Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende hoofdvormen van franchising:
First generation franchise Deze vorm is sterk productgericht en vindt zijn toepassing voornamelijk bij het dealersysteem. Voorbeelden: garagebedrijven; benzinepompstations.
Trade mark franchise Ook hier staat het product centraal; deze vorm wordt voornamelijk toegepast bij de industrie en is te vergelijken met productie in licentie. Voorbeelden: 7-Up; Coca Cola.
Second generation franchise Hier staat niet zozeer het product centraal, maar is er sprake van een Total Business Concept. Alle onderdelen van de bedrijfsvoering, zoals marketing, verkoop, administratie, automatisering etc. worden integraal aangepakt. Binnen de second generation franchise worden twee vormen onderscheiden: • Hard franchising • Soft franchising
Hard franchising (full franchise) Er is sprake van hard franchising als er duidelijke afspraken zijn gemaakt over vrijwel alle aspecten van de bedrijfsvoering (Total Business Concept).
Soft franchising Fabrikant, groothandelaar of verzekeraar gaat met een groep zelfstandige ondernemers een franchise aan. De afspraken zijn tamelijk vrijblijvend. |