|
Enige gedachten om dit vraagstuk eens van een andere kant te
benaderen
Financiering van startende ondernemers is een dankbaar onderwerp
voor verhitte discussies. Geldgevers vinden dat zij het uiterste
doen en kredietnemers zijn van mening dat de financiers (voornamelijk
banken) best wat meer risico's zouden mogen nemen, zeker bij een
franchise. Want wat is hier risico? Het klinkt als een grammofoonplaat
met een barst erin, want beide standpunten worden met vuur verdedigd
en regelmatig herhaald. Zoals zo vaak zal ook hier de waarheid wel
ergens in het midden liggen.
Hoe zit het met de eigen inbreng?
In weerwil van alle discussie staat vast dat er behoorlijk wat franchisenemers
door de screening van de banken komen en -veelal met dekking van
de franchisegever- hun begeerde krediet krijgen om een bedrijf te
starten. Toch valt op dat de inbreng van de eigen middelen bijna
altijd op conventionele wijze gebeurt, dat wil zeggen spaargeld
en -sinds de hausse op de huizenmarkt- aangevuld met overwaarde
in een soms aanwezige eigen woning. Maar naast de conventionele
middelen kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken dat enige alternatieven
worden vergeten.
Wat te denken van bijvoorbeeld een deelname in het risicodragend
vermogen van de franchisenemer door een zakenpartner, familieleden,
vrienden en buren? Hiervoor behoeft zeker niet per definitie een
besloten vennootschap te worden opgezet, een commanditaire vennootschap
kan goede diensten bewijzen. En: er zijn ook franchisegevers die
op deze wijze hun goede franchisenemers een steuntje in de rug geven.
Bovendien behoeft de participatie niet voor eeuwig te zijn, hij
kan in de tijd worden beperkt. Gewenst is van tevoren vast te stellen
op welke wijze deze constructie wordt opgezet en wanneer en onder
welke voorwaarden de franchisenemer de aandelen van zijn andere
partners kan overnemen. Interessant is dat de bekende Tante Agaath
aanvullend de helpende hand kan toesteken.
Het is minder ingewikkeld dan het lijkt en in de praktijk eigenlijk
vooral een emotioneel vraagstuk dat er zo weinig gebruik van wordt
gemaakt. Ben ik met meerdere aandeelhouders nog wel de baas? Ben
ik niet aan het werk om de zak van een ander te vullen? Kunnen ze
me ontslaan als het niet goed gaat? Het zijn op zich nuttige en
noodzakelijke vragen die een franchisenemer zich moet stellen, maar
op iedere vraag is een antwoord te geven en de structuur van de
besloten of commanditaire vennootschap is zodanig op te zetten dat
er geen geweld wordt gedaan aan het ondernemerschap. Toch eens iets
om over na te denken en enige creativiteit op los te laten, ook
vanuit franchisegevers.
Alternatieve rol voor franchisegevers
In het algemeen zijn franchisegevers via een "conventioneel"
financieringsarrangement met één of meerdere banken
betrokken bij de kredietverlening aan franchisenemers. In het voorgaande
is al aangegeven dat er bij het vergaren van eigen vermogen voor
de franchisenemer een actieve rol van een franchisegever kan zijn.
Daarbij blijft het niet want een franchisegever kan in nog een ander
opzicht stimulerend werken, namelijk door medewerkers met groeimogelijkheden
te steunen om franchisenemer te worden.
De voorspoedige gang van zaken in de economie zorgt voor recordomzetten
en goede resultaten in detailhandel, horeca en dienstverlening.
Een bijkomend verschijnsel is echter krapte op de arbeidsmarkt en
de franchisewereld ondervindt hiervan een flinke weerslag, want
een goede (franchise) ondernemer is net zo schaars als een goede
werknemer.
Toch zijn niet alle alternatieven om goede franchisenemers te werven
en om het franchisenemerschap aantrekkelijk te maken in praktijk
gebracht. Bijvoorbeeld: in het kader van zogenaamde "employee
benefits programma's" kunnen franchisegevers gunstige regelingen
(laten) ontwerpen om werknemers aan zich te binden. De financiële
aantrekkelijkheid van dergelijke regelingen kan worden verhoogd
als zij een loyale medewerker extra support kunnen geven, op het
moment dat hij of zij in de toekomst franchisenemer wil worden.
Hoewel op zich hiervan geen grote wonderen mogen worden verwacht
gaat het er om een positieve eerste stap te zetten, die kan worden
aangevuld met bijvoorbeeld een achtergestelde lening. Weer een voorbeeld:
voor ieder dienstjaar als werknemer krijgt een franchisenemer een
bepaald bedrag als lening, of een deel van de entreekosten kan worden
kwijtgescholden, of op andere wijze kan de loyaliteit aan de organisatie
worden beloond. Kernpunt is dat je de loyaliteit van goede mensen
als uitgangspunt neemt voor verdere stimulans. Dit hoeft niet persé
een direct te consumeren bonus of winstdeling te zijn, het kan ook
een verder carrièreperspectief zijn als franchisenemer.
Slotbeschouwing
De franchisenemer is een zelfstandig ondernemer en daarmee verantwoordelijk
voor zijn eigen financiering. Op zich is dit een duidelijke zaak,
ware het niet dat een oppassende franchisegever weet dat hij er
belang bij heeft dat hij op dit gebied de nodige begeleiding geeft.
De Nederlandse realiteit is dat kandidaat-franchisenemers over het
algemeen jonge mensen zijn, die niet of nauwelijks zijn toegekomen
aan besparingen om in een eigen zaak te investeren. Voor de financiering
van een franchisenemer komt dan ook het nodige kijken, waarbij de
franchisegever een onmisbare rol speelt. Behalve de bekende en gebaande
paden liggen er echter ook wat minder voor de hand liggende, maar
zeer haalbare, aanvullende mogelijkheden. Die vragen primair om
creativiteit en secundair ook om geld, maar beide mogen niet uitsluitend
aan Tante Agaath worden overgelaten.
Amsterdam, 16 augustus 2000
Jan Bezemer |