Het modehart van Marjo de Groot
Voor Marjo de Groot was het al vanaf haar kinderjaren duidelijk dat haar toekomst in de mode lag. Nu zij het franchise-pad inslaat, staat zij met haar modeketen Opaal voor nieuwe uitdagingen.
Door: Hans Veltmeijer
Er was voor Marjo de Groot geen andere optie dan de damesmode: “Als kind tekende ik al dametjes met kleding aan, het waren altijd modepopjes.” Haar creatieve en commerciële interesses verenigden zich al tijdens haar opleiding op de detailhandelschool. De vrije zaterdagen werkte zij in modezaken. “Ik kreeg steeds meer het beeld dat mode echt mijn ding was.” Zij werd na haar schooltijd de jongste filiaalleidster van Foxy Fashion. Toen zij binnen het moederbedrijf promotie maakte liep zij een beetje vast. “Het werd minder modisch en ik kreeg zelf nauwelijks meer creatieve invloed. Dan komt de droom om voor jezelf te beginnen dichtbij.”
Ze zag een piepklein pandje dat vrij stond in Vught. Aangespoord door haar echtgenoot Herman huurde ze dat. Zij besloot het assortiment in de twintig vierkante meter winkelruimte te beperken tot knitwear en sieraden. De formule sloeg aan en toen er een groter pand om de hoek vrij kwam, aarzelde ze geen moment. Ze groeide door en begon ook lingerie te verkopen. “Om de drempel verder te verlagen zodat we de Vughtenaren die inkopen deden in Den Bosch nu in Vught zouden houden.” Door ruimtegebrek besloot ze de lingerie af te stoten. Haar hart lag toch echt bij de mode. Vanaf 1995 kreeg Opaal een nieuwe impuls toen haar man de zaak actief kwam versterken. Een jaar later openden zij al twee filialen. “Maar het blijkt toch moeilijk wanneer de eigenaar niet zelf in de zaak staat”, merkte Marjo. “Daarom willen wij nu ook op franchisebasis groeien.” Ze verkochten een winkel en de andere - in Valkenswaard - werd vier jaar geleden de eerste franchisevestiging. Een medewerkster die helemaal op één lijn lag met Marjo is nu de franchisenemer. Nu zijn zij ervan overtuigd dat franchise dé strategie is om buiten de eigen regio uit te breiden. “Vooral omdat wij klanten uit het hele land krijgen. Want dit soort winkels met een weloverwogen mix aan merken zie je weinig meer, terwijl er kennelijk veel behoefte is aan ons type bedieningszaak. In deze tijd van crisis hebben beide winkels de beste omzetten ooit gerealiseerd. Dat zegt toch wat.”
Ze hebben al de nodige aanvragen ontvangen van geïnteresseerden. Bij een aantal had zij direct het gevoel: ‘nee, dit wordt het zeker niet’. “Wij hebben geen kant-en-klare brokken. Je moet echt een passie hebben voor mode om te kunnen presenteren en verkopen. Als je dat hebt, is het heel eenvoudig.” De rolverdeling binnen Opaal is duidelijk: zij bemoeit zich niet met financiën en personeelszaken, hij blijft verre van de creatieve inhoud. “Maar we bespreken wel altijd de veranderingen qua inkoop. Hij houdt daarbij de budgetten goed in de gaten. Ik zie allemaal leuke dingen maar met honderd vierkante meter vloeroppervlak kun je niet voor tweehonderd vierkante meter inkopen.” Ook merkt zij dat hij ‘na vijftien jaar in de mode een goed inzicht krijgt’. “Ik kijk altijd naar de modische aspecten. Herman let op de technische dingen.” Ze nemen er de tijd voor om direct in de roos te schieten met een nieuwe vestiging. “Een winkel is heel snel geopend, maar wij willen wel zeker weten dat het klikt met de franchisenemer en er een win-winsituatie ontstaat.”
+ |