Tafellaken en servet
Zomaar wat nieuws bij het begin van 2011. “Reesink vindt fusiepartner voor uitbaten bouwmarkten; impuls voor kleine Fixet-keten” en “einde franchisehouder (nb van Videoland) in zicht”. Kortom: de 116 Videoland en de 115 Fixet franchisevestigingen zijn gezamenlijk onder hun formule niet goed genoeg om het te kunnen redden. Uiteraard spelen bij Videoland de dramatische veranderingen in de markt de belangrijkste rol in het eerdere faillissement. De problemen zijn na de overname echter alles behalve opgelost is de opinie. Vandaar een zorgwekkende toekomstverwachting. De Reesink organisatie acht de Fixet franchise te klein van omvang om op termijn stand te kunnen houden in de concurrentiestrijd. Door bundeling met een conculega ontstaat nu een club van 450 winkels die wel geacht wordt continuďteit te kunnen leveren. Qua aantal komt men dan in de top drie van de Nederlandse doe-het-zelfmarkt.
De ondertoon is wel duidelijk. Een oorspronkelijk succesvolle formule moet alle zeilen bijzetten om de markt te kunnen volgen. De markt te kunnen volgen betekent in dit geval zowel in kwalitatieve (tijdige formuleaanpassing) als kwantitatieve (groei marktaandeel) zin. Een hele opgave die voor een aantal franchisegevers te zwaar blijkt. Want deze twee - toch niet zo heel kleine franchisegevers - zijn beslist niet de enige die rode lampen hebben zien branden. T for Telecom verdween (140 vestigingen), Villa Happ ging weer onderuit, Lampenier moest beschutting zoeken bij Euretco, Supervlaai werd overgenomen, zomaar wat andere nieuwsitems. Diverse kleinere clubs zijn met stille trom vertrokken. Dit heeft niet alleen tot kapitaalvernietiging geleid maar vergroot ook de druk op de andere franchisegevers. Van de ruim 650 formules die in Nederland op zoek zijn naar franchisenemers hebben er veel problemen om groei te realiseren. Want kandidaat-franchisenemers zullen kritischer worden en meer en harder bewijsmateriaal vragen over het werkelijke succes van een formule. Weer veel werk aan de winkel dus en 2011 zal zeker geen jaar zijn van rustig achterover zitten. De thema’s van vorig jaar in de sfeer van omzet, brutowinst en kosten blijven onverminderd van kracht. We hopen dat de serie artikelen over benchmarking franchisegevers en -nemers op nieuwe ideeën brengt. Want dit is een onderwerp met hoge urgentie, zoveel is wel duidelijk geworden. Lang niet alle franchiseketens weten er goed raad mee. Wie op het gebied van bedrijfseconomische begeleiding echt een achterstand heeft dient mijns inziens toch wat zweet in de handen te krijgen. Hoe kun je als franchisenemer een bedrijf besturen als je nauwelijks weet welke prestaties worden geleverd en aan welke knoppen je moet draaien om resultaten te verbeteren?
Er zijn al enkele franchisegevers die hebben geconcludeerd dat de begeleiding van franchisenemers gesplitst moet worden. Aan de ene kant frequente operationele controle en begeleiding en aan de andere kant minder frequente maar gespecialiseerde begeleiding op het gebied van financieel management en ondernemingsplanning. Een stap die grotere franchisegevers zich kunnen veroorloven en waarmee ze zich onderscheiden. Waarmee we toch weer in het dilemma van tafellaken en servet komen. Kleinere franchisegevers zullen het moeilijker krijgen. Uitvallers zijn niet te vermijden. En dat is nadelig voor iedereen. Teveel falende kleine franchisegevers is niet goed voor het imago van de franchisewereld.
Jan C. Bezemer, hoofdredacteur |