Vooruitblik najaar 2011
Wat de Nederlandse Franchise Vereniging betreft, ook wij zullen er na de vakantieperiode weer vol voor gaan. Gepland zijn vier bijeenkomsten (een workshop voor jonge formules, een bijeenkomst voor de NFV-keurmerkleden, een Masterclass Franchise voor bestellers van de Praktijkgids Franchising en een Themadag). Zie voor de data www.nfv.nl.
Door: Jos Burgers
Ook zijn we druk bezig met het uitgeven van een nieuw boek met de voorlopige titel ‘De weg naar succes’. Ingegaan wordt op de relatie tussen franchisegever en franchisenemer in alle fasen van de samenwerking. De eerste contacten, het sluiten van het franchisecontract, de toepasbaarheid van de Europese Erecode, werving en selectie, de communicatie, de wijze van besluitvorming, de verschillen tussen hard en soft franchise en tenslotte de beëindiging van de relatie. Dit boek wordt een must voor iedereen die nauw betrokken is bij de dagelijkse gang van zaken binnen een franchiseformule.
Uit de oude doos Bijzonder verheugd was ik toen ik van Kees Bothof de ‘kleine franchise gids’ ontving, een gids uit 1974, geschreven door zijn oud-kantoorgenoot mr G.G. Abeln. Uit nieuwsgierigheid naar de begintijd van franchise in Nederland heb ik het snel gelezen, waarbij duidelijk werd dat franchise als samenwerkingsvorm tussen zelfstandige ondernemers behoorlijk is geëvolueerd. Uit de begintijd van franchise zijn er namelijk, helaas, niet zoveel geschreven bronnen, zodat een vergelijking met vroeger lastig te maken is. Een aantal zaken is mij opgevallen en die wil ik u niet onthouden.
Hoewel ook in de jaren zeventig werd uitgegaan van het zelfstandig ondernemerschap van de franchisenemer, was dat in die tijd toch nog geen uitgemaakte zaak. Omdat franchise nu eenmaal een zekere gebondenheid met zich meebrengt (dit ter bevordering van de uniforme uitstraling en voorkoming van verwatering van het imago van de formule) kan de in het franchisecontract geregelde partijverhouding een zodanige mate van ondergeschiktheid van de franchisenemer tegenover de franchisegever met zich meebrengen, dat die franchisenemer onder het systeem van de sociale verzekeringswetgeving zou kunnen vallen, zo merkt Abeln zeer treffend op. Er ontbrandde een hevige discussie met de toenmalige bedrijfsverenigingen (in verband met de sociale verzekeringswetten) en de Belastingdienst (in verband met de al dan niet verschuldigdheid van loonbelasting). Menig procedure is gevoerd, echter deze zijn glansrijk gewonnen door het franchisekamp (de Nederlandse Franchise Vereniging en de bij haar aangesloten advocaten). Niettemin had het dubbeltje de andere kant kunnen oprollen en dan zou franchiseland er waarschijnlijk heel anders hebben uitgezien en zou franchise als systeem wellicht een zachte dood zijn gestorven.
Ook viel mij op dat verticale prijsbinding, het voorschrijven van vaste prijzen dus, in die jaren in een aantal gevallen geoorloofd was. De regels van de EU (toen nog EEG geheten) waren weliswaar op papier wat strenger, maar de facto verschilden de systemen niet zoveel van elkaar. In de jaren tachtig kwam daar verandering in doordat de EU verticale prijsbinding uitdrukkelijk verbood in de opeenvolgende groepsvrijstellingsverordeningen. Het verbod op het voorschrijven van vaste prijzen is een hardcore restrictie geworden. Overtreding van dat gebod heeft nietigheid van het gehele franchisecontract tot gevolg. Dus let op uw saeck!!
Wat de relatie franchise en coöperatieve vereniging betreft is er niet veel veranderd. Abeln merkte al in 1974 op dat hem gevallen bekend waren waarin de franchisenemers leden waren van een coöperatie, waarbij die coöperatie als franchisegever optrad. Doorgaans was de franchiseverhouding dan geregeld in het reglement van die coöperatie. En dat komt ook nu nog voor, denk hierbij aan formules als DA, C1000, Primera en GasNed.
Met veel plezier heb ik het boek gelezen. Veel onzekerheden die er toen bestonden zijn veranderd in vaste gebruiken en patronen. Franchise is volwassen geworden.
+ |