|
Franchise heeft zich in de afgelopen twee decennia ontwikkeld tot een samenwerkingsvorm, waarin franchisegever en franchisenemers op basis van veronderstelde gelijkwaardigheid met elkaar samenwerken, echter wel binnen de kaders van de gemaakte afspraken, onder meer vastgelegd in de franchiseovereenkomst en het handboek. Die veronderstelde gelijkwaardigheid is ook in de jurisprudentie terug te vinden. In het sociaal verzekeringsrecht is dit begrip onder meer van belang bij de beoordeling of een franchisenemer al dan niet als zelfstandig ondernemer werkzaam is (zie beslissing Centrale Raad van Beroep inzake DOOR Training en de Wasstraat). Ook in het civiel recht is duidelijk geworden, dat de vaak veronderstelde ‘ondergeschikte’ rol van een franchisenemer meer en meer wordt uitgehold. Het ondernemersrisico en dus zijn verantwoordelijkheid voor de eigen onderneming wordt steeds manifester.
De bovengeschetste ontwikkeling is in feite niet verwonderlijk. Door de snelheid van ontwikkeling op ICT-gebied wordt toegang tot allerlei informatie steeds groter. Hierdoor worden mensen steeds mondiger c.q. kritischer en nemen niet alles voor zoete koek aan. De ‘oude’ gedachte van sommige franchisegevers dat zij wel alles zullen bepalen wat goed voor hun franchisenemers is, gaat in deze tijd al lang niet meer op. Keerzijde van de onuitputtelijke toegang tot informatie is, dat er vaak van alles wordt geroepen maar vervolgens niets wordt onderbouwd. In de verhouding franchisegever/franchisenemer kan dat gevaarlijk zijn, want geschillen liggen op de loer.
Wat maakt nu een franchise succesvol? Kernbegrippen als transparantie, meten is weten, professionaliteit en respect voor elkaar hebben zijn natuurlijk niet nieuw maar wel voorwaardenscheppend voor een succesvolle franchise. Een succesvolle franchise kenmerkt zich onder meer door de volgende elementen: |
| a. |
er dienen duidelijke competentieafspraken tussen partijen gemaakt te worden. Zo is de franchisegever verantwoordelijk voor het commerciële beleid en franchisenemers voor hun eigen onderneming. Zij zullen door middel van Benchmarking input vanuit eigen onderneming aan de franchisegever dienen te verstrekken; |
| b. |
franchisenemers dienen vroegtijdig betrokken te worden bij de operationele zaken, zoals marketing en inkoop. Zij dienen als het ware mede ‘verantwoordelijk’ te zijn voor het beleid van de organisatie. De zogenaamde preview en review gedachte zal ertoe leiden, dat partijen beter en meer afgestemd met elkaar samenwerken, waarbij de competentiegrenzen zoals in sub a. weergegeven te allen tijde zullen blijven dienen gelden; |
| c. |
voor alle belangrijke en materiële wijzigingen van de franchiseformule dient door de franchisegever voldoende draagvlak onder de franchisenemers gecreëerd te worden; |
| d. |
het spreekt voor zich dat franchisegever en franchisenemers over de hiervoor genoemde zaken regelmatig met elkaar overleg moeten voeren, dit op basis van feiten. Het overleg middels de franchiseraad dient dan ook goed gestructureerd te zijn en moet plaatsvinden op basis van wederzijds respect en professionaliteit; |
| e. |
franchisenemers dienen zo veel mogelijk met één mond te praten en zullen dientengevolge over het algemeen georganiseerd moeten zijn door middel van lidmaatschap van een franchisenemersvereniging. |
| |
|
|
Voor de franchisegever betekent dit een en ander, dat er geïnvesteerd moet worden in kennis en mensen, met name in personeel dat verstand van de business heeft en beschikt over voldoende sociale vaardigheden. Geschillen ontstaan nog wel eens door verkeerde communicatie. Franchisegevers dienen ook te investeren in franchisenemers die deel uitmaken van de franchiseraad of -commissies. Effectief vergaderen is onontbeerlijk. Het moet immers gaan over hoofdzaken en niet over details. Franchisegevers zouden dus deze franchisenemers een opleiding moeten laten volgen in vergadertechnieken.
Afhankelijk van de professionaliteit van franchisegever en franchisenemers en met inachtneming van de historie van de samenwerking (bijvoorbeeld coöperatieve vereniging of full franchising) zou het zinvol kunnen zijn om met het bestuur van de franchisenemersvereniging afspraken te maken over besluitvorming, waardoor de slagkracht van de organisatie vergroot wordt. Waar nu al sprake is van het verkrijgen van draagvlak voor materiële wijzigingen van de formule, zou het te overwegen zijn om dat proces te formaliseren, waarbij natuurlijk altijd blijft te gelden, dat elke franchisenemer één op één met zijn franchisegever een overeenkomst heeft gesloten. In de praktijk functioneert een dergelijke vorm van besluitvorming al. Mr W.C. Bothof AG advocaten | |