De Europese Erecode inzake Franchising
Toen na de tweede wereldoorlog franchise als samenwerkingsvorm tussen zelfstandige ondernemers langzaam aan betekenis begon te winnen, werd ook duidelijk dat er binnen die samenwerking zaken mis kunnen gaan. Goede afspraken vooraf die resulteren in een goed en evenwichtig franchisecontract waren daarom hard nodig.
Door: Jos Burgers
Na haar oprichting in 1972 kwam de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV) dan ook snel met haar model franchisecontract, een contract dat inmiddels als dé standaard kan worden beschouwd in franchiseland. Immers niet alleen veel franchiseformules maar ook veel advocaten gebruiken het NFV-model als basis voor de op te stellen franchiseovereenkomsten. Dit zelfde gebeurde ook bij de meeste andere franchiseorganisaties binnen Europa en dat valt als volgt te verklaren. Nadat de NFV samen met haar zusterorganisaties in Duitsland, België, Frankrijk, Engeland en Italië in 1972 de Europese Franchise Federatie (EFF) had opgericht, werd al direct besloten een gedragscode op te stellen waaraan franchisegevers zich dienen te houden tijdens de onderhandelingsfase en tijdens de fase van het sluiten van een franchiseovereenkomst met potentiële franchisenemers. In overleg en met goedkeuring van de Europese Commissie kwam aldus de Europese Erecode inzake Franchising tot stand.
Wat staat er nu zoal in deze Erecode? Allereerst staat er een definitie in van franchising ('business format franchising') en een definitie van 'knowhow' als essentieel element van franchise. Vervolgens is er een aantal algemene principes verwoord waaronder verplichtingen van de franchisegever, verplichtingen van de franchisenemer en gezamenlijke verplichtingen. Het volgende hoofdstuk gaat dan over selectie van franchisenemers. Daarna wordt uitgebreid ingegaan op 'werving en publiciteit'. Het gaat dan bijvoorbeeld over welke informatie de franchisegever moet verstrekken aan een potentiële franchisenemer en waaraan een voorovereenkomst/intentieverklaring dient te voldoen. Hoofdstuk 5 geeft aan wat er allemaal in de te hanteren franchiseovereenkomst dient te staan, zoals bijvoorbeeld de rechten en verplichtingen van zowel franchisegever als franchisenemer maar ook dat het franchisecontract in de taal van het land moet staan waar de franchise wordt uitgeoefend. Geëindigd wordt met de vaststelling dat de Erecode van toepassing is op de relatie franchisegever versus franchisenemer en derhalve niet op die tussen een franchisegever en de master-franchisenemer.
Doel van de Erecode Het doel is het geven van handvatten niet alleen aan franchisegevers en franchisenemers (nuttig bij het vooroverleg, de beoordeling van de formule en het uiteindelijk sluiten van een franchisecontract) maar ook aan advocaten en rechters (nuttig bij het opstellen en beoordelen van franchisecontracten), consultants (nuttig voor het inkaderen van hun perceptie t.a.v. franchise) en in wezen eenieder die zich met franchise bezighoudt. Tot deze laatste groep horen uiteraard ook de nationale franchiseorganisaties. Alle hebben de Erecode als basis gebruikt voor hun nationale model franchisecontract. Met deze Erecode is er een belangrijke standaard in de markt gezet, ook bezien vanuit Europees perspectief. Vanuit deze Erecode hebben de nationale franchiseorganisaties in overleg met elkaar verder invulling gegeven aan de ontwikkeling van gezonde en evenwichtige franchise. Te denken valt dan aan bijvoorbeeld de kwaliteitseisen die op nationaal niveau worden gesteld aan franchiseformules die lid willen worden van de betreffende franchisevereniging.
Toepassingsgebied van de Erecode Door lid te worden van de NFV hebben alle leden, zowel de franchiseformules als de geassocieerde leden, deze Erecode onderschreven. Zij moeten de Erecode dus in de praktijk hanteren. Gezien het feit dat deze Erecode al vele decennia wordt gehanteerd is zij uitgegroeid tot een bestendig gevolgde praktijk. Dat betekent dat ook niet-leden/franchiseformules deze Erecode dienen te respecteren. Een rechter zal de Erecode namelijk beschouwen als een 'bestendig gebruikelijk beding', waarop zowel een franchisegever als een franchisenemer in een proces een beroep kan doen. |