en gemeenschappelijk aanvraagformulier
te komen, dat door potentiële ondernemers ingediend moet
worden bij de belastingdienst of een uitvoeringsinstelling.
Uiteindelijk dient er evenwel één instantie
te worden aangewezen, die deze aanvragen behandelt.
Ook deze aanbeveling heeft het kabinet overgenomen en er wordt
naar gestreefd om uiterlijk 1 januari 2002 te komen tot een
geharmoniseerde uitvoering, die tot stand komt door middel
van afstemming tussen de belastingdienst en het LISV over
de definities en uitvoeringscriteria voor een eenduidige uitvoeringspraktijk
ten aanzien van de beoordeling van de zelfstandigheid.
Eenduidigheid in rechtspraak
De werkgroep beveelt aan eenduidigheid in rechtspraak te
bevorderen door de mogelijkheid te scheppen om tegen beschikkingen
vooraf in cassatie te kunnen gaan bij de Hoge Raad.
De werkgroep stelt tot slot voor om haar aanbevelingen gefaseerd
in te voeren en ze denkt daarbij aan een periode van 5 jaar.
Conclusie
Het is toe te juichen dat er binnen afzienbare tijd een oplossing
komt voor de onzekerheid van de juridische status van de ZZP'er
en in het verlengde daarvan voor franchising en meer in het
bijzonder voor de diensten franchising. Het zal de mededinging
ten goede komen, omdat opdrachtgevers dan eerder bereid zijn
opdrachten te verstrekken aan ZZP'ers, omdat zij niet bang
hoeven te zijn dat zij later worden geconfronteerd met allerlei
naheffingen in het kader van de sociale verzekeringswetgeving.
Ook voor de ZZP'er betekent dit extra zekerheid en hij zal
zich daardoor slagvaardiger kunnen opstellen.
Het is overigens een goede zaak, dat het kabinet kiest voor
de zogenaamde "WAZ variant", waarbij als uitgangspunt
het ondernemersbegrip wordt gehanteerd. Kort gezegd betekent
dit, dat een aanvrager ondernemer is, tenzij omstandigheden
tot een andere conclusie moeten leiden.
Mr W.C. Bothof is advocaat te Rotterdam |