Franchise in Leiden (1)
Franchise+ gaat op pad in een stad en laat franchisenemers aan het woord. Over hun winkel, hun formule en over hun stad. Door verschillende franchisenemers uit verschillende branches naar hun visie te vragen, ontstaat een momentopname van zaken doen in een specifieke stad. Deze keer waren we in het historische Leiden. Deel 1: de bereikbaarheid.
Door: Pras Weijers
Het centrum van Leiden heeft een hoop mee als winkelgebied: de historische omgeving zorgt voor een gezellige en warme sfeer, de vele kleine nichewinkeltjes in de zijsteegjes van de grote winkelstraten bieden een gevarieerd winkelaanbod en op het gebied van veiligheid scoort de stad goed in vergelijking met andere grote steden. Leiden heeft echter ook te kampen met een aantal problemen, die - volgens de geïnterviewde franchisenemers - al jaren spelen en waarvoor de stad maar geen knopen durft door te hakken, zo vinden ze.
Grootste probleem: de bereikbaarheid. Er is een structureel tekort aan parkeerplaatsen in en nabij het centrum - zo’n 3.700 op piekmomenten - en ook via het openbaar vervoer behoeft de bereikbaarheid verbetering. Plannen voor parkeergarages zijn steeds op de lange baan geschoven. Er wordt gewerkt aan een structurele oplossing aan de Garenmarkt en de Lammermarkt maar daar kunnen bezoekers de eerste jaren hun auto nog niet kwijt. Voor wie ondanks de huidige parkeercapaciteit toch met de auto wil komen, zijn er gratis pendelbusjes vanaf onder andere de parkeergelegenheid aan de Haagweg. Het lijkt erop dat het plan voor een tijdelijke oplossing, de parkeergarage bij de Morspoort, na een lange discussie nu toch doorgang vindt: de gemeenteraad besloot op 2 december 2010 met een nipte meerderheid dat de parkeergarage er mag komen. Hiermee komen er zo’n 370 betaald parkeerplaatsen bij.
Joost Bleijie van Centrummanagement Leiden, een stichting waarin instellingen, organisaties en ondernemers zitting hebben: “Wij grossieren in Leiden in het maken van prachtige plannen maar als puntje bij paaltje komt, wordt heel veel weer afgezwakt. Jaren praten en draagvlak creëren worden daarbij weer tenietgedaan. Neem de RijnGouwelijn, de openbaarvervoersverbinding die van Gouda via de binnenstad van Leiden naar de kust gaat lopen. Daar wordt al ruim tien jaar over gesproken en het beleid daarop is de afgelopen jaren diverse malen gewijzigd.” Het verzet tegen de lijn, die de binnenstad van Leiden moet ontsluiten, is inmiddels gestaakt. De gemeenteraad besloot op 11 november 2010 dat de lijn er gaat komen en laat Milieu Effect Rapportages opstellen voor drie tracés. Leiden, dat zelf 117.000 inwoners telt, krijgt daarmee een toegankelijker centrum voor een groot aantal inwoners uit het regiogebied.
Nieuwe impuls Met de trein is de stad al wel goed bereikbaar. Het is een kleine tien minuten lopen van het Centraal Station naar het centrum. Het is overigens geen wandelroute waar de Leidense historie meteen voelbaar is. Weinig aansprekende ondernemingen - frisse uitzondering: Eazie aan de Stationsweg - en saaie gebouwen bepalen de sfeer. “Wie met de trein komt, treft een stationsgebied met DDR-allure”, vindt Joost Bleijie, die vanuit zijn kantoor uitkijkt op het Stationsplein. “Winkelstraten als de Haarlemmerstraat en de Breestraat zijn prima bereikbaar vanaf het station maar gezellig is anders. Je treft er vooral avondwinkels en shoarmatenten. Als ik uit het raam kijk, zie ik een gebouw dat in Rostock niet zou misstaan. Maar er liggen ook kansen. Onze entree heeft veel potentie. De gemeente heeft het Leiden Centraal Project in het leven geroepen om daar iets aan te doen. Ik ben daar heel blij mee omdat het project dit wat verpauperde gebied een grote impuls kan geven”, aldus Joost. Dit project is een meerjarig plan dat het stationsgebied in de binnenstad moet omtoveren tot onder meer een aanlokkelijke toegang tot de stad.
Ook het Programma Binnenstad moet bijdragen aan een grotere aantrekkelijkheid van de stad. Hiervoor ging de gemeenteraad onder andere ter inspiratie naar Maastricht. Joost: “Steden als Arnhem, Maastricht en Rotterdam kozen jaren geleden duidelijk voor een bepaalde richting en realiseerden zich dat je bij stadsvernieuwing een lange adem moet hebben. Het Programma Binnenstad bevat verschillende structuurvisies om de binnenstad een nieuwe impuls te geven. Dat plan is drie jaar geleden tot stand gekomen en het lijkt erop dat het zijn vruchten gaat afwerpen.”

In onze volgende editie deel 2: de kansen.
“Het moet voor een ondernemer leuk zijn om hier een winkel te hebben” Bennie Vlasblom is samen met zijn vrouw Renate al bijna negen jaar franchisenemer van Oil & Vinegar in de Haarlemmerstraat. “Dit is dé winkelstraat van Leiden”, zegt hij. “Het is hier heel erg leuk. Er is behoorlijk wat loop, zeker in vergelijking met de Breestraat. En veel Leidenaren zijn met eten en drinken bezig, we hebben klanten in alle lagen van de bevolking. In de zomer pakken we ook wel wat mee van de toeristen, vooral bij kwakkelweer trekken we dagjesmensen uit de regio. Een tijd geleden hadden we hier in januari het ijssculpturenfestival en dat geeft echt traffic in de stad. Maar dat zou allemaal wel wat meer mogen.”
Bennie noemt het probleem van de bereikbaarheid en wijt dat mede aan de onbekendheid van het publiek met de mogelijkheid van de pendelbusjes. “Aan de Haagweg is voldoende parkeergelegenheid en die pendelbusjes rijden af en aan en stoppen overal, dus je hoeft niet ver te sjouwen met je spullen. Toch klagen mensen bij mij in de winkel daar wel over. En dan blijkt dat ze van het bestaan van de busjes helemaal niets afweten. Of ze weten niet dat het gratis is.” Van Bennie mag de gemeente de ondernemers wel wat meer laten ondernemen. “De gemeente bepaalt steeds meer hoe je winkel eruit mag zien, of je wel of geen sticker op je raam mag en dat soort dingen. Nu zijn ze weer heel erg streng aan het controleren op de stoepborden. Dan denk ik: ‘Waar zijn we mee bezig?’ Dit is een winkelstraat en klanten zijn gewend dat er dingen op straat staan waar je een winkel aan kan herkennen. Wat dan weer wel mag, is bijvoorbeeld een vitrinekast waar ik wat potjes in zou zetten. Daar is een heel boekwerk voor gemaakt met - ik geloof - wel veertig pagina’s! Bijna lachwekkend. Dat geeft een gevoel dat je wordt gedwarsboomd in plaats van dat de gemeente met je meedenkt. Het moet voor een klant leuk zijn om hier te winkelen en het moet voor een ondernemer leuk zijn om hier een winkel te hebben.” Veel kleine zelfstandige winkels redden het niet in de stad, merkt hij. “Daar zit veel verloop in, dat is jammer. Er is gewoon te weinig klandizie. Wij merken het ook maar wij redden het nog wel. De klantenaantallen dalen maar de koopbereidheid neemt toe, dus wij houden onze omzet redelijk stabiel.”
Bennie en Renate zijn tot nu toe gespaard gebleven voor de overvalgolf die onlangs door de binnenstad trok maar die heeft hun wel alert gemaakt. “We hebben met het team daarom ook een veiligheidstraining gedaan en we praten er regelmatig over met elkaar. De politie reageert er overigens heel goed op. Een paar jaar geleden zijn ze begonnen met politie te paard op koopavonden, dat geeft een gevoel van veiligheid en van rust in de straat. Er zijn minder hangjongeren, groepjes worden - niet op een dreigende manier - snel verdreven. Ook is het prettig dat we een direct telefoonnummer hebben van onze wijkagent. Die pakt dingen meteen heel serieus op!”
“Laat ze nou die parkeergarage eens bouwen!” Walter van der Geest werkt al sinds 2003 bij de Jamin-vestiging in de Haarlemmerstraat, sinds 2006 als franchisenemer. Hij is blij met de prachtige historische uitstraling van de stad. “Je hebt hier geen gekke moderne winkelcentra. Het zijn allemaal mooie, oude straatjes en steegjes, kroegjes en winkeltjes. Dat trekt mij in deze stad, ik vind dat supergezellig. Maar ik zie de laatste jaren wel beduidend minder passanten waar wij het voor een groot deel van moeten hebben. Ook de toeristenaantallen lopen terug. En we hebben hier natuurlijk een parkeerprobleem. Daar zijn we geloof ik al twintig jaar mee bezig. We worden hard ingehaald door regiocentra als Leidschenhage, waar mensen makkelijker kunnen parkeren. We moeten niet meer denken dat de historische uitstraling van Leiden genoeg is. Voor de winkeliers in de binnenstad is die gedachte funest.” Het evenementenprogramma in Leiden kan hem matig bekoren. “Het programma Winter in Leiden was leuk en het trekt ook wel mensen naar de stad. Het zomerprogramma vond ik minder interessant. Het is gericht op jazz, musea, Rembrandt en daar merk ik als ondernemer weinig van. Het heeft een beetje zijn langste tijd gehad, vind ik. Er zijn wel mensen die proberen een wat modernere invulling te geven aan de programma’s, zoals een naaldhakkenrace of een Ladies Day. Ik denk dat we daar wel wat meer mee zouden moeten doen.” Het onderwerp veiligheid roept een dubbele reactie op: Walter had vorig jaar een overval in de winkel. “Maar we hebben hier een topwijkagent, een man die altijd voor de mensen klaarstaat. Ik merk ook echt verbetering. De politie zit heel kort op overlastgevers, ik ben daar heel positief over.”
Minder te spreken is hij over de Pilot Handhaving. “Belachelijk!”, vindt hij. “Een aantal jaar geleden hebben we met elkaar afspraken gemaakt en daar is geen dag handhaving op geweest. En nu komt er ineens iemand op hoge poten bij je binnenvallen die zegt dat je stoepbord naar binnen moet, anders krijg je een bekeuring. Terwijl ik jaren moet wachten op mijn vergunningen en iedereen klachten heeft over bijvoorbeeld de gratis samples die hier worden uitgedeeld en waar helemaal niets tegen gedaan wordt. Ik snap wel dat we met elkaar het straatbeeld moeten bewaken maar op deze manier werkt dat niet. Daar is totaal geen overleg in.” Hij vindt sowieso dat de ondernemers te weinig betrokken worden bij de gemeentelijke besluitvorming en ervaart de gemeente niet echt als een betrouwbare partner van ondernemers. “Laat ze nou gewoon eens wat doen. Laat ze nou die parkeergarage eens bouwen!”, aldus Walter.
“Als kleine ondernemer is het belangrijk om je eigen koers te varen” M.a.f. ofwel Madelon Artnail Fashion zit in een van de gezellige kleine steegjes aan de Breestraat, de Pieterskerk-Choorsteeg. Madelon Braaksma begon hier twintig jaar geleden haar salon voor kunstnagels en drijft inmiddels tevens een winkel met een eigenwijze, ‘anders-dan-anders’-collectie aan schoenen, laarzen, slippers, sieraden en kleding. “Mensen vinden het leuk om naar Leiden te komen vanwege het gevarieerde winkelaanbod en omdat ze hier niet alleen van die grote jongens aantreffen. Het ontbreken daarvan kan overigens ook wel eens een teleurstelling zijn”, zegt ze. “De eigenlijke Leidenaren lopen meer op de Haarlemmerstraat. Op de Breestraat komen meer mensen van buiten. Die komen doelbewust op het eigene van het Pieter-kwartier af.”
Samen met andere kleine zelfstandige winkeliers, neemt ze initiatieven om mensen te trekken. Zo produceren ze een gezamenlijke folder waarin het specifieke en bijzondere aanbod wordt gepresenteerd. In de afgelopen twintig jaar is ze erin geslaagd om de verwachting van de bezoekers waar te maken door verrassend in te kopen. “Ook wel bekende merken maar dan een collectie daarvan die je niet overal ziet. Als kleine ondernemer is het belangrijk om je eigen koers te varen. Dat hier zoveel verloop is onder de winkeliers heeft mede te maken met het feit dat sommige ondernemers in paniek raken als het even niet goed gaat en dan achter anderen aanlopen en hun identiteit kwijt raken. Tel daarbij op dat de huren steeds hoger worden, die zijn haast niet meer op te brengen en je ziet dus ook veel leegstand.” Wat volgens Madelon echter de nekslag betekent voor de ondernemers in de steegjes, is het gemeentelijke bordenbeleid. Niet alleen mogen de winkeliers geen stoepbord meer op de Breestraat zetten, zodat passanten de steegjes voorbij lopen, ook staan er nauwelijks bewegwijzeringsbordjes naar de beroemde hotspots van Leiden, zegt ze. “Hierachter staat de Pieterskerk bijvoorbeeld maar er is geen bordje dat er naar verwijst. Dat laat de gemeente enorm liggen. Ook de Leidse Loper, een rondwandeling vanaf het station, omzeilt al het leuke dat Leiden heeft. We kaarten dat al jaren aan maar dan roept de gemeente dat er aan wordt gewerkt. Ik word daar echt verdrietig van.” |