Eerder in Franchise+ 4/2000 Terug naar het overzicht
 
Financieringsaspecten voor Franchisenemers

Enige gedachten om dit vraagstuk eens van een andere kant te benaderen

Financiering van startende ondernemers is een dankbaar onderwerp voor verhitte discussies. Geldgevers vinden dat zij het uiterste doen en kredietnemers zijn van mening dat de financiers (voornamelijk banken) best wat meer risico's zouden mogen nemen, zeker bij een franchise. Want wat is hier risico? Het klinkt als een grammofoonplaat met een barst erin, want beide standpunten worden met vuur verdedigd en regelmatig herhaald. Zoals zo vaak zal ook hier de waarheid wel ergens in het midden liggen.

Hoe zit het met de eigen inbreng?
In weerwil van alle discussie staat vast dat er behoorlijk wat franchisenemers door de screening van de banken komen en -veelal met dekking van de franchisegever- hun begeerde krediet krijgen om een bedrijf te starten. Toch valt op dat de inbreng van de eigen middelen bijna altijd op conventionele wijze gebeurt, dat wil zeggen spaargeld en -sinds de hausse op de huizenmarkt- aangevuld met overwaarde in een soms aanwezige eigen woning. Maar naast de conventionele middelen kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken dat enige alternatieven worden vergeten.
Wat te denken van bijvoorbeeld een deelname in het risicodragend vermogen van de franchisenemer door een zakenpartner, familieleden, vrienden en buren? Hiervoor behoeft zeker niet per definitie een besloten vennootschap te worden opgezet, een commanditaire vennootschap kan goede diensten bewijzen. En: er zijn ook franchisegevers die op deze wijze hun goede franchisenemers een steuntje in de rug geven. Bovendien behoeft de participatie niet voor eeuwig te zijn, hij kan in de tijd worden beperkt. Gewenst is van tevoren vast te stellen op welke wijze deze constructie wordt opgezet en wanneer en onder welke voorwaarden de franchisenemer de aandelen van zijn andere partners kan overnemen. Interessant is dat de bekende Tante Agaath aanvullend de helpende hand kan toesteken.
Het is minder ingewikkeld dan het lijkt en in de praktijk eigenlijk vooral een emotioneel vraagstuk dat er zo weinig gebruik van wordt gemaakt. Ben ik met meerdere aandeelhouders nog wel de baas? Ben ik niet aan het werk om de zak van een ander te vullen? Kunnen ze me ontslaan als het niet goed gaat? Het zijn op zich nuttige en noodzakelijke vragen die een franchisenemer zich moet stellen, maar op iedere vraag is een antwoord te geven en de structuur van de besloten of commanditaire vennootschap is zodanig op te zetten dat er geen geweld wordt gedaan aan het ondernemerschap. Toch eens iets om over na te denken en enige creativiteit op los te laten, ook vanuit franchisegevers.

Alternatieve rol voor franchisegevers
In het algemeen zijn franchisegevers via een "conventioneel" financieringsarrangement met één of meerdere banken betrokken bij de kredietverlening aan franchisenemers. In het voorgaande is al aangegeven dat er bij het vergaren van eigen vermogen voor de franchisenemer een actieve rol van een franchisegever kan zijn. Daarbij blijft het niet want een franchisegever kan in nog een ander opzicht stimulerend werken, namelijk door medewerkers met groeimogelijkheden te steunen om franchisenemer te worden.

De voorspoedige gang van zaken in de economie zorgt voor recordomzetten en goede resultaten in detailhandel, horeca en dienstverlening. Een bijkomend verschijnsel is echter krapte op de arbeidsmarkt en de franchisewereld ondervindt hiervan een flinke weerslag, want een goede (franchise) ondernemer is net zo schaars als een goede werknemer.

Toch zijn niet alle alternatieven om goede franchisenemers te werven en om het franchisenemerschap aantrekkelijk te maken in praktijk gebracht. Bijvoorbeeld: in het kader van zogenaamde "employee benefits programma's" kunnen franchisegevers gunstige regelingen (laten) ontwerpen om werknemers aan zich te binden. De financiële aantrekkelijkheid van dergelijke regelingen kan worden verhoogd als zij een loyale medewerker extra support kunnen geven, op het moment dat hij of zij in de toekomst franchisenemer wil worden. Hoewel op zich hiervan geen grote wonderen mogen worden verwacht gaat het er om een positieve eerste stap te zetten, die kan worden aangevuld met bijvoorbeeld een achtergestelde lening. Weer een voorbeeld: voor ieder dienstjaar als werknemer krijgt een franchisenemer een bepaald bedrag als lening, of een deel van de entreekosten kan worden kwijtgescholden, of op andere wijze kan de loyaliteit aan de organisatie worden beloond. Kernpunt is dat je de loyaliteit van goede mensen als uitgangspunt neemt voor verdere stimulans. Dit hoeft niet persé een direct te consumeren bonus of winstdeling te zijn, het kan ook een verder carrièreperspectief zijn als franchisenemer.

Slotbeschouwing
De franchisenemer is een zelfstandig ondernemer en daarmee verantwoordelijk voor zijn eigen financiering. Op zich is dit een duidelijke zaak, ware het niet dat een oppassende franchisegever weet dat hij er belang bij heeft dat hij op dit gebied de nodige begeleiding geeft. De Nederlandse realiteit is dat kandidaat-franchisenemers over het algemeen jonge mensen zijn, die niet of nauwelijks zijn toegekomen aan besparingen om in een eigen zaak te investeren. Voor de financiering van een franchisenemer komt dan ook het nodige kijken, waarbij de franchisegever een onmisbare rol speelt. Behalve de bekende en gebaande paden liggen er echter ook wat minder voor de hand liggende, maar zeer haalbare, aanvullende mogelijkheden. Die vragen primair om creativiteit en secundair ook om geld, maar beide mogen niet uitsluitend aan Tante Agaath worden overgelaten.

Amsterdam, 16 augustus 2000
Jan Bezemer