Franchise in Leiden (2)
Franchise+ gaat op pad in een stad en laat ondernemers aan het woord over hun winkel, hun formule en over hun stad. Door verschillende ondernemers uit verschillende branches naar hun visie te vragen, ontstaat een momentopname van zaken doen in een specifieke stad. Deze keer waren we in het historische Leiden. Deel 2: de kansen.
Door: Pras Weijers
In deel 1 kwamen vooral de problemen aan bod voor de Leidse binnenstad, deze keer aandacht voor de kansen. Joost Bleijie van Centrummanagement Leiden, een stichting waarin instellingen, organisaties en ondernemers zitting hebben: “Wij hebben hier een goed ontwikkeld detailhandelsklimaat, zeker als je dat vergelijkt met andere steden. Faillissement en leegstand spelen wel een rol maar niet een heel grote.
De Leidenaren zelf waarderen de binnenstad en het winkelaanbod. Daar mag nog wel meer balans in komen. We hebben een goed ontwikkeld zwerfsegment in de vorm van kleine, leuke winkeltjes in de aanloopstraten naar het kernwinkelgebied. En we hebben ook een vrij goed ontwikkeld middensegment, in de vorm van bijvoorbeeld V&D, HEMA en Hennes & Mauritz. Wat we missen is een goed ontwikkeld topsegment dat veel traffic genereert zoals de Bijenkorf, Sting of Zara. Dit soort ondernemingen komt pas als de bereikbaarheid op orde is maar wat ook meespeelt is dat deze bedrijven een bepaald vloeroppervlak nodig hebben van zo’n 1.200 m2 en meer. Dergelijke panden hebben we niet in Leiden. Gelukkig komt daar verandering in. We zijn bezig met een groot binnenstedelijk vernieuwingsproject, de Aalmarkt. Hierin komt een aantal units waar bedrijven als Zara en Sting zich wel kunnen vestigen.”
De herontwikkeling van het Aalmarktgebied moet ook een ‘rondje’ creëren, zodat winkelende bezoekers een logische route via de Haarlemmerstraat en de Breestraat kunnen lopen. Daarvoor wordt de Waaghoofdbrug verlegd. Voorzien is een uitbreiding van het winkelvloeroppervlak met circa 8.000 m2, voornamelijk gericht op mode. Die meters komen bovenop de 87.600 m2 WVO die het centrum al telt. Boven de winkelpanden worden appartementen gerealiseerd.
Ondernemers in Leiden betalen gezamenlijk mee aan de seizoensaankleding van hun stad. Alle eigenaren van niet-woningen betalen 5,3 procent over de WOZ-waarde van hun pand. Dit geld zit in het ondernemersfonds. Van daaruit worden collectieve activiteiten als de feestverlichting en de intocht van Sinterklaas betaald. “Voordeel: niemand hoeft nog met de pet langs en je hebt geen free riders”, zegt Joost. Leiden scoort goed op veiligheid in vergelijking met andere steden, al heeft ook hier de overvaltrend toegeslagen. “We zitten qua onveiligheid onder de middenmoot”, zegt Joost Bleijie. “Dat komt omdat het politiekorps Hollands Midden ervoor koos om een agent specifiek vrij te maken, de wijkagent Horeca en Ondernemers. Daar zijn we heel erg blij mee. Die man kent de ondernemers bij naam en kent in het uitgaanscircuit ook de uitsmijters bij naam. Dat communiceert heel gemakkelijk. Hij signaleert in een vroegtijdig stadium al problemen en kan die ook de kop indrukken.”
Rembrandt van Rijn In het laatste koopstromenonderzoek (uit 2005) staat Leiden nog in de top 3 als het gaat om Zuid-Hollandse winkelkernen. Het moest toen Rotterdam en Den Haag voor laten gaan. In dit onderzoek komen het koopgedrag van de consument en de aantrekkelijkheid van winkelgebieden naar voren. “Wij kijken reikhalzend uit naar het nieuwe koopstromenonderzoek”, zegt Joost. “Dat komt dit voorjaar. We vrezen wel een beetje dat we uit de top 3 en misschien wel uit de top 10 vallen. Dat heeft alles te maken met het feit dat plaatsen als Zoetermeer, Leidschenhage, Alphen aan de Rijn en Dordrecht het heel erg goed doen. Ze zijn beter bereikbaar en hebben meer parkeerplekken. Minder sfeer ook misschien maar de consument kiest blijkbaar voor gemak en comfort en niet om in de voetsporen van Rembrandt van Rijn te shoppen. Tegelijk is de historische sfeer onze belangrijkste trekker. Op Amsterdam na heeft Leiden de grootste historische binnenstad van Nederland, met een grote monumentendichtheid. Daar zou iedere stad zijn vingers bij aflikken. Daarnaast zijn we een universiteitsstad en studenten maken sfeer. We zijn een gezellige stad, Leienaren zijn gezellige mensen. En we hebben een leuk winkelaanbod, dus ik ben wel degelijk heel optimistisch voor Leiden.”
Franchisenemers aan het woord:
“Je kunt ondernemers niet dwingen om dingen teveranderen waar gewoon geen geld voor is” “Wij zijn sterk afhankelijk van de bereikbaarheid van de binnenstad”, zegt Edward van Reenen. Hij is al acht jaar franchisenemer van de mannenmodezaak Setpoint in de Donkersteeg - een van de leuke zijstraatjes van de Haarlemmerstraat - en bestuurslid van Centrummanagement Leiden. “En daarin loopt Leiden echt achter. Ik zit in het midden- tot hoogsegment en een groot deel van mijn klanten woont in de omringende gemeenten als Oegstgeest, Warmond, Katwijk en Leiderdorp. Die komen graag met de auto. Goede bewegwijzering en parkeermogelijkheden ontbreken echter.
Als je hier kleding komt ophalen die door de kleermaker vermaakt is, is dat een heel gedoe. Als ik kijk naar mijn bedrijfsresultaten dan zit ik aan de top binnen onze organisatie. Maar mijn bezoekersaantallen blijven achter. Als je dan én de crisis én het ontbreken van goede voorwaarden in de stad Leiden tegen hebt, heb je de wind dubbel tegen. Dat heeft geresulteerd in een flinke omzetdaling de laatste tweeënhalf jaar. Soms denk je dat er goede plannen liggen maar dan komt er weer een ander college en beginnen we weer van voren af aan. Dat heeft tot grote frustraties onder de ondernemers geleid. En er is ook flink wat leegstand op het ogenblik.”
Over de veiligheid is hij redelijk tevreden. “Er zijn een paar gewapende overvallen geweest hier in de buurt maar dat waren toch incidenten. Ik heb niet een gevoel van onveiligheid. Onze wijkagent is een prima vent, die altijd meteen voor je klaarstaat. Alle lof die kant op. De gemeente zou wel iets meer kunnen handhaven op de mensen die door de steeg fietsen of op brommertjes met 30 tot 40 kilometer per uur door de steeg scheuren terwijl er winkelende mensen lopen. Ze handhaven wel op de reclame-uitingen. Dat vind ik aan de ene kant wel goed maar aan de andere kant slaan ze daar ook wel in door. Zo moet mijn stalen rolluik volgend jaar vervangen worden door een zeventig procent transparant rolluik. Ik vind het een goed streven om je stad naar een hoger niveau te tillen maar je kunt bestaande ondernemers niet dwingen om dingen te veranderen waar gewoon geen geld voor is.”
Hij is groot voorstander van het Programma Binnenstad. “Als de mensen eenmaal binnen zijn is het fijn dat ze met open armen worden ontvangen en een aantrekkelijke binnenstad aantreffen. Wij hebben vanuit Setpoint regiomeetings waarbij collega-franchisenemers bij elkaar op bezoek komen. Onlangs zijn ze bij mij geweest. Ze gaven de bereikbaarheid een zware onvoldoende, ondanks een navigatiesysteem is het heel moeilijk je weg te vinden in Leiden. Maar eenmaal aangekomen vonden ze het een geweldig leuke, gezellige stad. Kennelijk zijn we niet goed in staat dat te vermarkten in de regio. Eigenlijk zijn alle factoren aanwezig maar dat laatste zetje ontbreekt nog. En dat is al jaren zo. Dan vind ik: gemeente, als je zelf je taken niet goed opneemt, kun je ook niet van een ondernemer vragen 20.000 euro voor een nieuw rolluik uit te geven in crisistijd."
"We zien de wijkagent regelmatig" Linda Keijzer is assistent-bedrijfsleider van Etos aan de Haarlemmerstraat, de eerste winkelstraat waar je vanaf het station in terechtkomt. Linda is goed te spreken over de sfeer en het evenementenprogramma in de binnenstad. “Ze organiseren hier heel veel. Dat levert een hoop drukte op. Van de zomer hadden we bijvoorbeeld een braderie en toen hadden we echt meer klanten.” Groot probleem is de parkeergelegenheid, vindt ze. “Wij hebben hier een heel mooie locatie maar we denken dat we echt minder klanten krijgen dankzij de slechte bereikbaarheid.”
Linda werkt al zes jaar in de Haarlemmerstraat en heeft nog nooit een bedreigende situatie meegemaakt (“even afkloppen”, zegt ze lachend). Toen ze echter op een informatieavond van de politie hoorde dat het aantal overvallen in de Haarlemmerstraat toenam, kreeg ze toch wel een onveilig gevoel. “Maar we zien de wijkagent regelmatig. Hij komt ons ook waarschuwen als ons stoepbord weer naar het midden van het pad is gerold. Dat mag van de gemeente alleen pal tegen je pui aanstaan. Dat is wel jammer. Waar wij ook van balen, is dat onze vlaggen weg moesten. We hebben een grote Perry naast ons en we vallen nauwelijks op in de straat.” Linda doelt op de pilot handhaving, waarin de gemeente de touwtjes weer strak aanhaalt als het gaat om reclame-uitingen.
"Op zaterdag zijn wij de fietsenstalling van de straat" Via de Donkersteeg en de Aalmarkt komen we terecht in de Breestraat, de straat die via het Aalmarkt-project beter verbonden moet worden met de Haarlemmerstraat zodat een winkelrondje’ ontstaat. Hier is een van de oudste winkels van Hunkemöller gevestigd, waarschijnlijk zo’n negentig jaar oud. Leuk detail in het licht van het 125-jarig jubileum van de winkelformule. We treffen er Emmy Schenk, filiaalmanager van de Breestraatvestiging en van de vestiging in de vlakbij gelegen V&D.
Emmy knipt alle artikelen in de regiobladen uit die gaan over het ondernemen in de Leidse Binnenstad. “Ik hou alles bij voor mijn regiomanager”, zegt ze. Ze is zeer te spreken over de aantrekkelijkheid van het centrum: “Het leuke is de combinatie van een oude stad met een leuk winkelaanbod. Vooral de kleine winkeltjes doen de stad herleven. Daar zijn er helaas wel te weinig van. Het is hier een dure straat en er is veel onzekerheid over de RijnGouweLijn. Eerst was de vraag: komt die er nu wel of niet? Nu is de vraag: komt die nu wel of niet straks hier door de straat? Er wordt hier veel gepraat en weinig gedaan. Die onzekerheid doet veel ondernemers de das om. Zelfs Oerlemans hier verderop - een begrip in Leiden - gaat dicht. De Intersport ging dicht, de Schlecker, de Italiaanse modezaak, de Manfield… noem maar op. Er staat nu veel leeg en de bezoekersaantallen lopen terug. Er moet echt iets gebeuren aan de bereikbaarheid. Ideaal zijn de bussen hier in de straat en je komt hier gemakkelijk per fiets, maar per auto zijn we nauwelijks bereikbaar. Als we nu meer pendelbusjes en ook boten inzetten en daar meer bekendheid aan geven, komen we een heel eind. Of bouw de oude meelfabriek die al jaren leeg staat om tot parkeerruimte.” ‘s Avonds loopt de Breestraat leeg en dat geeft een unheimisch gevoel, vertelt Emmy. “Dan zouden we eigenlijk de winkel wel eerder dicht willen doen. Gelukkig is de politie hier heel snel. Laatst hadden we een indringer aan de achterkant en daar gingen ze meteen op de fiets achteraan. Daar krijg je dan een verslag van, dat is hier heel goed geregeld.”
Emmy heeft ook bij de vestiging van Hunkemöller aan de Haarlemmerstraat gewerkt en ziet een groot verschil in klandizie: “Het is daar een totaal ander publiek. Jong, snel, een beetje ‘graai-snaai-publiek’. Hier komt de klant die rust en aandacht wil. Het bonbedrag en de conversie zijn hier dan ook een stuk hoger. Wij onderscheiden ons met onze adviesfunctie. Daar hebben we hier ook tijd voor.” De doorloop van de Haarlemmerstraat naar de Breestraat laat te wensen over, vindt Emmy, en het Aalmarkt-project zal daar volgens haar niet echt verbetering in brengen. “Eerst moet de Breestraat aangepakt en aantrekkelijk gemaakt worden. We hebben hier het oude postkantoor, laten ze daar eens iets mee doen. Ruimte zat.”
Ze staat achter het plan van de gemeente om streng te handhaven op de reclame-uitingen. Maar op zaterdag zijn wij hier de fietsenstalling van de straat. Ze staan rijen dik voor de winkel. Waarom bouwen ze geen goede fietsenstalling? Die is er nota bene al, onder de V&D. Laatst stond hier zelfs een auto op de stoep. Daar wordt niet voor bekeurd. Daarnaast is opvallen voor een winkel ook van levensbelang. Je moet toch die consument erop attent maken dat je er bent. Daar heeft de gemeente onvoldoende aandacht voor.”
+
|