Onlangs is door de rechtbank Utrecht (tussen)vonnis gewezen inzake een juridisch geschil waarbij onder meer een rapport van een uitgevoerd vestigingsplaatsonderzoek (VPO) en de daarop door franchisegever verstrekte prognoses aan de orde zijn gekomen. Franchisegever had aan een deskundig adviesbureau opdracht gegeven een VPO uit te voeren. Uit later uitgevoerd onderzoek is gebleken dat het rapport van het VPO fouten bevat.
Franchisenemer stelde zich onder meer op het standpunt dat franchisegever wanprestatie jegens haar had gepleegd en dat zij door het sluiten van de franchiseovereenkomst schade had geleden. Deze schade zou het gevolg zijn geweest van het toerekenbare tekortschieten door franchisegever in de nakoming van de op haar rustende (precontractuele) verplichting. Zo zou franchisegever ervoor instaan dat de door het adviesbureau verstrekte gegevens juist zijn en dat het VPO deugdelijk tot stand is gekomen en gebaseerd is op juiste uitgangspunten. Daarnaast stelde franchisenemer dat franchisegever is tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht door een rapport te verschaffen met de uitkomsten van een VPO dat berust op ondeugdelijk onderzoek.
De rechtbank heeft bij de beoordeling van de standpunten van partijen verwezen naar het welbekende Lampenier-arrest . In het Lampenier-arrest heeft de Hoge Raad de kaders geschetst op grond waarvan moet worden beoordeeld of een franchisegever, die in de onderhandelingsfase prognoses over omzet en winst verstrekt, aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade van franchisenemer. Toegespitst op het onderhavige geschil komt het Lampenier-arrest erop neer dat franchisegever in het kader van het verschaffen van een door een derde (adviesbureau) in haar opdracht opgesteld rapport met prognoses van de omzet en winst aansprakelijk kan zijn voor de schade van franchisenemer:
- op grond van artikel 6:162 BW: in het geval van een door de franchisegever gepleegde onrechtmatige daad, bestaande uit het verstrekken van een rapport waarvan hij weet dat dit ernstige fouten bevat terwijl de wederpartij niet op die fouten opmerkzaam wordt gemaakt en/of;
- op grond van artikel 6:171 BW: wanneer de derde, die in opdracht van franchisegever een VPO uitvoert, onrechtmatig handelt.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat uit het Lampenier-arrest volgt dat in het onderhavige geschil van een op franchisegever rustende precontractuele zorgplicht als bedoeld door franchisenemer geen sprake is. Tevens zag de rechtbank niet in op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid een door franchisenemer aangevoerde verplichting voor franchisegever meebrengt. Zodoende heeft de rechtbank de vorderingen van franchisenemer tot vergoeding van schade op grond van wanprestatie afgewezen.
Franchisenemer stelde zich tevens op het standpunt dat franchisegever een onrechtmatige daad jegens haar had gepleegd door – kort gezegd – gegevens van het VPO aan haar ter beschikking te stellen, terwijl franchisegever had kunnen weten dat deze gegevens niet op deugdelijk onderzoek berusten. Volgens franchisenemer dient een professionele franchisegever een VPO – in ieder geval op grote lijnen – op juistheid te beoordelen, voordat de uitkomsten daarvan aan een kandidaat-franchisenemer kunnen worden voorgelegd. Ook in dit standpunt van franchisenemer heeft de rechtbank Utrecht zich echter niet kunnen vinden. De rechtbank overwoog dat niet is gesteld of gebleken dat franchisegever wist dat het rapport van het adviesbureau (ernstige) fouten bevatte. Zelfs indien het ook onrechtmatig zou kunnen zijn een rapport te verschaffen waarvan franchisegever behoort te weten dat het ernstige fouten bevat, kon dat volgens de rechtbank franchisenemer in dit geval geen soelaas bieden. Zowel franchisegever als franchisenemer waren het er immers over eens dat het betrokken adviesbureau een deskundige is op het gebied van VPO’s, zodat bij franchisegever geen twijfel hoefde te bestaan over de deugdelijkheid van het rapport en zij niet verplicht was het rapport te toetsen op de juistheid van de gehanteerde uitgangspunten en methodiek. Volgens de rechtbank Utrecht kon niet worden gesteld dat franchisegever had moeten weten dat het rapport (ernstige) fouten bevat.
Derhalve heeft de rechtbank ook de vorderingen van franchisenemer tot vergoeding van schade op grond van onrechtmatige daad afgewezen.
Uit het bovenstaande volgt dat het Lampenier-arrest nog steeds een belangrijke maatstaf biedt voor de beantwoording van de vraag of een franchisegever aansprakelijk is en/of kan worden gehouden voor de door haar verstrekte prognoses in de onderhandelingsfase met franchisenemer.
De rechtbank Utrecht heeft franchisenemer thans opgedragen te bewijzen dat de bij aanvang verstrekte prognoses geen winstgevende exploitatie had kunnen laten zien indien het VPO foutloos zou zijn uitgevoerd.
Mr. G. (Gülay) Kara Advocaat bij AG Hart Advocaten & Adviseurs |